Bestuursreglement Politieacademie

Dit bestuursreglement is het bestuursreglement van de Politieacademie in de zin van artikel 98, eerste lid van de Politiewet 2012.

Artikel

1

De Politieacademie

Taak directeur en plaatsvervangend directeur

Artikel

2

Taakopdracht directeur

Artikel

3

Algemene verantwoordelijkheden directeur Politieacademie

De directeur heeft, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de wet, onder meer de volgende verantwoordelijkheden ten aanzien van de Politieacademie:

  • 1.

    hij is belast met de leiding van de Politieacademie;

  • 2.

    hij vertegenwoordigt de Politieacademie in en buiten rechte;

  • 3.

    op hem rusten de verplichtingen die wet- en regelgeving opleggen aan de Politieacademie;

  • 4.

    hij is verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijke taken van de Politieacademie;

  • 5.

    hij is verantwoordelijk voor de organisatie en de instandhouding van de Politieacademie;

  • 6.

    hij ziet toe op het functioneren van de sectorhoofden en teamchefs en bevordert de synergie tussen de sectoren en de teams;

  • 7.

    hij voert het overleg met de Ondernemingsraad van de Politieacademie.

Artikel

4

Taakverdeling en onderlinge werkwijze directeur – plaatsvervangend directeur

Artikel

5

Nevenfuncties directeur en plaatsvervangend directeur

Artikel

6

Taakuitoefening; advisering door Raad van Advies Politieacademie

Artikel

7

Periodiek overleg directeur Politieacademie – Korpschef – Minister

De directeur, de Korpschef en de Minister van Justitie en Veiligheid voeren ten minste viermaal per jaar overleg onder meer over:

  • het pakket van Politieonderwijs en de ontwikkelingen daarbinnen;

  • de ontwikkelingen binnen de Politie en de rol van onderwijs en onderzoek daarbij;

  • de kwaliteit van uitvoering van het Politieonderwijs;

  • de uitvoering van de Strategische Onderzoeksagenda;

  • de meerjarige en jaarlijkse onderwijsbehoefte van het Korps en van derden-afnemers;

  • de daarop gebaseerde behoefte aan mensen en middelen van de Politieacademie.

Artikel

8

Overleg Korpsleiding – Politiechefs – Directeuren Korpsstaven

De directeur onderhoudt het contact en voert periodiek overleg met:

  • de Korpsleiding;

  • de regionale Politiechefs, ook in hun hoedanigheid van landelijke portefeuillehouders;

  • de directeuren van de landelijke Korpsstaven;

  • onder meer over:

  • de kwalitatieve en kwantitatieve opleidingsbehoefte van het Korps;

  • de behoefte van de Politieacademie aan de mensen en middelen die de Korpsleiding aan de Politieacademie dient te verschaffen om haar in staat te stellen om haar taken uit te voeren;

  • en in de opleidingsbehoefte van het Korps te voorzien;

  • de samenwerking met de Politie bij het werkend leren;

  • het onderlinge samenspel tussen Korps en de Politieacademie.

  • De directeur en zijn plaatsvervanger voeren de overleggen in dit verband in de regel gezamenlijk.

Artikel

9

Politieonderwijsraad

De directeur en zijn plaatsvervanger hebben beiden als lid zitting in de Politieonderwijsraad.

Artikel

10

Inspectie Justitie en Veiligheid

Artikel

11

Strategische samenwerkingsrelaties

De directeur onderhoudt namens de Politieacademie de strategische samenwerkingsrelaties ten behoeve van gezamenlijke onderwijs- en kennisontwikkeling en -uitvoering, met name met:

  • andere onderwijs- en kennisinstellingen in het veiligheidsdomein;

  • reguliere onderwijsinstellingen (ROC’s, Hogescholen en Universiteiten) en hun landelijke koepelorganisaties;

  • buitenlandse collega instellingen voor Politieonderwijs en -onderzoek.

