Artikel
1
Begripsbepalingen
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
a.
functionaris: een ambtenaar werkzaam bij het Rijksvastgoedbedrijf;
-
b.
directeur: rechtstreeks onder de directeur-generaal ressorterende leidinggevende van de directies Portefeuillestrategie & Portefeuillemanagement, Transacties & Projecten, Vastgoedbeheer en Financiën & Bestuursadvisering;
-
c.
afdelingshoofd: rechtstreeks onder een directeur ressorterende leidinggevende en de rechtstreeks onder de directeur-generaal ressorterende leidinggevende van het bureau directeur-generaal en van het Atelier Rijksbouwmeester;
-
d.
sectiehoofd: rechtstreeks onder een afdelingshoofd ressorterende leidinggevende;
-
e.
clusterhoofd: rechtstreeks onder een sectiehoofd ressorterende leidinggevende;
-
f.
plaatsvervangend directeur, afdelingshoofd, sectiehoofd, clusterhoofd: rechtstreeks onder de te vervangen leidinggevende ressorterende functionaris die door de directeur als zodanig is aangewezen;
-
g.
projectleider: functionaris die door een directeur is aangewezen voor de uitvoering van een project bij het Rijksvastgoedbedrijf;
-
h.
werkterrein: de taken binnen het eigen organisatieonderdeel, overeenkomstig de vigerende capaciteitsplannen;
-
i.
ingebruikgeving: het verschaffen van het genot van een zaak aan een derde, niet zijnde de rijksoverheid, door middel van het aangaan van een overeenkomst van bruikleen, huur, pacht, erfpacht, recht van opstal of enig ander gebruiksrecht;
-
j.
mandaat: de bevoegdheid om namens een bewindspersoon besluiten te nemen en stukken af te doen en te ondertekenen.
2
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:
-
a.
volmacht om namens een bewindspersoon voor de Staat privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
-
b.
machtiging om namens een bewindspersoon handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.