Gelet op de stelselverantwoordelijkheid van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor de
Omgevingswet en de daarin geregelde landelijke voorziening Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-LV);
Overwegende:
Dat invoering van de
Omgevingswet wordt voorzien op 1 januari 2021;
Dat een tijdige beschikbaarheid en de continuïteit en kwaliteit van DSO-LV als publieke voorziening met het oog op uitvoerbaarheid van de
Omgevingswet moet worden gewaarborgd;
Dat het daarvoor noodzakelijk is coördinatie te bewerkstelligen tussen publieke organisaties die tezamen DSO-LV ontwikkelen en onderhouden, alsook samenwerking tot stand te brengen met bestuursorganen van het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen en andere gebruikers die bij de toepassing van de
Omgevingswet van DSO-LV afhankelijk zijn;
Dat deze coördinerende werkzaamheden onder volledige verantwoordelijkheid van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties moeten worden uitgevoerd door een daartoe beschikbare en geschikte organisatie;
Dat de Dienst voor het kadaster en de openbare registers in het kader van de basisregistraties in het fysieke domein en in het kader van DSO-LV wettelijke taken uitvoert en gaat uitvoeren die nauw samenhangen met de benodigde coördinerende werkzaamheden in het kader van het beheer van DSO-LV en het informatiepunt
Omgevingswet en bij uitstek is toegerust voor het uitvoeren van die coördinatie;
Dat dienstverlening door de Dienst voor het kadaster en de openbare registers in het kader van de coördinatie van verschillende onderdelen van DSO-LV een noodzakelijke voorwaarde is voor het tijdig tot stand komen en op stabiele wijze uitvoeren, door ontwikkelen en uitbouwen van DSO-LV;
Dat dit een randvoorwaarde is voor het invoeren van de
Omgevingswet;
Dat het volgen van een nationale of Europese aanbestedingsprocedure voor deze coördinerende werkzaamheden een onaanvaardbaar risico vormt voor een tijdige beschikbaarheid, de continuïteit en kwaliteit van DSO-LV;