Artikel
1
(begripsomschrijvingen)
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
boordvoorziening: voorziening aan boord van woonboten, die in combinatie met een walslang bestemd is voor het opvangen, verzamelen, behandelen, afvoeren en lozen van huishoudelijk afvalwater op het openbaar riool, op een IBA ofwel, na behandeling, op het oppervlaktewater;
-
installateur: installateur die de montage van systemen voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater ten minste tot één van zijn kernactiviteiten heeft en die is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, dan wel een fabrikant of leverancier van systemen voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater, die is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;
-
IBA: door de waterkwaliteitsbeheerder toegelaten individuele behandeleenheid voor afvalwater waarop het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd, die al dan niet geïntegreerd is in de boordvoorziening;
-
minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
-
openbaar riool: voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast;
-
pompinstallatie: pompunit met toebehoren bestemd voor het verpompen van huishoudelijk afvalwater;
-
rijkswateren: rijkswateren als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet;
-
schouwrapport: door de installateur opgesteld rapport waaruit blijkt welke boordvoorziening is geïnstalleerd, uit welke subsidiabele onderdelen deze bestaat en waarin door hem wordt verklaard dat de boordvoorziening deugdelijk is;
-
walaansluiting: aansluitpunt op de wal dat woonboten door middel van het aankoppelen van de walslang aansluiting geeft op het openbaar riool of een IBA;
-
walslang: koppelbare flexibele slang bestaande uit een binnenslang, een isolatielaag met thermolint en een buitenslang, of een slang waarin het thermolint is verwerkt, die bestemd is voor het transport van huishoudelijk afvalwater en de verbinding vormt tussen de boordvoorziening en de walaansluiting;
-
woonboot: vaartuig of ander drijvend object dat hoofdzakelijk wordt gebruikt als of is bestemd voor woonverblijf en dat uit hoofde van zijn feitelijke bestemming plaatsgebonden is.