Hij gaat waar nodig samenwerkingsovereenkomsten met deze instellingen aan. De directeur van de Politieacademie neemt bij het aangaan van samenwerkingsovereenkomsten de daartoe in de Kaderwet ZBO’s en de Politiewet 2012 gestelde voorwaarden in acht.

De directeur is verantwoordelijk voor de relatie met alle extern belanghebbenden van de Politieacademie en neemt besluiten met inachtneming van de effecten voor externe belanghebbenden.

Bevoegdheden directeur

Artikel

12

Algemene bevoegdheden directeur Politieacademie

De directeur heeft, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de wet, onder meer de volgende algemene bevoegdheden ten aanzien van de Politieacademie:

  • 1.

    hij stelt het bestuursreglement van de Politieacademie vast;

  • 2.

    hij stelt het inrichtingsplan van de Politieacademie vast met daarin onder meer de organisatiestructuur en formatie van de organisatie-eenheden van de Politieacademie;

  • 3.

    hij stelt ten minste éénmaal in de vier jaar een meerjarig beleidsplan voor de Politieacademie vast;

  • 4.

    hij stelt jaarlijks vóór 1 juni het jaarplan vast, waarin het meerjarig beleid is geconcretiseerd;

  • 5.

    hij stelt jaarlijks vóór 15 maart het jaarverslag en van de Politieacademie vast, waarin hij verantwoording aflegt over de uitvoering van de taken van de Politieacademie en de daarbij behaalde resultaten en tevens verantwoording aflegt over de inzet van de aan de Politieacademie ter beschikking gestelde sterkte en middelen;

  • 6.

    hij stelt jaarlijks vóór 1 april de begroting van de Politieacademie vast en legt die aan de Minister ter goedkeuring voor;

  • 7.

    hij legt drie tot vier keer per jaar door middel van managementrapportages verantwoording af aan de Minister over de taakuitvoering, over de uitvoering van het jaarplan en over de omvang en inzet van de sterkte en middelen die feitelijk ter beschikking zijn gesteld.

De directeur geeft relevante belanghebbenden inzicht in de realisatie van het beleid van de Politieacademie en de behaalde resultaten bij de taakuitvoering door de Politieacademie.

Artikel

13

Bevoegdheden directeur ten aanzien van het Politieonderwijs

De directeur heeft, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de wet, onder meer de volgende bevoegdheden ten aanzien van het Politieonderwijs:

  • 1.

    hij stelt jaarlijks het onderwijsassortiment van de Politieacademie vast;

  • 2.

    hij zorgt voor de aanleg, het beheer en de bekendmaking van een register Politieopleidingen, waarin de relatie met de kwalificatiestructuur en de onderliggende kwalificatiedossiers van de Politieopleidingen zijn opgenomen;

  • 3.

    hij stelt de studieduur van de politieopleidingen vast met inachtneming van de eisen in de Politiewet 2012 ten aanzien van het opleidingsniveau;

  • 4.

    hij zorgt ervoor dat de politieopleidingen zodanig zijn ingericht dat de studenten de kwalificaties binnen de vastgestelde studieduur kunnen bereiken en dat het onderwijsprogramma evenwichtig is ingedeeld;

  • 5.

    hij stelt jaarlijks een Onderwijs- en Examenregeling vast, per opleiding of groep van opleidingen, en maakt die bekend;

  • 6.

    hij stelt de vormgeving van de systematische kwaliteitszorg van het Politieonderwijs vast, onder meer door vaststelling en bijstelling van het kwaliteitsdossier Politieacademie;

  • 7.

    hij stelt de kwaliteitseisen voor het Politieonderwijs vast;

  • 8.

    hij ziet toe op de naleving van de kwaliteitseisen die gelden voor de leerwerkplekken van studenten en voor de begeleiding van studenten, in overleg met de Korpschef;

  • 9.

    hij zorgt voor een regelmatige beoordeling van de kwaliteit van het Politieonderwijs mede door onafhankelijke deskundigen of instellingen. Hij betrekt daarbij het Korps en de studenten.

Artikel

14

Bevoegdheden directeur ten aanzien van de examens

De directeur heeft, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de wet, onder meer de volgende bevoegdheden ten aanzien van de examens van het Politieonderwijs:

  • 1.

    hij geeft de studenten gelegenheid een examen af te leggen;

  • 2.

    hij stelt de examencommissie(s) in en benoemt haar leden;

  • 3.

    de examencommissie reikt een diploma, deeldiploma of certificaat uit, als bewijs dat een examen met goed gevolg is afgelegd, nadat de directeur van de Politieacademie heeft verklaard dat aan de procedurele eisen voor uitreiking is voldaan;

  • 4.

    hij stelt een commissie van beroep voor de examens in en benoemt haar leden;

  • 5.

    hij stelt jaarlijks een Onderwijs- en Examenregeling vast, per opleiding of groep van opleidingen, en maakt die bekend.

Artikel

15

Bevoegdheden directeur ten aanzien van kennis en onderzoek

Artikel

16

Bevoegdheden directeur Politieacademie en aanzien van personeel

De directeur heeft, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de wet, onder meer de volgende bevoegdheden ten aanzien van het personeel:

  • 1.

    hij heeft het gezag over de medewerkers die de Korpschef aan de Politieacademie ter beschikking heeft gesteld voor de uitvoering van de Politieacademie taken en stuurt deze functioneel aan. De medewerkers leggen over hun werkzaamheden uitsluitend aan hem verantwoording af. Dit geldt zowel voor de personen die zijn aangesteld bij het korps als voor de personen die door het korps worden ingehuurd ten behoeve van de Politieacademie;

  • 2.

    hij heeft het recht van aanbeveling en instemming bij de selectie en aanstelling van medewerkers en het recht van instemming bij de beëindiging van het feitelijk ter beschikking stellen van medewerkers die werkzaam zijn ten behoeve van de uitvoering van taken van de Politieacademie en binnen de staf van de Politieacademie;

  • 3.

    hij stelt vast aan welke kwaliteitseisen deze medewerkers moeten voldoen;

  • 4.

    hij zorgt ervoor voor dat de medewerkers die werkzaam zijn ten behoeve van de uitvoering van de taken van de Politieacademie en binnen de staf van de Politieacademie de gelegenheid krijgen de rechten en verplichtingen na te komen die verbonden zijn aan hun aanstelling als ambtenaar van Politie;

  • 5.

    hij zorgt voor de behandeling van klachten over gedragingen van medewerkers die werkzaam zijn ten behoeve van de uitvoering van taken van de Politieacademie en binnen de staf van de Politieacademie.

Artikel

17

Bevoegdheden directeur Politieacademie ten aanzien het beheer

De directeur heeft, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de wet, onder meer de volgende bevoegdheden ten aanzien van de ondersteunende middelen en diensten die de Korpschef aan de Politieacademie ter beschikking stelt voor de uitvoering van haar taken:

  • 1.

    hij verstrekt jaarlijks vóór 1 april aan de Minister, in afschrift aan de Korpschef, een opgave van sterkte en middelen die de Politieacademie nodig heeft om te voorzien in de totale meerjarige behoefte aan onderwijs, kennis en onderzoek van het Korps;

  • 2.

    hij inventariseert jaarlijks de onderwijsbehoefte van de Koninklijke Marechaussee en de Rijksrecherche en van andere door de Minister aangewezen organisaties die een publiekrechtelijke taak uitoefenen op het terrein van politie, justitie en veiligheid, alsmede van het Korps Politie Caribisch Nederland (KPCN) en doet opgave van sterkte en middelen die de Politieacademie nodig heeft om te voorzien in die behoefte;

  • 3.

    hij geeft jaarlijks aan welke specifieke eisen op het gebied van bedrijfsvoering er zijn, die voortvloeien uit de taken van de Politieacademie en die daaraan ten dienste staan;

  • 4.

    hij heeft het recht van instemming bij de selectie van de middelen voor de uitvoering van de taken van de Politieacademie en bij de beëindiging van de ter beschikkingstelling daarvan.

Organisatorische inrichting en sturing Politieacademie

Artikel

18

Indeling Sectoren

De Politieacademie is onderverdeeld in de volgende sectoren:

  • Basis Politie Onderwijs (BPO);

  • Vakspecialistisch Politie Onderwijs (VPO);

  • Kennis & Onderzoek (K&O);

  • Staf.

Artikel

19

Sectorhoofden

Artikel

20

Algemene verantwoordelijkheden sectorhoofden

De sectorhoofden hebben de volgende algemene verantwoordelijkheden:

  • 1.

    zij zijn belast met de dagelijkse leiding van de sector;

  • 2.

    zij bevorderen de synergie en samenhang tussen het onderwijs, kennis en onderzoek en de stafondersteuning binnen de Politieacademie;

  • 3.

    zij zien toe op het functioneren van de teamchefs en bevorderen de synergie tussen de teams;

  • 4.

    zij maken een optimale uitvoering van het politieonderwijs in de teams mogelijk;

  • 5.

    zij zien toe op het functioneren van de systematische kwaliteitszorg binnen de teams;

  • 6.

    zij zorgen voor een samenhangende ontwikkeling van nieuw politieonderwijs op basis van behoeftestelling door de Korpschef.

Besluiten van de sectorhoofden moeten passen binnen de Politieacademie brede kaders, zoals door de directeur vastgesteld.

Artikel

21

Hoofd bedrijfsvoering Politieacademie

Artikel

22

Jaarafspraken directeur – sectorhoofden

Artikel

23

Management team Politieacademie

Artikel

24

Indeling teams

Elke sector is onderverdeeld in teams. Het door de directeur vastgestelde inrichtingsplan van de Politieacademie bevat de verdeling in teams. De teams staan onder leiding van één of meer teamchefs.

Artikel

25

Algemene verantwoordelijkheden teamchefs

De teamchefs hebben de volgende algemene verantwoordelijkheden:

  • zij zijn resultaatsverantwoordelijk voor de kwaliteit van de taakuitvoering, waaronder de uitvoering van het onderwijs en de uitvoering van het onderzoeksprogramma;

  • zij zijn verantwoordelijk voor de ontwikkeling van nieuw onderwijs volgens de gestelde behoefte van het Korps;

  • zij werken samen met andere onderzoeks- en kennisinstituten bij de taakuitvoering;

  • zij werken samen met de eenheden en de landelijke portefeuillehouders bij de taakuitvoering;

  • zij meten de kwaliteit van de taakuitvoering en leggen daarover verantwoording af;

  • zij sturen de medewerkers van het team aan en dragen zorg voor hen;

  • zij dragen zorg voor de samenwerking van het team met andere teams en sectoren;

  • zij dragen bij aan de ontwikkeling en innovatie van het politievak;

  • zij dragen zorg voor de overdracht van kennis naar het politieonderwijs en de politiepraktijk.

Artikel

26

Bevoegdheden sectorhoofden en teamchefs ten aanzien van personeel en beheer

De sectorhoofden en teamchefs oefenen ten aanzien van personeel en financiën de beheersbevoegdheden uit, zoals hen zijn toegekend in de geldende mandaatregeling.

Artikel

27

Bevoegdheden sectorhoofden en teamchefs onderwijs ten aanzien van het Politieonderwijs

De bevoegdheden van sectorhoofden en teamchefs oefenen ten aanzien van het Politieonderwijs en de examinering de bevoegdheden uit, zoals toegekend in de jaarlijks door de directeur vastgestelde Onderwijs- en Examenregeling.

Artikel

28

Bevoegdheden ten aanzien van financiële middelen Politieacademie

De directeur van de Politieacademie stelt een mandaatregeling vast voor de bevoegdheid tot besteding van de (financiële) middelen die ingevolge de Politiewet 2012 in de rechtspersoon zijn ondergebracht.

Artikel

29

Wijziging reglement

Wijziging van dit reglement vindt plaats door de directeur.

Artikel

30

Inwerkingtreding

Dit reglement wordt aangehaald als: Bestuursreglement Politieacademie.

Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.