Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 28 januari 2019, nr. WJZ/19009285, tot tijdelijke vrijstelling van artikel 5, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen (Vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden runderdrijfmest 2019–2023)

Vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden runderdrijfmest 2019–2023

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water;

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

2

Vrijstelling van het verbod, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen, wordt verleend voor zover het gaat om de aanwending van runderdrijfmest, waarbij de runderdrijfmest:

  • a.

    geproduceerd is op het eigen bedrijf;

  • b.

    op grasland van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond wordt aangewend;

  • c.

    niet wordt aangewend binnen een afstand van ten minste twee meter vanaf de insteek van een watergang.

Artikel

3

Artikel

4

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 januari 2024.

Artikel

5

Deze regeling wordt aangehaald als: Vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden runderdrijfmest 2019–2023.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten