Regeling werkwijze en bevoegdheden Inspectie Veiligheid Defensie

De Minister van Defensie,

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    minister: Minister van Defensie;

  • b.

    inspectie: Inspectie Veiligheid Defensie;

  • c.

    Inspecteur-Generaal: Inspecteur-Generaal Veiligheid;

  • d.

    voorval:

    • een onveilige situatie: een situatie die, wanneer er geen actie wordt ondernomen, zou kunnen leiden tot een incident of ongeval;

    • een incident: een gebeurtenis die het potentieel heeft de dood van of letsel aan een persoon dan wel schade aan een zaak of het milieu te veroorzaken;

    • een ongeval: een gebeurtenis die de dood van of letsel aan een persoon dan wel schade aan een zaak of het milieu veroorzaakt.

Artikel

2

De inspectie is belast met:

  • a.

    het toezicht op de taakuitvoering op het gebied van veiligheid – waaronder de naleving van wet- en regelgeving – bij Defensie in binnen- en buitenland, met inbegrip van oefeningen en operaties in missiegebieden;

  • b.

    het instellen en leiden van onderzoeken naar ernstige voorvallen en overige voorvallen, ter beoordeling van de Inspecteur-Generaal;

  • c.

    het voorafgaand toetsen van de uitvoerbaarheid van beleid en de handhaafbaarheid van uitvoeringsregels op het gebied van veiligheid;

  • d.

    het gevraagd en ongevraagd adviseren van de Minister ten aanzien van alle vraagstukken op het gebied van de veiligheid.

Artikel

3

Artikel

4

De Inspecteur-Generaal wijst inspecteurs aan, belast met toezichtactiviteiten en onderzoeken op het gebied van veiligheid.

Artikel

5

Artikel

6

De Inspecteur-Generaal en de door hem als inspecteur aangewezen ambtenaren hebben in het kader van hun taak en op vertoon van hun in artikel 5 genoemde legitimatiebewijs onbelemmerd toegang tot alle locaties in beheer bij het Ministerie van Defensie. Zij zijn in het kader van hun taak bevoegd om:

  • a.

    inlichtingen en inzage in gegevens en bescheiden te vorderen en daarvan kopieën te maken, voor zover nodig in het kader van de in artikel 2 genoemde taken;

  • b.

    te vorderen dat bij het voorval betrokken materieel ter beschikking van de inspectie blijft voor de duur van het onderzoek of zolang als de inspectie dit noodzakelijk acht;

  • c.

    zaken te onderzoeken, aan opneming te onderwerpen en daarvan monsters te nemen; genomen monsters worden waar mogelijk op verzoek teruggegeven;

  • d.

    verpakkingen te openen;

  • e.

    vervoermiddelen en hun lading te onderzoeken; indien noodzakelijk kunnen zij vorderen dat een vervoermiddel eerst naar een aangewezen plaats wordt overgebracht alvorens onderzoek plaatsvindt;

  • f.

    vergaderingen of andere bijeenkomsten binnen Defensie bij te wonen;

  • g.

    zich te doen vergezellen door personen die daartoe door hen zijn aangewezen.

Artikel

7

Artikel

8

De Minister stelt de inspectie in een vroegtijdig stadium in de gelegenheid een toets op de uitvoerbaarheid van toekomstig beleid en de handhaafbaarheid van ontwerp-regelgeving op het gebied van veiligheid uit te voeren.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Indien bij de uitoefening van hun taken medewerkers van de inspectie de beschikking krijgen over gegevens waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, zijn zij verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens in gevallen waarbij zij bij of krachtens enig wettelijk voorschrift tot mededeling zijn verplicht. De geheimhoudingsplicht geldt evenzeer voor personen die in het kader van toezicht of onderzoek aan medewerkingsplicht zijn onderworpen of uit anderen hoofde kennis dragen van feiten of gegevens betreffende toezicht of onderzoek door de inspectie.

Artikel

12

Artikel

13

Onverminderd het bepaalde in artikel 12 informeert de Inspecteur-Generaal zo nodig de beleidsinhoudelijk verantwoordelijke ministers rechtstreeks over zijn bevindingen, oordelen, adviezen en andere relevante gegevens.

Artikel

14

Op verzoek van de Inspecteur-Generaal informeren de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Defensie, de Commandant der Strijdkrachten of de onder hen ressorterende dienstonderdelen hem over de wijze waarop de aanbevelingen en maatregelen die uit de onderzoeken voortvloeien, worden uitgevoerd en geïmplementeerd.

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 15 oktober 2018.

Artikel

18

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling werkwijze en bevoegdheden Inspectie Veiligheid Defensie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten