Regeling van de Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland van 10 april 2019, referentie 2018051782, houdende regels met betrekking tot de structurele aanlevering van gegevens Zorgverzekeringswet 2019 en gegevens Wet langdurige zorg 2019 (Regeling structurele aanlevering gegevens Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg 2019)
Regeling structurele aanlevering gegevens Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg 2019
Accountantsprotocollen NZa: Het accountantsprotocol Verantwoordingen Zvw, het accountantsprotocol Gegevensvraag Wlz-gegevens en het protocol accountantsonderzoek Wlz-uitvoerders. Deze documenten van de NZa geven richtlijnen voor het door de accountant van de zorgverzekeraar, de Wlz-uitvoerder en het zorgkantoor uit te voeren onderzoek naar de juistheid van de gegevens in de verantwoordingen Zvw en Wlz die met accountantsproduct moeten worden aangeleverd. Tevens geven deze protocollen aanwijzingen voor het rapport van feitelijke bevindingen bij het uitvoeringsverslag Zvw;
–
add-on: een door de NZa beschreven overig zorgproduct op het terrein van de intensive care, dure geneesmiddelen of weesgeneesmiddelen, bestaande uit zorgactiviteiten behorende bij een dbc-zorgproduct;
formats: schematische ordening van de aan te leveren gegevens;
–
gegevens: feitelijke informatie over de aantallen en kosten van declaraties voor de Zvw en Wlz, en aanvullende informatie over de betreffende verzekerden en de aan hen verleende zorg;
–
Handboek Wlz: Handboek informatie-uitvraag Wlz 2019, een door het Zorginstituut opgesteld document dat informatie geeft over en een toelichting op de door de Wlz-uitvoerders en zorgkantoren aan te leveren gegevens;
–
Handboek Zvw: Handboek informatie Zorgverzekeringswet 2019, een door het Zorginstituut opgesteld document dat informatie geeft over en een toelichting op de door de zorgverzekeraars aan te leveren gegevens;
De zorgverzekeraar levert de in het onderstaande Schema Zvw bedoelde gegevens, alsmede de verlangde bestuursverklaringen en accountantsproducten, uiterlijk op de genoemde datum in 2019 aan, met uitzondering van de gegevens die zien op de Wlz. Voor de gegevens vierde kwartaalstaat is de aanleverdatum overeenkomstig onderstaand schema in 2020. De zorgverzekeraar dient de gegevens juist en volledig in bij het Zorginstituut, met inachtneming van de formats en record lay-outs, bedoeld in bijlagen 1 tot en met 6 van deze Regeling.
2
De Wlz-uitvoerder levert het elektronisch bestand Wlz-gegevens 2018 als bedoeld in het onderstaande Schema Zvw, alsmede de verlangde bestuursverklaring en het accountantsproduct, uiterlijk op 1 juni 2019 aan. De Wlz-uitvoerder dient de gegevens juist en volledig in bij het Zorginstituut met inachtneming van de record lay-out, bedoeld in bijlage 5 van deze regeling.
Schema Zvw
Het elektronische bestand jaarstaat Zvw 20181, onderdeel A en C, met inachtneming van het format jaarstaat 2018, onderdelen A en C, en de record lay-out contractinformatie, bedoeld in respectievelijk bijlage 2 en bijlage 4 van deze Regeling
1 mei 2019
Het elektronische bestand kosten per verzekerde 20161 met inachtneming van de record lay-outs uitvraag 2019, risicoverevening, kosten per verzekerde 2016 bedoeld in bijlage 5 van deze Regeling
1 mei 2019
Het elektronische bestand kosten per verzekerde 20172 met inachtneming van de record lay-outs uitvraag 2019, risicoverevening, kosten per verzekerde 2017 bedoeld in bijlage 5 van deze Regeling en bestuursverklaring
1 mei 2019
Het elektronische bestand farmaciegegevens 20181 met inachtneming van de record lay-outs uitvraag 2019, risicoverevening, farmaciegegevens 2018 bedoeld in bijlage 5 van deze Regeling
1 juni 2019
Het elektronische bestand hulpmiddelengegevens 20181 met inachtneming van de record lay-outs uitvraag 2019, risicoverevening, hulpmiddelen 2018 bedoeld in bijlage 5 van deze Regeling
1 juni 2019
Het elektronische bestand DBC-gegevens 20171 met inachtneming van de record lay-outs uitvraag 2019, risicoverevening, DBC’s somatisch 2017 bedoeld in bijlage 5 van deze Regeling
1 juni 2019
De elektronische bestanden verzekerde periode en persoonskenmerken 20181 met inachtneming van de record lay-outs uitvraag 2019, risicoverevening, Verzekerde periode en persoonskenmerken 2018 bedoeld in bijlage 5 en het format in bijlage 6 van deze Regeling
1 juni 2019
Het elektronische bestand persoonskenmerken 1 mei 20191 met inachtneming van de record lay-outs uitvraag 2019, risicoverevening, Persoonskenmerken 2019 bedoeld in bijlage 5 van deze Regeling
1 juni 2019
Het elektronische bestand gegevens GGZ 20171 met inachtneming van de record lay-outs uitvraag 2019, risicoverevening, gegevens GGZ 2017 bedoeld in bijlage 5 van deze Regeling en bestuursverklaring
1 juni 2019
Het elektronische bestand add-on geneesmiddelen 20171 met inachtneming van de record lay-outs uitvraag 2019, risicoverevening, add-ons geneesmiddelen 2017 bedoeld in bijlage 5 van deze Regeling
1 juni 2019
Het elektronische bestand fysio- en oefentherapiegegevens 20181 met inachtneming van de record lay-outs uitvraag 2019, risicoverevening, fysio- en oefentherapiegegevens 2018 bedoeld in bijlage 5 van deze Regeling
1 juni 2019
Het elektronisch bestand Wlz-gegevens 20181 met inachtneming van de record lay-outs uitvraag 2019, risicoverevening, Wlz-gegevens 2018 bedoeld in bijlage 5 van deze Regeling
1 juni 2019
Het elektronische bestand kwartaalstaat Zvw, onderdeel A en C, 1e, 2e,3e en 4e kwartaal 2019 met inachtneming van het format kwartaalstaat 2019, onderdelen A en C, en de record lay-out contractinformatie, bedoeld in respectievelijk bijlage 1 en bijlage 3 van deze Regeling
Respectievelijk 28 april 2019, 28 juli 2019, 28 oktober 2019 en 28 januari 2020
Het elektronische bestand kwartaalstaat Zvw 1e kwartaal verzekerdenstanden 20192 met inachtneming van het format kwartaalstaat 2019, onderdeel A ‘Verzekerdenstanden naar leeftijd en geslacht’ bedoeld in bijlage 1 van deze Regeling en bestuursverklaring bij de maartstand
7 maart 2019
1 De met een sterretje aangeduide gegevens moeten met een accountantsproduct conform de accountantsprotocollen van de NZa en een bestuursverklaring worden aangeleverd.
2 De met twee sterretjes aangeduide gegevens worden met alleen een bestuursverklaring aan het Zorginstituut geleverd.
Het zorgkantoor levert de in het onderstaande Schema Wlz bedoelde gegevens alsmede de verlangde bestuursverklaringen, uiterlijk op de genoemde datum in 2019 aan. Voor de gegevens vierde kwartaalstaat is de aanleverdatum overeenkomstig onderstaand schema in 2020. Het zorgkantoor dient de gegevens juist en volledig in bij het Zorginstituut, met inachtneming van de formats, bedoeld in bijlagen 7 en 8 van deze Regeling.
2
De Wlz-uitvoerder levert de in het onderstaande Schema Wlz bedoelde gegevens alsmede de verlangde bestuursverklaring, uiterlijk op 11 augustus 2019 aan. De Wlz-uitvoerder dient de gegevens juist en volledig in bij het Zorginstituut, met inachtneming van het format, bedoeld in bijlage 8 van deze Regeling.
Schema Wlz
Het elektronische bestand kwartaalstaat Wlz 1e, 2e,3e en 4e kwartaal 2019 met inachtneming van het format kwartaalstaat 2019, onderdelen 2.1 en 2.2, bedoeld in bijlage 7 van deze Regeling
Zorgkantoor
Respectievelijk 11 mei 2019, 11 augustus 2019, 11 november 2019 en 11 februari 2020
Het elektronische bestand kwartaalstaat Wlz 2e kwartaal aantal PGB-houders op 30 juni 20191 met inachtneming van het format kwartaalstaat 2019 ‘PGB’ bedoeld in bijlage 8 van deze Regeling
Zorgkantoor
11 augustus 2019
Het elektronische bestand kwartaalstaat Wlz 2e kwartaal aantal PGB-houders met huisbezoeken in 20181 met inachtneming van het format kwartaalstaat 2019 ‘PGB’ bedoeld in bijlage 8 van deze Regeling
Zorgkantoor
11 augustus 2019
Het elektronische bestand kwartaalstaat Wlz 4e kwartaal aantal PGB-houders met bewust-keuze gesprekken in 20191 met inachtneming van het format kwartaalstaat 2019 ‘PGB’ bedoeld in bijlage 8 van deze Regeling
Zorgkantoor
11 februari 2020
Het elektronische bestand kwartaalstaat Wlz Beheerskosten, met inachtneming van het format kwartaalstaat 2019 bedoeld in bijlage 8 van deze Regeling
Zorgkantoor
Respectievelijk 11 mei 2019, 11 augustus 2019, 11 november 2019 en 11 februari 2020
Het elektronische bestand kwartaalstaat Wlz 2e kwartaal verzekerdenstanden 2019* met inachtneming van het format kwartaalstaat 2019 ‘Specificatie van het totaal aantal Wlz verzekerden’ bedoeld in bijlage 8 van deze Regeling
Wlz-uitvoerder
11 augustus 2019
1 De met een sterretje aangeduide gegevens worden met een bestuursverklaring aan het Zorginstituut geleverd.
Artikel
4
Pseudonimisering
1
De zorgverzekeraar, het zorgkantoor en de Wlz-uitvoerder leveren persoonsidentificerende gegevens uitsluitend gepseudonimiseerd aan.
2
De zorgverzekeraar, het zorgkantoor en de Wlz-uitvoerder treffen technische en organisatorische voorzieningen op een passend niveau ter waarborging van de veiligheid en betrouwbaarheid van het informatieverkeer en ter bescherming van de persoonsgegevens die zij onder zich hebben.
Artikel
5
Verstrekken gegevens aan derden
1
Het Zorginstituut verstrekt de gegevens bedoeld in artikel 2 en artikel 3 op verzoek aan de NZa, voor zover de NZa onderbouwt dat die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Zvw of de Wlz door de NZa.
2
Het Zorginstituut verstrekt de kwartaal- en jaarstaten als bedoeld in artikel 2 en artikel 3 op verzoek aan het CAK, CBS, het CPB, DNB, VWS en ZN voor zover de betreffende verzoeker onderbouwt dat die informatie noodzakelijk is voor de wettelijke taak van die verzoeker.
Artikel
6
Inwerkingtreding
1
Deze regeling heeft betrekking op de gegevensaanlevering in de periode van 1 maart 2019 tot 1 maart 2020 en vervalt met ingang van 1 maart 2020, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft voor de periode waarvoor zij gelding had.
2
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 maart 2019.
Artikel
7
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling structurele aanlevering gegevens Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg 2019.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Voorzitter Raad van BestuurS.Wijma
Bijlage
1
Format kwartaalstaat 2019, specifieke informatie A
Kostenverzamelstaat
vervolg
Kosten naar deelbedragen
vervolg
Verzekerdenstand naar leeftijd en geslacht
Verzekerdenstand naar nominale premie
Instructie verantwoording kosten kwartaalstaat
Kolom 1: Lasten 2019 inclusief balanspost
In de eerste kolom verantwoordt de zorgverzekeraar:
•
het totaal van de in de verslagperiode ontvangen declaraties voor in de verslagperiode aan verzekerden verleende zorg/in de verslagperiode geopende DBC-zorgproducten/DBC’s.
•
de balanspost over het hele jaar: de declaraties die na de verslagperiode zijn ontvangen en betrekking hebben op in de verslagperiode verleende zorg/geopende DBC-zorgproducten/DBC’s en de meest actuele raming van de over het hele jaar nog te ontvangen declaraties voor in de verslagperiode verleende zorg/geopende DBC-zorgproducten/DBC’s. Indien de zorgverzekeraar lumpsum- of plafondafspraken heeft gemaakt worden deze bedragen en de verwachte bijstelling hiervan verantwoord.
Kolom 2: Ontvangen en geaccepteerde declaraties t/m Xe kwartaal 2019
In de tweede kolom verantwoordt de zorgverzekeraar:
•
het totaal van de in de verslagperiode ontvangen declaraties voor in de verslagperiode aan verzekerden verleende zorg/in de verslagperiode geopende DBC-zorgproducten/DBC’s.
Het verschil tussen kolom 1 en kolom 2 betreft dus de balanspost over het hele jaar.
Kolom 3: Lasten 2018 inclusief balanspost
In de derde kolom verantwoordt de zorgverzekeraar:
•
het totaal van de tot en met de verslagperiode (dus inclusief de in 2018) ontvangen declaraties met betrekking tot in 2018 aan verzekerden verleende zorg/in 2018 geopende DBC’s.
•
de balanspost: de declaraties die na de verslagperiode zijn ontvangen en betrekking hebben op de in 2018 verleende zorg/geopende DBC’s en de meest actuele schatting van de na de verslagperiode nog te ontvangen declaraties voor de in 2018 verleende zorg/in 2018 geopende DBC’s. Indien de zorgverzekeraar lumpsum- of plafondafspraken heeft gemaakt worden deze bedragen en de verwachte bijstelling hiervan verantwoord.
Kolom 4: Ontvangen en geaccepteerde declaraties m.b.t. 2018
In de vierde kolom verantwoordt de zorgverzekeraar:
•
het totaal van de tot en met de verslagperiode ontvangen declaraties met betrekking tot 2018 aan verzekerden verleende zorg/in 2018 geopende DBC’s.
Het verschil tussen kolom 3 en kolom 4 betreft dus de balanspost jaar 2018.
Kolom 5: Lasten 2017 en ouder inclusief balanspost
In de vijfde kolom verantwoordt de zorgverzekeraar:
•
het totaal van de tot en met de verslagperiode (dus inclusief de in 2018 en 2017) ontvangen declaraties met betrekking tot in 2017 aan verzekerden verleende zorg /in 2017 geopende DBC’s en tevens de in de verslagperiode ontvangen declaraties met betrekking tot de jaren ouder dan 2017.
•
de balanspost: de declaraties die na de verslagperiode zijn ontvangen en betrekking hebben op de in 2017 en ouder verleende zorg/geopende DBC’s en de meest actuele schatting van de na de verslagperiode nog te ontvangen declaraties voor de in 2017 en ouder verleende zorg/geopende DBC’s. Indien de zorgverzekeraar lumpsum- of plafondafspraken heeft gemaakt worden deze bedragen en de verwachte bijstelling hiervan verantwoord.
Kolom 6: Ontvangen en geaccepteerde declaraties m.b.t. 2017 en ouder
In de zesde kolom verantwoordt de zorgverzekeraar:
•
het totaal van de tot en met de verslagperiode (dus inclusief de in 2018 en 2017) ontvangen declaraties met betrekking tot in 2017 aan verzekerden verleende zorg/in 2017 geopende DBC’s en de in de verslagperiode ontvangen declaraties met betrekking tot de jaren ouder dan 2017.
Het verschil tussen kolom 5 en kolom 6 betreft dus de balanspost 2017 en ouder.
Het is niet toegestaan dat de zorgverzekeraar bij de lasten inclusief balanspost in de jaarstaat aansluit op de jaarrekening, als de afsluitdatum van de jaarrekening eerder is dan die van de jaarstaat waardoor de ramingen in de jaarstaat niet meer actueel zijn.
Kolom 1: Lasten 2018 inclusief Balanspost
In de eerste kolom verantwoordt de zorgverzekeraar:
•
het totaal van de tot en met 31 december 2018 ontvangen declaraties voor de in 2018 aan verzekerden verleende zorg /in 2018 geopende DBC’s.
•
de balanspost: de declaraties die na 31 december 2018 zijn ontvangen en betrekking hebben op de in 2018 verleende zorg/geopende DBC’s en de meest actuele raming van de na 31 december 2018 nog te ontvangen declaraties voor de in 2018 verleende zorg/in 2018 geopende DBC’s. Indien de zorgverzekeraar lumpsum- of plafondafspraken heeft gemaakt worden deze bedragen en de verwachte bijstelling hiervan verantwoord.
Kolom 2: Ontvangen en geaccepteerde declaraties m.b.t. 2018
In de tweede kolom verantwoordt de zorgverzekeraar:
•
het totaal van de tot en met 31 december 2018 ontvangen declaraties voor de in 2018 aan verzekerden verleende zorg/in 2018 geopende DBC’s.
Het verschil tussen kolom 1 en kolom 2 betreft dus de balanspost.
Kolom 3: Lasten 2017 inclusief balanspost
In de derde kolom verantwoordt de zorgverzekeraar:
•
het totaal van de tot en met 31 december 2018 (dus inclusief de in 2017) ontvangen declaraties voor de in 2017 aan verzekerden verleende zorg /in 2017 geopende DBC’s.
