Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 23 april 2019 nr. 1394232, houdende de instelling van een klachtencommissie ongewenste omgangsvormen bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Regeling Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen OCW 2019)

Regeling Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen OCW 2019

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Met instemming van de Departementale Ondernemingsraad en gehoord het Departementaal Georganiseerd Overleg van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • beklaagde: degene op wie de klacht betrekking heeft;

  • commissie: klachtencommissie, bedoeld in artikel 3;

  • hoofd P&O: hoofd van het domein P&O bij het ministerie, als bedoeld in artikel 10;

  • klager: medewerker die een klacht heeft ingediend bij de commissie;

  • medewerker: degene die werkzaamheden verricht of heeft verricht bij het ministerie of onder haar ressorterende diensten;

  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • ministerie: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • ongewenste omgangsvormen: iedere vorm van sociale interactie waarbij sprake is van factoren van direct of indirect onderscheid in de arbeidssituatie die stress teweegbrengen, met inbegrip van intimidatie, seksuele intimidatie, agressie, geweld en pesten;

  • secretaris-generaal: secretaris-generaal van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • vertrouwenspersoon: een als zodanig aangewezen persoon.

§

2

Werkingsgebied

Artikel

2

De medewerker die wordt of is geconfronteerd met ongewenste omgangsvormen kan zich, al dan niet met behulp van een vertrouwenspersoon, wenden tot zijn direct leidinggevende of een klacht indienen bij de commissie.

§

3

Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen OCW

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De commissie wordt bijgestaan door een (ambtelijk) secretaris, die wordt aangewezen door het hoofd P&O.

Artikel

6

Artikel

7

De bij de behandeling van de klacht betrokken leden van de commissie stellen het rapport en het advies bij meerderheid van stemmen vast.

  • 1.

    Voorzitter en secretaris ondertekenen het rapport, het advies en de eventuele aanbevelingen.

  • 2.

    De secretaris draagt zorg voor de verzending van het rapport, het advies en de eventuele aanbevelingen.

Artikel

8

In het kader van het onderzoek naar een klacht kan de commissie:

  • a.

    derden uitnodigen voor een gesprek om tekst, uitleg en inlichtingen te verschaffen;

  • b.

    verzoeken om toezending van stukken die betrekking hebben op de klacht;

  • c.

    een onderzoek op de werkplek instellen of doen instellen;

  • d.

    zich door deskundigen van advies bijstand te laten dienen;

  • e.

    ook anderszins de medewerking te vragen die zij nodig acht voor de behandeling van de klacht.

Artikel

9

Artikel

10

§

4

Faciliteiten

Artikel

11

De secretaris-generaal biedt de leden van de commissie de faciliteiten die nodig zijn voor de uitvoering van de opgedragen taken.

§

5

Geheimhoudingsplicht

Artikel

13

§

6

Rechtspositie

Artikel

14

Een klager ondervindt in zijn positie als medewerker geen nadeel van het te goeder trouw indienen van een klacht.

§

7

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

15

Ingetrokken worden:

  • a.

    Regeling klachtenprocedure ongewenst gedrag OCW 2004.

  • b.

    Instellingsbesluit Klachtencommissie ongewenst gedrag OCW 2005.

Artikel

16

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

17

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen OCW 2019.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven