Deelreglement Realisering van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film

De Stichting Nederlands Fonds voor de Film,
gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht,
met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 25 april 2019,

besluit:

Algemeen

– definities –

Artikel

1

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • afwerking: het voor bioscoopvertoning en verdere exploitatie gereed maken van een filmproductie na voltooiing van de werkkopie (maakt onderdeel uit van realisering);

  • animatic: opeenvolging van meestal getekende storyboard-beelden die het scenario weergeven, dezelfde lengte als de te produceren animatiefilm heeft en minimaal van dialogen is voorzien;

  • animatie: een filmproductie die een kunstmatige filmtechniek hanteert waarbij door het na elkaar afspelen van verschillende stilstaande beelden de illusie van beweging ontstaat;

  • arthouse film: een speelfilm waarbij de nadruk op de artistieke kwaliteit ligt en het eindresultaat dusdanig eigenzinnig en bijzonder is dat dit in potentie nationaal en/of internationaal herkend en gewaardeerd wordt;

  • bestuur: de directeur/bestuurder van het Fonds;

  • bioscoopuitbreng: de landelijke distributie van een filmproductie, die na de première gedurende meerdere weken en in meerdere bioscopen en/of filmtheaters voor een betalend publiek in Nederland wordt uitgebracht;

  • categorie: een soort filmproductie;

  • completion bond: de verzekering die waarborgt dat de filmproductie zal worden afgemaakt en opgeleverd onder in de verzekeringspolis opgenomen (budgettaire) voorwaarden, of dat – als de productie zou worden gestaakt – de tot dan toe gemaakte productiekosten worden terugbetaald;

  • coproductie: een filmproductie, waaraan twee of meer coproducenten risicodragend, op basis van een door alle partijen goedgekeurd filmplan en/of scenario een inhoudelijke en financiële bijdrage leveren;

  • crossover film: auteursfilm die de kwaliteit heeft om een breder publiek in binnen- en buitenland te bereiken en in Nederland zowel in filmtheaters als in bioscopen wordt uitgebracht;

  • crossmediaal marketing & distributieplan: een gedetailleerd plan van alle activiteiten op het gebied van marketing en distributie, waarbij gebruik gemaakt wordt van alle mogelijke vormen van promotie, publiciteit en (social) media, ten behoeve van de bioscoopuitbreng en verdere exploitatie van de filmproductie;

  • DCP: (digital cinema package) de digitaal opgeslagen kopie van de filmprint, die in een bioscoop kan worden vertoond;

  • debuutfilm: een film waarmee een scenarist, regisseur of producent debuteert in een specifieke categorie waarin de desbetreffende scenarist, regisseur of producent nog niet eerder zelfstandig verantwoordelijk was voor een film die is gerealiseerd en openbaar gemaakt.

  • distributie: de professionele uitbreng en exploitatie van filmproducties;

  • documentaire: een non-fictie filmproductie geschikt voor bioscoopvertoning die een aspect van de werkelijkheid belicht waarbij de eigen visie van de regisseur wordt vormgegeven met creatieve gebruikmaking van filmische middelen in een persoonlijke stijl;

  • filmconsulent: een gespecialiseerd filmprofessional die voor een beperkte periode door het Fonds is aangesteld om te adviseren over aanvragen bij het Fonds;

  • filmdistributeur: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de distributie en exploitatie van filmproducties in de Nederlandse bioscoop en via andere distributiekanalen. De rechtspersoon is ten tijde van de subsidieaanvraag gedurende minimaal twee jaar daarvoor gevestigd en actief geweest in Nederland, een lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland;

  • filmplan: het plan tot uitvoering; een met elkaar samenhangend geheel van activiteiten dat bestaat uit het financieren, het tot stand brengen en (doen) exploiteren van een filmproductie;

  • filmprint: het negatief c.q. de definitieve (digitale) eindversie van de filmproductie waarvan later (digitale) kopieën worden gemaakt;

  • filmproductie: een cinematografisch werk;

  • het Fonds: Stichting Nederlands Fonds voor de Film;

  • internationale coproductie: een in Nederland uit te brengen, internationaal gecoproduceerde filmproductie;

  • korte film: een filmproductie met een vertoningsduur tot 60 minuten;

  • lange animatiefilm: een speelfilm die een kunstmatige filmtechniek hanteert waarbij door het na elkaar afspelen van verschillende stilstaande beelden de illusie van beweging ontstaat;

