Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
a.
Minister: Minister van Financiën;
-
b.
commissie: commissie, bedoeld in artikel 2.
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder:
Minister: Minister van Financiën;
commissie: commissie, bedoeld in artikel 2.
De commissie heeft tot taak:
het adviseren over
de opzetten van alle beleidsdoorlichtingen en een beperkt aantal opzetten van evaluaties. Bij de keuze voor de opzetten van evaluaties waarover wordt geadviseerd zal meespelen: de omvang van het beleidsterrein en budget, een evenwichtige verdeling over DG’s, politieke relevantie, qua evaluatiemethode vernieuwend en verzoeken van BR en/of elders uit de organisatie;
de opgeleverde beleidsdoorlichtingen voordat deze naar de BR en voorportalen worden verzonden en daarnaast een aantal op te leveren evaluaties;
de planning van evaluaties en doorlichtingen de komende 7 jaar. Daarbij wordt gekeken naar de onderlinge samenhang en afstemming daarbij op de beleidscyclus, de invulling aan de CW 3.1 bij nieuw beleid en de mogelijkheden voor experimenten;
de doorwerking van de evaluaties en doorlichtingen in het beleid.
kennisuitwisseling en kennisopbouw plaats te laten vinden door:
ervaringen van eerdere beleidsdoorlichtingen van het Ministerie van Financiën te presenteren;
andere departementen te laten presenteren de door hun geleerde lessen en de door hun gekozen aanpak bij evalueren;
de ervaringen en expertise van de operatie Inzicht in Kwaliteit en de programmamanager te benutten;
na te gaan hoe de kennisagenda’s en onderzoeksprogrammering van het Ministerie van Financiën kunnen bijdragen om de evaluatiefunctie te versterken.
De commissie wordt ingesteld voor structurele duur, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 september 2018.
Met ingang van 1 september 2018 tot lid van de commissie benoemd:
de Hoofddirecteur Financieel Economische Zaken;
de plaatsvervangend Directeur-generaal Belastingdienst;
de plaatsvervangend Thesaurier-generaal;
de plaatsvervangend Directeur-generaal Fiscale Zaken;
de plaatsvervangend Directeur-generaal Rijksbegroting;
MT-lid AFEP;
de heer prof. dr. C. (Carl) Koopmans (extern lid);
mevrouw dr. V.E. (Valerie) Pattyn (extern lid);
De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.
De commissie verstrekt aan de Minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. De Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
De vergoeding is voor een periode van 12 maanden wat na wederzijds goedvinden kan worden verlengd.
Het bedrag is gebaseerd op het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies (Bvac): op salarisschaal 18 hoogste periodiek (€ 9.287,73) van Bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en een arbeidsduurfactor van 0,15 en bedraagt € 1.393,16 bruto per maand.
De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de Minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:
de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning,
de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en
de kosten voor publicatie van rapportages.
Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de Minister uitgebracht of overgedragen.
De commissie draagt doorlopend en zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Hoofddirectie Financieel Economische Zaken van het Ministerie van Financiën.
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie Beleidsevaluatie.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.