Regeling registratie en declaratie protonentherapie

Op grond van de artikelen 35, 36, 37 en 38 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), alsmede de Beleidsregel prestaties en tarieven protonentherapie, stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de volgende regeling vast.

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Dbc-zorgproduct en overig zorgproduct voor protonentherapie: een declarabele prestatie in het kader van protonentherapie.

  • b.

    Protonentherapie: een vorm van radiotherapie, waarbij protonen uit waterstofkernen worden toegepast.1Artikel 1 Regeling protonentherapie.

Artikel

2

Doel van de regeling

In deze regeling legt de NZa regels vast die zorgaanbieders als bedoeld in artikel 3 in acht moeten nemen bij het aanbieden en leveren van protonentherapie.

Artikel

3

Reikwijdte

Deze regeling is van toepassing op zorgaanbieders die op grond van een vergunning ex artikel 2 Wbmv, afgegeven door de Minister van VWS, gerechtigd zijn om protonentherapie aan te bieden en te leveren.

Artikel

4

Algemeen

De Regeling medisch-specialistische zorg is van overeenkomstige toepassing op de aanbieders van protonentherapie, tenzij in de onderhavige regeling anders is bepaald.

Artikel

5

Declaratiebepalingen

Artikel

6

Overloopbepaling

Declaratie van een dbc-zorgproduct voor protonentherapie is niet toegestaan wanneer deze prestatie voor die specifieke zorgvraag al als overig zorgproduct is gedeclareerd.

Artikel

7

Inwerkingtreding en citeertitel

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2019. Deze regeling wordt bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant op grond van artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wmg.

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling registratie en declaratie protonentherapie.

Nederlandse Zorgautoriteit, M.J. Kaljouw, voorzitter Raad van Bestuur