•
de balanspost: de declaraties die na 31 december 2018 zijn ontvangen en betrekking hebben op de in 2017 verleende zorg/geopende DBC’s en de meest actuele schatting van de na 31 december 2018 nog te ontvangen declaraties voor de in 2017 verleende zorg/in 2017 geopende DBC’s. Indien de zorgverzekeraar lumpsum- of plafondafspraken heeft gemaakt worden deze bedragen en de verwachte bijstelling hiervan verantwoord.
Kolom 4: Ontvangen en geaccepteerde declaraties m.b.t. jaar 2017
In de vierde kolom verantwoordt de zorgverzekeraar:
•
het totaal van de tot en met 31 december 2018 (dus inclusief de in 2017) ontvangen declaraties voor de in 2017 aan verzekerden verleende zorg /in 2017 geopende DBC’s.
Het verschil tussen kolom 3 en kolom 4 betreft dus de balanspost.
Kolom 5: Ontvangen en geaccepteerde declaraties m.b.t 2016 en ouder
In de vijfde kolom verantwoordt de zorgverzekeraar:
•
het totaal van de tot en met 31 december 2018 (dus inclusief de in 2017 en de in 2016) ontvangen declaraties voor de in 2016 aan verzekerden verleende zorg /in 2016 geopende DBC’s. Indien de zorgverzekeraar lumpsum- of plafondafspraken heeft gemaakt dan wordt de (administratieve) verrekening met de zorgaanbieders verwerkt in de ‘ontvangen en geaccepteerde declaraties’.
•
en tevens de in 2018 ontvangen declaraties met betrekking tot jaren ouder dan 2016
(inclusief creditnota’s).
Kolom 5 bevat geen balanspost.
Bijlage
3
Format kwartaalstaat 2019, specifieke informatie C
Specificaties rubriek 01 Huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg
contracteninformatie medisch specialistische zorg per instelling
Instructie opgave contractinformatie
Bij de opgave contractinformatie per rubriek en bij de opgave contractinformatie medisch specialistische zorg per instelling, hanteert het Zorginstituut zowel in de kwartaal- als in de jaarstaat de volgende definities van de verschillende contractvormen:
•
Aanneemsommen: contracten waarbij de aanbieder tegen een vast bedrag voor het jaar de zorg levert;
•
Plafondcontracten: contracten die wel een maximumomzet maar geen minimumomzet kennen. Hieronder vallen contracten waarbij zowel de P als de Q is afgesproken. De som van de P*Q wordt dan hierbij opgenomen;
•
Nacalculatie bij aanneemsommen en plafondcontracten: dit betreft de 'open einden' die in de aanneemsomcontracten en plafondcontracten zijn opgenomen. Het afgegrensde deel is bij de contractvorm opgenomen en onder deze categorie alleen de inschatting van de uit de nacalculatie verwachte voortvloeiende kosten. Het betreft onder andere aanpassingen die niet leiden tot een aanpassing van een breder geldend plafond, omdat dit bijvoorbeeld de prikkel voor de zorginstelling verminderd. Mogelijk wordt in plaats daarvan juist meer ruimte op andere afspraken of zelfs extra middelen gehonoreerd. Deze bonusopbrengsten (of kortingen als een doel niet wordt gehaald) kunnen dan opgevat worden als nacalculatie. Voorbeelden zijn bonusregelingen als een zorginstelling een bepaalde voorwaarde haalt, bijvoorbeeld een (permanente) verbetering van de kwaliteit van de zorg, innovatieve kosten besparingen door verbeteringen in de planbare zorg of sturen op zinnige zorg en het behalen van substitutie of samenwerkingsdoelstellingen;
•
Open einde contracten: contracten die geen enkele beperking of garantie van de omzet kennen. Ook andere contractvormen neemt de zorgverzekeraar hier op.
Bij de betreffende contractvorm geeft de zorgverzekeraar de schade op zoals hij die verwacht voor het betreffende jaar, op basis van de gemaakte afspraken en aanvullende inzichten.
•
Totaal afgesproken maximumomzet plafondcontracten: de zorgverzekeraar geeft hier de som van alle plafonds op die zijn afgesproken.
Bij de verwachte schadelast ‘gecontracteerde zorg: plafond’ geeft de zorgverzekeraar aan welke schadelast Zvw hij daadwerkelijk verwacht bij de zorgaanbieders waarmee hij een plafondcontract heeft afgesproken. De verwachte schadelast is dus kleiner dan of gelijk aan de ‘totaal afgesproken maximumomzet plafondcontracten’ (de maximumomzet van het afgesproken plafond, dus exclusief de nacalculatieafspraken bij plafondcontracten).
Als het aandeel van de zorgverzekeraar in de afgesproken maximumomzet plafondcontracten niet bekend is, dan geeft de zorgverzekeraar hier nogmaals de verwachte schadelast ‘gecontracteerde zorg: plafond’ op. De verwachte schadelast ‘plafond’ is dan dus gelijk aan de maximumomzet ‘plafond’.
Bij de opgave contractinformatie medisch specialistische zorg per instelling geeft de zorgverzekeraar een specificatie per instelling van de opgave contractinformatie medisch specialistische zorg in de kwartaalstaat. Beide opgaven betreffen dezelfde zorgaanbieders. De zorgverzekeraar geeft de AGB-code op van de zorgaanbieder waarmee het contract is gesloten. Als een contract betrekking heeft op meerdere AGB-codes, dan neemt de zorgverzekeraar een apart detailrecord op met dezelfde gegevens per contract en tevens hetzelfde contractnummer.
Bijlage
4
Format jaarstaat 2018, specifieke informatie C
Specificaties rubriek 01 Huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg
contracteninformatie medisch specialistische zorg per instelling
Specificaties afrekeningen met het buitenland
vervolg
Bijlage
5
Record lay-outs uitvraag 2019 risicoverevening
Persoonskenmerken 2019
Vervolg Persoonskenmerken 2019
Verzekerde periode en persoonskenmerken 2018
Vervolg Verzekerde periode en Persoonskenmerken 2018
Farmaciegegevens 2018
Vervolg Farmacie gegevens 2018
DBC’s somatisch 2017
Vervolg DBC’s somatisch 2017
GGZ 2017
Vervolg GGZ 2017
Kosten per verzekerde 2016
Vervolg Kosten per verzekerde 2016
Kosten per verzekerde 2017
Vervolg Kosten per verzekerde 2017
Hulpmiddelengegevens 2018
Vervolg Hulpmiddelengegevens 2018
Add-on geneesmiddelen 2017
Vervolg Add-ons geneesmiddelen 2017
Fysio- en oefentherapiegegevens 2018
Vervolg Fysio- en oefentherapiegegevens 2018
Wlz gegevens 2018
Vervolg Wlz gegevens 2018
Instructie Afsluitdatum bestanden
In de bestanden Farmaciegegevens 2018, DBC-gegevens somatisch geopend in 2017, gegevens GGZ 2017, Hulpmiddelengegevens 2018, Add-ons geneesmiddelen 2017, fysiotherapie 2018 en Kosten per verzekerde 2017 betrekt de zorgverzekeraar alle op verzekerdenniveau ontvangen declaraties, die hij gegeven de aanleverdatum van het bestand kan meenemen. De zorgverzekeraar neemt geen raming op van nog te ontvangen declaraties.
In het bestand Kosten per verzekerde 2016 betrekt de zorgverzekeraar de tot en met 31 december 2018 ontvangen declaraties op verzekerdenniveau.
Instructie Kosten per verzekerde
In het definitieve bestand Kosten per verzekerde 2016 heeft de zorgverzekeraar de verrekeningen verwerkt tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder als gevolg van overeengekomen lumpsumfinanciering dan wel het overeengekomen plafondbedrag.
Voor de verrekeningen met de regionale ambulancevoorzieningen geldt dat de zorgverzekeraar zelf de kosten per verzekerde per zorgaanbieder volgens een logische verdeelsleutel corrigeert op basis van de informatie van de NZa over de verrekenbedragen per zorgaanbieder per zorgverzekeraar.
In het bestand Kosten per verzekerde 2016 neemt de zorgverzekeraar de volgende kosten niet mee: vaste zorgkosten en kosten van kwaliteitsgelden zoals verantwoord bij rubriek 16 in de jaarstaat.
Als kosten buitenland via Zorginstituut Nederland neemt de zorgverzekeraar mee de door hem goedgekeurde declaraties van kosten met transactiejaar 2016.