  • mainstream film: een speelfilm waarbij de nadruk ligt op de kwaliteit en publiekspotentie, dat wil zeggen de grootte van het publieksbereik in samenhang met de beoogde exploitatieresultaten;

  • majoritair (co)producent: een productiemaatschappij van een in de Nederlandse bioscoop en/of filmtheaters uit te brengen (internationale) filmproductie, die risicodragend investeert, hoofdverantwoordelijk en in doorslaggevende mate beslissingsbevoegd is en die een meerderheid van de financiering van de filmproductie bijeen heeft gebracht (of zal brengen);

  • marketing & promotie: activiteiten die gericht zijn op het maximaliseren van het publieksbereik en onder meer bestaan uit het opstellen en uitvoeren van een op de filmproductie toegesneden crossmediaal marketing en distributieplan, met daarin een heldere positionering van de filmproductie aansluitend op de doelgroep en een uitwerking van de plaats van uitbreng, een media- en publiciteitsplan, de (joint)promoties en eventuele merchandising;

  • marketing- en distributiestrategie: de uitgewerkte strategie, gericht op marketing en promotie alsmede de feitelijke bioscoopuitbreng en de verdere exploitatie van een specifieke filmproductie;

  • marktpartijen: partijen wier reguliere professionele activiteiten zijn gericht op het distribueren en exploiteren van filmproducties, in de ruimste zin des woords, ofwel partijen die risicodragende investeringen doen;

  • matching bijdrage: een bijdrage van het Fonds die wordt toegekend indien specifieke partijen ook een bepaalde bijdrage leveren;

  • minoritair coproducent: een productiemaatschappij van een in de Nederlandse bioscoop en/of filmtheaters uit te brengen (internationale) coproductie, die risicodragend investeert maar in beperkte mate beslissingsbevoegd en verantwoordelijk is en die een minderheid van de financiering van de filmproductie bijeen heeft gebracht (of zal brengen);

  • minoritaire coproductie: een internationale coproductie waarbij de Nederlandse producent een minoritaire coproducent is;

  • New Screen NL: het programma dat zich primair richt op ontwikkeling van nieuw talent, de korte film in alle categorieën, en onderzoek & experiment;

  • non theatrical release: alle mogelijke vormen van distributie van een filmproductie, uitgezonderd die via bioscopen en filmtheaters, waaronder in ieder geval wordt begrepen de distributie op DVD en Blu ray, via televisie, Video On Demand, pay per view- en online distributiekanalen;

  • onderzoek & experiment: een filmproductie die naar het oordeel van het bestuur binnen de categorieën speelfilm, documentaire, animatie en korte film onderzoekend en/of grensverleggend is;

  • openbaarmaking: het aan het publiek bekend maken middels vertoning van de filmproductie;

  • outreach campagne: een marketingmethode waarbij gericht gezocht wordt naar geloofwaardige ‘influencers’ (mensen, organisaties, stichtingen enz.) die een duidelijke en sterke link hebben met het onderwerp van de film, die op hun beurt een heel gerichte doelgroep kunnen bereiken en informeren over de film;

  • overbruggingskrediet: een gegarandeerd financieel krediet ten behoeve van de totstandkoming van een filmproductie dat beschikbaar is gesteld door een derde gedurende de gehele productieperiode van waaruit productiekosten in afwachting van de betalingstermijnen van financiers worden voorgefinancierd;

  • picture lock: de door producent en regisseur definitief vastgestelde montageversie van de filmproductie, op basis waarvan de verdere nabewerking plaatsvindt;

  • printkosten: de kosten voor het verveelvoudigen van de filmprint en/of vervaardigen van een DCP (Digital Cinema Package) voor vertoning van de filmproductie;

  • prints & advertising: de directe kosten na de fase van realisering die samenhangen met de bioscoopuitbreng en promotie van de voor vertoning gereed zijnde filmproductie en de kosten van de uitbrengkopieën (printkosten/DCP);

  • producent: de natuurlijke persoon die de productiemaatschappij rechtsgeldig vertegenwoordigt en binnen de organisatie van de productiemaatschappij beleidsmatig, bedrijfsmatig en inhoudelijk eindverantwoordelijk is;

  • productiekosten: de kosten gemoeid met de realisering van een filmproductie;

  • productiemaatschappij: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de productie en exploitatie van filmproducties en andere audiovisuele mediaproducties. De rechtspersoon is ten tijde van de subsidieaanvraag gedurende minimaal twee jaar daarvoor gevestigd en actief geweest in Nederland, een lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland;

  • programma: een samengesteld subsidieprogramma van het Fonds met een specifieke doelstelling;

  • realisering: alle werkzaamheden na de fase van ontwikkeling die verbonden zijn aan het tot stand brengen en voor vertoning gereed maken van een filmproductie die primair bestemd is voor bioscoopuitbreng in Nederland;

  • regisseur: een natuurlijk persoon die de artistieke regie voert over de uitvoering van een filmproductie;

  • sales deliveries: de (promotie) materialen, waaronder een internationale presskit, die een internationale sales agent nodig heeft ten behoeve van de internationale verkoop van de filmproductie;

  • scenario: een beschrijving van opeenvolging van scènes en geschreven tekst met dialoog geschikt om te verfilmen tot een filmproductie;

  • scenarist: de schrijver van een synopsis, treatment, scenario of documentairescript;

  • Screen NL: het programma voor ontwikkeling en productie van speelfilms, lange animatiefilms en lange documentaires die zijn gericht op zowel theatrical als non-theatrical release.

  • speelfilm: een filmproductie in het genre fictie met een vertoningsduur van tenminste 60 minuten, die primair bestemd is voor bioscoopuitbreng;

  • theatrical release: de distributie van de filmproductie in de bioscoop of filmtheater;

  • toeslag: een aanvullende fondsbijdrage op grond van vooraf vastgestelde criteria opgenomen in het Financieel & Productioneel Protocol;

  • werkkopie: de montageversie die voorafgaand aan de ‘picture lock’ van de filmproductie ter bespreking wordt voorgelegd aan het Fonds en een duidelijke opzet van de definitieve filmproductie toont.

– toepasselijkheid reglementen –

Artikel

2

– aanvraag –

Artikel

3

– aanvrager –

Artikel

4

– subsidievorm –

Artikel

5

– beoordeling subsidie voor realisering –

Artikel

6

– onderlinge verhouding financiële bijdragen –

Artikel

7

– samenwerkingsprojecten –

Artikel

8

– voorbereiding besluitvorming en aanvullende bijdragen –

Artikel

9

– aanvullende eisen –

Artikel

10

– verplichtingen subsidieontvanger –

Artikel

11

– uitvoeringsovereenkomst –

Artikel

12

– betrokkenheid regisseurs en scenaristen –

Artikel

13

Het bestuur kan, gelet op de doelmatige besteding van middelen, voorwaarden dan wel beperkingen stellen aan de betrokkenheid van regisseurs en scenaristen.

– bestedingsverplichting –

Artikel

14

De betreffende filmproductie dient een impact te hebben op de audiovisuele sector en het filmklimaat in Nederland. De aanvrager is verplicht een bedrag gelijk aan de verleende subsidie te besteden in Nederland. Het deel van de productiekosten dat in Nederland wordt uitgegeven wordt, evenals de besteding in mogelijke andere territoria, separaat aangegeven in de ingediende productiebegroting. In het geval dat andere bijdragen of subsidies zijn verstrekt die kwalificeren als staatssteun, waaraan een (gedeeltelijke) bestedingsverplichting in Nederland is verbonden, dan staat het de aanvrager te allen tijde vrij om 20% van de begrote productiekosten te besteden in een andere lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland.

– subsidiabele activiteit realisering minoritaire coproductie –

Artikel

15

Voor een aanvraag voor subsidie voor een internationale minoritaire coproductie gelden de volgende voorwaarden:

  • 1.

    Uitsluitend minoritaire coproducties die geen andere bijdrage in de realisering van het Fonds op grond van het Deelreglement Realisering hebben ontvangen komen in aanmerking voor een bijdrage.

  • 2.

    Minoritaire coproducties met een vertoningsduur van tenminste 60 minuten voor de categorieën speelfilm (waaronder lange animatiefilm) en documentaire en ten hoogste 60 minuten voor de categorie korte animatie en de categorie onderzoek & experiment komen in aanmerking, indien het aandeel in de filmproductie van de Nederlandse minoritaire coproducent, alsmede de aard van de betrokken Nederlandse inbreng en publieksbereik in Nederland evident zijn.

  • 3.

    Er wordt prioriteit gegeven aan:

    • a.

      minoritaire coproducties waarvan de buitenlandse majoritaire coproducent is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie, of in een staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland, of een staat waarmee de Nederlandse overheid een bilateraal verdrag aangaande filmproducties heeft afgesloten; en,

    • b.

      eigenzinnige, artistieke minoritaire coproducties met gerede kans op internationale festivalselectie en internationale distributie en met een substantiële creatieve en technische inbreng vanuit Nederland; en,

    • c.

      filmproducties die geregisseerd worden door regisseurs die met (een) eerdere filmproductie(s) zijn geselecteerd op een toonaangevend internationaal filmfestival en waarvan (een) eerdere filmproductie(s) in meerdere landen is (zijn) uitgebracht; en,

    • d.

      minoritaire coproducties waarvan de wederkerigheid op basis van eerdere of toekomstige coproducties is aangetoond; en,

    • e.

      filmproducties van regisseurs waarvan (een) eerdere filmproductie(s) in Nederland theatrical is (zijn) uitgebracht; en

    • f.

      filmproducties die naast de bioscoopuitbreng in het land van de hoofdproducent ook een gegarandeerde bioscoopuitbreng in Nederland krijgen.

  • 4.

    Op het moment van indiening van de aanvraag bij het Fonds, dient minimaal 50% van de financiering uit het land van de buitenlandse majoritaire coproducent afkomstig en schriftelijk toegezegd te zijn.

  • 5.

    De totale inbreng van Nederlandse fondsen en marktpartijen in de realisering van de filmproductie dient minimaal 10% te bedragen van de totale productiekosten.

  • 6.

    Tenzij in bilaterale verdragen met het Fonds anders is overeengekomen of het bestuur zwaarwegende redenen ziet hiervan af te wijken, dient de aanvrager met inachtneming van artikel 14, de bijdrage(n) van het Fonds volledig in Nederland te besteden. Het deel van de productiekosten dat in Nederland wordt uitgegeven wordt in een aparte kolom aangegeven in de ingediende productiebegroting. Deze bestedingsverplichting staat los van eventuele verdere bestedingsverplichtingen op basis van andere regelingen van het Fonds of die door andere (Nederlandse) financiers worden opgelegd.

  • 7.

    De aanvrager dient een verklaring of overeenkomst ondertekend door de buitenlandse majoritaire coproducent te overleggen waaruit blijkt hoe de coproductie vorm krijgt en wat de verdeling van taken en verantwoordelijkheden zal zijn.

  • 8.

    De aanvrager dient te beschikken over de exclusieve verfilmings- en exploitatierechten voor bij voorkeur de Benelux en, indien de rechten voor België en Luxemburg reeds vergeven zijn, tenminste over deze rechten op het Nederlandse territorium.

  • 9.

    De aanvrager deelt in verhouding tot de buitenlandse majoritaire coproducent pro rato mee in de wereldopbrengsten van de filmproductie.

  • 10.

    De aanvrager verplicht zich in de af te sluiten coproductieovereenkomst met de buitenlandse majoritaire coproducent te bedingen dat eventuele financiële bijdragen in het kader van Eurimages en/of andere Europese financiering pro rato toegerekend worden aan de aanvrager.

  • 11.

    De filmproductie dient een (non) theatrical release in Nederland te krijgen. Voor de categorieën speelfilm, lange animatiefilm en documentaire dient de aanvrager een schriftelijke verklaring ondertekend door een Nederlandse filmdistributeur en/of indien van toepassing van een Nederlandse zendgemachtigde te overleggen, alsmede een plan voor de uitbreng van de filmproductie in Nederland.

– subsidiabele activiteit afwerking –

Artikel

16

– oplevering werkkopie en picture lock –

Artikel

17

– digitale conservering en exploitatie –

Artikel

18

Bijzondere bepalingen ten aanzien van de categorieën

Speelfilm en lange animatiefilm

– subsidiabele activiteit –

Artikel

19

Documentaire

– subsidiabele activiteit –

Artikel

20

Animatie

– subsidiabele activiteit –

Artikel

21

Onderzoek & experiment

– subsidiabele activiteit –

Artikel

22

– beoordelingscriterium –

Artikel

23

Bij de beoordeling van een subsidieaanvraag beoordeelt het bestuur, in aanvulling op de criteria van Artikel 5 van het Algemeen Reglement of de filmproductie in de categorie onderzoek & experiment naar het oordeel van het bestuur bijdraagt aan de creatieve en technische innovatie van de cinematografie. Voor een toekenning dient ook de beoordeling van dit criterium positief te zijn.

Korte film

– subsidiabele activiteit –

Artikel

24

Slot- en overgangsbepalingen

Artikel

25