Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
internationale regeling: een tussen Nederland en een of meer andere Staten tot stand gekomen coördinatieverdrag dan wel een verdrag als bedoeld in de artikelen 8a, vijfde lid, en 9a, vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet en 32a, zesde lid, van de Algemene nabestaandenwet of een verordening van de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap dan wel de Europese Unie inzake sociale zekerheid;
-
machtiging: de bevoegdheid om in naam van de minister handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;
-
mandaat: bevoegdheid om in naam van de minister besluiten te nemen;
-
minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
-
SVB: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisaties werk en inkomen;
-
volmacht: de bevoegdheid om in naam van de minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten.