Inschrijvingsvoorwaarden mediators 2019 (Besluit van het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand van 10 oktober 2018 krachtens artikel 33 b van de Wet op de Rechtsbijstand)

Besluit inschrijvingsvoorwaarden mediators 2019

Inleiding

Uitgangspunt van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) is dat mediators die in aanmerking willen komen voor verwijzingen vanuit de gerechten of vanuit het Juridisch Loket zich inschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand. Indien een mediator niet ingeschreven staat, kan hij geen toevoegingen voor de rechtzoekende aanvragen.

De Raad kan op grond van de artikelen 33 a en volgende van de Wrb voorwaarden aan de inschrijving verbinden die betrekking hebben op:

  • a.

    de vakbekwaamheidseisen die aan de mediator worden gesteld;

  • b.

    de mate van gebondenheid aan door de beroepsgroep algemeen aanvaarde normen betreffende de beroepsethiek en beroepsuitoefening;

  • c.

    de wijze waarop schendingen van de algemene norm betreffende de beroepsethiek en beroepsuitoefening worden afgehandeld;

  • d.

    de medewerking door de mediator aan onderzoek naar de werking van mediation en aan evaluatie;

  • e.

    de verslaglegging door de mediator van de door hem verrichte werkzaamheden;

  • f.

    de beroepsaansprakelijkheidsverzekering;

  • g.

    de organisatie van het kantoor waar de mediator werkzaam is.

In het onderstaande zijn deze voorwaarden uitgewerkt. De voorwaarden zijn op te vatten als algemeen verbindende voorschriften.

Naar verwachting zal de Raad vanaf juli 2019 specifieke deskundigheidseisen hanteren voor mediators die als bijzondere curator door de rechtbank benoemd worden in zaken op grond van artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek. Mediators dienen vanaf dat moment te voldoen aan die voorwaarden om te kunnen worden benoemd als bijzonder curator en een vergoeding van de Raad te ontvangen. Er is voorzien in een overgangsregeling. De Raad zal mediators hierover in 2019 tijdig informeren in de e-nieuwsbrief.

Inschrijvingsvoorwaarden

Artikel

1

Registratie/ opleidingsvereisten / evaluatie

Artikel

2

Beschikbaarheid

De mediator verplicht zich steeds beschikbaar te zijn voor het doen van een verwezen mediation – behoudens vakantie en tijdens ziekte – en telkens binnen twee weken na aanmelding en acceptatie van de mediation een eerste mediationbijeenkomst te houden en vervolgafspraken zodanig te maken dat de mediation binnen drie maanden na de eerste bijeenkomst afgerond is.

Artikel

3

Organisatie kantoor/ praktijk

De mediator dient een regeling te hebben getroffen ten aanzien van de organisatie van zijn kantoor/ praktijk, waarin voldoende voorzien is in:

  • a.

    de telefonische bereikbaarheid tijdens kantooruren waarvan enkele uren per dag direct en voor het overige via het gebruik van een telefoonbeantwoorder of voicemail, e-mail en een fax, die dagelijks respectievelijk worden afgeluisterd, geopend en/ of gelezen;

  • b.

    dat verhindering wegens overmacht zo spoedig mogelijk telefonisch door de mediator wordt doorgeven aan de verwijzingsvoorziening, onmiddellijk gevolgd door schriftelijke bevestiging hiervan.

Artikel

4

Plaatsvervanging

Plaatsvervanging is in principe niet mogelijk. Incidenteel kan, in geval van zwaarwegende redenen voor verhindering, plaatsvervanging geschieden met een eveneens bij de Raad voor Rechtsbijstand ingeschreven mediator. Indien het om een verwijzing van de verwijzingsvoorzieningen gaat, dient dit tevens in overleg met de betreffende verwijzingsvoorziening te geschieden.

Artikel

5

Werkwijze

Artikel

6

Klacht- en tuchtrecht

De mediator committeert zich aan de klachtenregeling van de Stichting Kwaliteit Mediators (SKM) en het Reglement Stichting Tuchtrechtspraak Mediators en stemt in met de plicht van de SKM om de uitkomst van klachten waarbij een onherroepelijke maatregel van onvoorwaardelijke schorsing of schrapping is opgelegd aan deelnemende mediators te melden aan de verwijzingsvoorziening van de Rechtspraak.

