Artikel
1
Begrippen
De definities van artikel 1 van de Wet houdbare overheidsfinancien zijn van overeenkomstige toepassing op deze regeling.
Besluit:
De definities van artikel 1 van de Wet houdbare overheidsfinancien zijn van overeenkomstige toepassing op deze regeling.
Het collectieve aandeel van de decentrale overheden gezamenlijk in het EMU-saldo, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, wordt als volgt vastgesteld:
voor 2019 –0 4 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2020 –0 4 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2021 –0,4 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2022 –0,4 procent van het bruto binnenlands product.
Het collectieve aandeel van de decentrale overheden in het EMU-saldo, bedoeld in artikel 2, wordt uitgesplitst naar:
een aandeel voor de provincies gezamenlijk dat als volgt wordt vastgesteld:
voor 2019 –0,08 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2020 –0,08 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2021 –0,08 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2022 –0,08 procent van het bruto binnenlands product;
een aandeel voor de gemeenten gezamenlijk dat als volgt wordt vastgesteld:
voor 2019 –0,27 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2020 –0,27 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2021 –0,27 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2022 –0,27 procent van het bruto binnenlands product;
een aandeel voor de waterschappen gezamenlijk dat als volgt wordt vastgesteld:
voor 2019 –0,05 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2020 –0,05 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2021 –0,05 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2022 –0,05 procent van het bruto binnenlands product.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.