Artikel
1
Verlening ondermandaat
Aan de directeuren en afdelingshoofden als bedoeld in artikel 5, derde lid, van het Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat worden de door de Minister aan de directeur-generaal Milieu en Internationaal verleende bevoegdheden, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van het Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat , voor zover die behoren bij hun taken, bedoeld in artikel 5, achtste lid, van het Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat, in ondermandaat verleend.
Artikel
2
Omvang ondermandaat
Het in artikel 1 verleende ondermandaat omvat niet de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaar.
Artikel
3
Volmacht en machtiging
Het in artikel 1 verleende ondermandaat omvat overeenkomstig artikel 28 van het Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat tevens de doorverlening van volmacht en machtiging.
Artikel
4
Uitoefening ondermandaat, volmacht en machtiging
De uitoefening van bevoegdheden die bij dit besluit zijn verleend, geschiedt met inachtneming van de artikelen 29 tot en met 32 van het Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat .
Artikel
5
Intrekking oud ondermandaatbesluit
Het Ondermandaatbesluit directoraat-generaal Milieu en Internationaal Infrastructuur en Milieu 2012 wordt ingetrokken.
Artikel
6
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit wordt aangehaald als: Ondermandaatbesluit directoraat-generaal Milieu en Internationaal.