-
a.
aan autoriteiten die betrokken zijn bij de uitvoering en handhaving van de Wegenverkeerswet 1994 en de bij of krachtens deze wet gestelde voorschriften: alle gegevens, waaronder mede begrepen persoonsgegevens, bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming;
-
b.
aan de politie, de Koninklijke Marechaussee, de matchingsautoriteit van de Justitiële Informatiedienst, de bijzondere opsporingsdiensten en het openbaar ministerie, ten behoeve van de handhaving en naleving van andere wetten dan de Wegenverkeerswet 1994: alle gegevens, waaronder mede begrepen persoonsgegevens, bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, voor zover zij aangeven deze gegevens nodig te hebben voor de uitoefening van hun publieke taak;
-
c.
aan de in de onderdelen a en b bedoelde overheidsorganen, voor andere taken dan in die onderdelen bepaald: de gegevens bedoeld in artikel 127, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
-
d.
aan de Financiële inlichtingen eenheid, bedoeld in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme:
-
1°.
geslachtsnaam, voorvoegsels, eerste voornaam voluit, voorletters van eventuele overige voornamen, burgerlijke staat, plaats en datum en eventueel land van geboorte, geslacht en burgerservicenummer van degenen aan wie een rijbewijs is afgegeven;
-
2°.
indien in het rijbewijs op verzoek van de houder diens adellijke titel of predikaat zijn vermeld, adellijke titel of predikaat;
-
3°.
indien in het rijbewijs op verzoek van de houder naamsgegevens van diens huidige echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner, dan wel van de laatst gewezen echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner zijn vermeld, geslachtsnaam, voorvoegsels en adellijke titel of predikaat van die huidige echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner, dan wel van de laatst gewezen echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner;
-
4°.
het adres van degenen aan wie een rijbewijs is afgegeven en het adres zoals het bekend was ten tijde van de afgifte;
-
e.
aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat: de gegevens uit het rijbewijzenregister die noodzakelijk zijn ter uitvoering van de in artikel 7:6, eerste lid, onder a, van de Arbeidstijdenwet genoemde taak of ter uitvoering van de artikelen 79, eerste lid, onderdeel e, en 104, eerste lid, onderdeel c, van de Wet personenvervoer 2000;
-
f.
aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties:
-
1°.
na opgave van het burgerservicenummer en indien bij controle op basis daarvan door de Dienst Wegverkeer blijkt dat sprake is van een geldig rijbewijs de MRZ-code van het rijbewijs dat is afgegeven aan de persoon aan wie het opgegeven burgerservicenummer toebehoort, ten behoeve van extra controle van de via DigiD vastgestelde identiteit.
-
2°.
ten behoeve van de plaatsing, de activering en het gebruik van het publieke identificatiemiddel, bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Wet digitale overheid, op het rijbewijs: de gegevens die noodzakelijk zijn voor het activeren, het blokkeren en deblokkeren van het publieke identificatiemiddel op het rijbewijs;
-
3°.
ten behoeve van de uitoefening van het inzagerecht door betrokkene: het burgerservicenummer in versleutelde vorm, de status van het rijbewijs, en de status van het publieke identificatiemiddel, alsmede wijzigingen in deze statussen;
-
g.
aan overheidsorganen waarvoor personen werkzaam zijn als boa Openbare ruimte als bedoeld in de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar, Domein I. Openbare ruimte, of als groene boa, ten behoeve van de identificatie van een staande gehouden persoon in het kader van de opsporing van strafbare feiten behorend tot Domein I. Openbare ruimte respectievelijk Domein II. Milieu, welzijn en infrastructuur, zoals opgenomen in die bijlage en voor zover de buitengewoon opsporingsambtenaar aangeeft deze nodig te hebben voor de identificatie van een staande gehouden persoon waarvan de buitengewoon opsporingsambtenaar de identiteit niet op andere wijze zelfstandig kan vaststellen: na opgave van het burgerservicenummer en geboortedatum van de staande gehouden persoon: de pasfoto in het rijbewijzenregister van de persoon aan wie het opgegeven burgerservicenummer toebehoort.