De Raad en de SKM hebben in 2018 een informatieprotocol afgesloten waarin afspraken zijn gemaakt omtrent het uitwisselen van informatie die van belang kan zijn voor de inschrijving bij de Raad dan wel de registratie bij de SKM en die als doel heeft de kwaliteit van mediators binnen het stelsel te borgen. Deze afspraken worden jaarlijks geëvalueerd en zo nodig aangepast. Door zich bij de Raad in te schrijven stemt de mediator met deze afgesproken informatie uitwisseling in en geeft hij daarvoor toestemming aan de Raad.

Artikel

7

Beroepsaansprakelijkheidsverzekering

De mediator heeft een deugdelijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering ten bedrage van € 450.000,- (zegge vierhonderdvijftigduizend euro) per gebeurtenis. Bij inschrijving verklaart de mediator aldus verzekerd te zijn, dan wel bereid te zijn dadelijk na toelating een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten voor minimaal € 450.000 per gebeurtenis.

Artikel

8

Monitoring

De mediator draagt zorg voor het compleet en tijdig verstrekken van de gegevens ten behoeve van de monitoring die door de verwijzingsvoorziening worden gevraagd.

Artikel

9

Mediationkamers

De mediator is bereid mediationbijeenkomsten te houden in mediationkamers die door de verwijzingsvoorziening bij de Rechtspraak zijn ingericht. Voor de gevallen waarin de verwijzingsvoorziening geen ruimte ter beschikking heeft, dient de mediator adequate ruimte ter beschikking te hebben om mediationbijeenkomsten te houden. De mediator brengt hiervoor geen kosten aan partijen in rekening.

Artikel

10

Team- en co-mediation

Artikel

11

Vergoeding voor de niet toegevoegde partij. Eigen bijdrage toevoegingscliënt

Artikel

12

Registratie van affiniteiten door de Raad voor Rechtsbijstand

Bij zijn verzoek tot inschrijving bij de Raad voor Rechtsbijstand kan de mediator één of meer affiniteiten opgeven. Een affiniteit wordt door de Raad alleen geregistreerd als per hoofdcategorie waarbinnen de affiniteit wordt opgegeven tenminste drie mediations10Het moet gaan om mediations in overeenstemming met de MfN-reglementen, aangevangen met een schriftelijke mediation overeenkomst. Andere vormen van bemiddeling, zoals buurtbemiddelingen tellen niet mee. Co-mediations kunnen meetellen als sprake is van een gelijkwaardige positie tussen de mediators. zijn behandeld. Dit moet aan de hand van (geanonimiseerde) mediationovereenkomsten aangetoond worden. Dit geldt niet voor het registreren van affiniteiten op het terrein van het Personen- en Familierecht, daarop is artikel 13 van toepassing.

Artikel

13

Deskundigheidseisen voor het behandelen van zaken op het terrein van het personen – familierecht

Om ingeschreven te kunnen worden voor dit vakgebied dient een mediator die om inschrijving verzoekt, naast de in artikel 1 lid 1 omschreven eisen, te voldoen aan het volgende vereiste:

  • a.

    het voltooid hebben van een door de Stichting Kwaliteit Mediators geaccrediteerde specialisatieopleiding familiemediation;

Om vervolgens ingeschreven te blijven voor dit vakgebied dient een daarvoor toegelaten mediator te voldoen aan de volgende vereisten:

  • b.

    het behandelen van tenminste 7 mediations per jaar op het terrein van het personen en familierecht. De mediator kan desgewenst aantonen dat hij dit aantal mediations heeft gedaan door ook betalende meditations aan te geven en;

  • c.

    het behalen van 10 opleidingspunten per jaar op het terrein van het personen- en familierecht.

De mediator die niet (langer) aan de in dit artikel door de Raad gestelde deskundigheidseisen voldoet of wil voldoen, verzoekt uit eigen beweging de Raad om zijn inschrijving voor de specialisatie personen- en familierecht door te halen.

Als een mediator wordt uitgeschreven voor de specialisatie personen- en familierecht omdat deze niet voldoet aan de in dit artikel gestelde deskundigheidseisen dan geldt deze doorhaling voor een periode van minimaal één jaar. Voor herinschrijving geldt de eis dat de mediator 10 opleidingspunten op het terrein van het personen- en familierecht, behaald in het jaar voorafgaand aan het verzoek tot herinschrijving, dient te overleggen.

De Raad toetst steekproefsgewijs of de ingeschreven mediator heeft voldaan aan de gestelde eisen voor het onderhouden van zijn deskundigheid. De Raad verstrekt nadere informatie omtrent deze toetsing via de e-nieuwsbrief. De Raad kan daarnaast ook op eigen initiatief (op basis van signalen of wanneer zij dat nodig acht) besluiten deze eisen te toetsen.

In die gevallen waar de mediator minimaal één van de partijen op toevoegbasis bijstaat en een advocaat dient in te schakelen om de vaststellingsovereenkomst in een rechterlijke uitspraak op te laten nemen, draagt de mediator er zorg voor dat de ingeschakelde advocaat bij de Raad ingeschreven is voor de specialisatie Personen- en familierecht. Als de advocaat niet voor deze specialisatie is ingeschreven, dan heeft de mediator geen recht op de zogenaamde afhechtingstoeslag op grond van artikel 8 lid 4 van het Besluit Toevoeging Mediation.

Artikel

14

Deskundigheidseisen voor het behandelen van zaken betreffende internationale kinderontvoering

Naast de voorwaarden uit de artikelen 1 tot en met 13 behoren mediators die zaken betreffende internationale kinderontvoering willen behandelen zich daarvoor apart in te inschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand. Bij het verzoek moeten zij aantonen dat zij voldoen aan onderstaande criteria:

  • succesvol hebben deelgenomen aan een door de Raad voor Rechtsbijstand erkende opleiding voor cross border mediation;

  • kennis van het Haags Kinderontvoeringsverdrag van 25 oktober 1980 (HKOV) en de Uitvoeringswet inzake internationale ontvoering van kinderen van 2 mei 1990;

  • ervaring als mediator in familierechtzaken, dat wil zeggen als mediator 10 familierechtzaken behandeld hebben;

  • op de hoogte blijven van de (rechts)ontwikkelingen op het gebied van internationale kinderontvoering door het bijwonen van relevante congressen, cursussen, lezingen etc. en het op de hoogte blijven van relevante jurisprudentie.

Artikel

15

Maximum (artikel 33a Wrb)

Om te voorkomen dat de kwaliteit van de door de mediator te verrichten werkzaamheden in het gedrang komt, door onder meer het te snel en te veel aanvragen van toevoegingen of door het onvoldoende tijd en aandacht besteden aan zaken, worden aan een mediator jaarlijks niet meer toevoegingen afgegeven dan 250.

Het maximum van 250 toevoegingen per jaar sluit aan bij de door de beroepsgroep algemeen aanvaarde norm van het aantal van omstreeks 1.200 declarabele uren per jaar dat maximaal verricht zou moeten kunnen worden zonder dat de kwaliteit van de werkzaamheden in het gedrang komt.

Indien een mediator het maximum aantal toevoegingen heeft bereikt, zullen in het betreffende kalenderjaar geen toevoegingen meer aan hem worden afgegeven. De Raad informeert de Mediatorsfederatie Nederland over het bereiken van de grens van het maximum aantal af te geven toevoegingen. De mediator stemt door zijn inschrijving bij de Raad op voorhand met deze melding in.

De mediator kan in het volgend kalenderjaar opnieuw om inschrijving verzoeken. Als hij in het jaar daarop opnieuw toevoeging verzoekt in zaken waarin het vorig jaar vanwege het bereiken van het maximum aan hem toevoegingen zijn geweigerd, zal – indien de toevoeging alsnog wordt verleend – de ingangsdatum in het jaar van de nieuwe aanvraag liggen.

Artikel

16

Wijziging van gegevens en beëindiging deelname

Het doorgeven van wijzigingen van gegevens en beëindiging van deelname dient schriftelijk te geschieden bij de Raad voor Rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld te

Utrecht
J.H. Gerritsen Algemeen Directeur / bestuurder