Bijlage
6
Format Opgave verzekerden zonder BSN en verzekerden zonder geverifieerd BSN 2018
Instructie verzekerden zonder (geverifieerd) BSN
De zorgverzekeraar ontvangt in beginsel uitsluitend een vereveningsbijdrage voor verzekerden met een geverifieerd BSN, die zijn opgenomen in het bestand Verzekerde periode en persoonskenmerken mét BSN over het vereveningsjaar T, aanleverdatum 1 juni T+1. De zorgverzekeraar moet zich inspannen om het BSN van een verzekerde tijdig te verkrijgen en te verifiëren zodat verzekerden volledig in de risicoverevening kunnen worden betrokken.
In theorie kunnen zich twee ‘problemen’ voordoen waardoor de zorgverzekeraar geen bijdrage ontvangt voor een verzekerde, namelijk als er bij aanlevering van het bestand Verzekerd periode en persoonskenmerken voor de betreffende verzekerde, die in jaar T verzekerd was
•
geen geverifieerd BSN is, of
•
geen BSN is.
Nadat de zorgverzekeraar de verzekeringsplicht heeft vastgesteld, is de zorgverzekeraar verplicht om een verzekerde zonder (geverifieerd) BSN wél te accepteren. Als er sprake is van een uitzonderingssituatie en is voldaan aan de voorwaarden, dan neemt de zorgverzekeraar de betreffende verzekerde op in het deelbestand ‘Verzekerde periode en persoonskenmerken, verzekerden zonder BSN en verzekerden zonder geverifieerd BSN’ over het vereveningsjaar T, aanleverdatum 1 juni T+1. Die verzekerden betrekt het Zorginstituut alsnog bij de risicoverevening, zij het met een bijdrage die uitsluitend gebaseerd is op de kenmerken leeftijd, geslacht en regio (indien woonachtig in Nederland).
Voorwaarden voor opname in het deelbestand
Opname in het bestand is uitsluitend mogelijk nadat de verzekeringsplicht voor de betreffende verzekerde is vastgesteld. Aangezien er geen (geverifieerd) BSN is, vraagt dit extra inspanning van de zorgverzekeraar. Ook de actualiteit van de verzekeringsplicht is van belang. Bijvoorbeeld: een verzekerde die in Nederland werkt en/of woont en gedurende een jaar ingeschreven staat, maar nog steeds geen (geverifieerd) BSN heeft; is er nog wel recht op inschrijving en zo ja, waarom is er nog steeds geen geverifieerd BSN?
Daarnaast moeten de zorgverzekeraars zich extra inspannen om ervoor te zorgen dat de juiste en bij die persoon horende gegevens worden verzameld en geregistreerd en actueel zijn. Dit is ook van belang bij de verificatie, als er wel een BSN is. Uit informatie van de Belastingdienst is gebleken dat de verificatie veelvuldig mislukt, omdat de door de zorgverzekeraar aangeleverde gegevens niet volledig en/of niet juist zijn. Als de verificatie mislukt, dient de zorgverzekeraar tijdig na te gaan of de aangeleverde gegevens juist en volledig waren.
Van de verzekerden die de zorgverzekeraar in het bestand opneemt moeten alle gevraagde gegevens zijn vermeld en moet de motivatie voldoende zijn.
De zorgverzekeraars doen er goed aan om
•
ingezetenen te wijzen op hun plicht om zich bij een gemeente in te schrijven (wat leidt tot opname in de Basisregistratie Personen en daarmee tot het toekennen van een BSN)
•
niet-ingezetenen die hier arbeid verrichten te wijzen op hun plicht om een sofinummer aan te vragen.
Het is niet toegestaan om in dit bestand pasgeborenen in Nederland op te nemen. De periode na afloop van het verzekeringsjaar tot de aanleverdatum van het bestand over dat jaar is ruim genoeg.
Verzekerden zonder BSN
Bij verzekerden zonder BSN zal er in vrijwel alle gevallen sprake zijn van ‘buitenlandsituaties’ of van een bijzondere omstandigheid bij Nederlands ingezetenen. Grofweg (niet limitatief) zijn er de volgende categorieën te onderscheiden waarin er sprake is van verzekeringsplicht en mogelijk geen BSN:
•
In het buitenland geboren, verzekeringsplichtige gezinsleden (kinderen) van naar het buitenland uitgezonden verzekeringsplichtige ambtenaren of van in het buitenland gedetacheerde, verzekeringsplichtige werknemers. Bij detachering geldt het volgende voor de verzekeringsplicht van gezinsleden:
–
detachering in een EU land waarmee Nederland een ziektekostenregeling heeft: bij verblijf korter dan één jaar, waarbij het blijven wonen in Nederland aannemelijk is, zijn gezinsleden verzekeringsplichtig,
–
detachering in een land waarmee Nederland een verdrag heeft zonder ziektekostenregeling: gezinsleden zijn verzekeringsplichtig afhankelijk van de afspraken in het verdrag met het betreffende land. Verzekeringsplicht is alleen geregeld in de verdragen met de landen Australië, Canada, inclusief Quebec, Israël, Verenigde Staten, Zuid Korea en India,
–
bij detachering in Noorwegen zijn gezinsleden verzekeringsplichtig;
•
Verzekeringsplichtige gezinsleden van in Nederland gedetacheerde werknemers. Echter, indien langdurig woonachtig in Nederland, ligt inschrijving in de Basisregistratie Personen en dus een BSN in de rede;
•
Baby’s die kort geleefd hebben;
•
Beschermd getuige: een verzekeringsplichtige die wel een BSN heeft maar dat niet kenbaar mag maken; in de praktijk is er dan geen BSN.
Verzekerden zonder (geverifieerd) BSN
Tijdelijk werknemer in Nederland, woonachtig in het buitenland, is verzekeringsplichtig en verplicht om een BSN aan te vragen. Bij kortdurende dienstverbanden kan het zijn dat een BSN niet tijdig is verkregen of geverifieerd en dat de zorgverzekeraar wel de verzekeringsplicht heeft vastgesteld. Bij een langere inschrijfduur moet de zorgverzekeraar nagaan of de verzekerde nog wel verzekeringsplichtig is: of hij nog in Nederland werkt en/of inmiddels in Nederland woont en zo ja waarom er dan nog steeds geen (geverifieerd) BSN is. Gezinsleden zijn niet verzekeringsplichtig.
Bijlage
7
Format kwartaalstaat Wlz 2019, specificaties kosten en productie zorg
vervolg
vervolg
vervolg
vervolg
vervolg
vervolg
Toelichting
In de eerste, respectievelijk de tweede kolom verantwoordt het zorgkantoor elk kwartaal cumulatief de gerealiseerde productie (aantallen) en kosten (aantallen*tarief) per zorgprofiel/subcategorie. Als een zorgaanbieder zijn productierealisatie niet tijdig heeft ingediend bij het zorgkantoor, neemt het zorgkantoor voor deze ontbrekende gegevens de productie (aantallen en bedragen) op volgend uit de productieafspraak met de desbetreffende zorgaanbieder, omgerekend naar de desbetreffende verslagperiode, of het zorgkantoor neemt een zo goed mogelijke schatting op van de te verwachte realisatie.
Als de verslagperiode van een zorgaanbieder op vierwekelijkse basis is, rekent het zorgkantoor deze gegevens om naar kwartaalbasis.
Bijlage
8
Format kwartaalstaat Wlz 2019, specificaties PGB, beheerskosten en aantal Wlz verzekerden
Instructie aantal PGB-houders
De ingangsdatum en de beëindigingsdatum van het PGB zijn bepalend. Bijvoorbeeld:
•
Een cliënt waaraan op 15 juli een PGB is toegekend met als ingangsdatum 15 juni, telt op 30 juni mee als budgethouder
•
Een cliënt die op 25 juni overlijdt, telt op 30 juni niet mee als budgethouder. Dat is ook het geval als er na het overlijden van deze cliënt nog sprake is van beëindigingskosten
•
Een budgethouder telt na opname in een instelling nog twee maanden mee als budgethouder.
Instructie aantal PGB-houders met huisbezoek(en)
Een huisbezoek aan een budgethouder is een fysiek uitgevoerd huisbezoek (niet in combinatie met een bewuste-keuze gesprek) waarvan de uitkomsten voor 1 januari 2019 intern geadministreerd zijn.
Instructie aantal PGB-aanvragers met bewuste-keuze gesprek(ken)
Het zorgkantoor telt alle PGB-aanvragers met bewuste-keuze gesprek(ken), ongeacht of de aanvraag dan wel het bewuste-keuze gesprek tot toekenning van een PGB heeft geleid.
Instructie beheerskosten
De kosten van intern personeel betreffen salarissen, sociale lasten, pensioenen en personeelsvoorzieningen, zoals opleidingen. Kosten extern personeel zijn personeelslasten van werkzaamheden die het zorgkantoor aan externen heeft uitbesteed. Overige beheerskosten zijn beheerskosten die niet direct zijn toe te rekenen aan personeelslasten van intern of extern personeel, zoals doorbelaste kosten vanuit het concern.