Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en van de Minister van Defensie, van 25 mei 2019, nr. IENW/BSK-2019/95910, tot vaststelling van de organisatie van de Kustwacht voor Nederland (Regeling organisatie Kustwacht Nederland)

Regeling organisatie Kustwacht Nederland

De Ministers van Infrastructuur en Waterstaat en Defensie,
Handelende in overeenstemming met de Ministers van Justitie en Veiligheid, van Financiën, van Economische Zaken en Klimaat en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
Gelet op artikel 44 van de Grondwet, de artikelen 5, eerste lid, 17, eerste lid, 23 en 36, eerste lid, van de Wet bestrijding maritieme ongevallen en de artikelen 10:3, 10:4, eerste lid, en 10:6 van de Algemene wet bestuursrecht, Richtlijn nr. 2010/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten en tot intrekking van Richtlijn 2002/6/EG (PbEU L 283), Hoofdstuk V, Voorschrift 19-1, van het op 1 november 1974 te Londen tot stand gekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157), en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen (SOLAS-verdrag), Richtlijn nr. 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen (PbEG L 332), Richtlijn nr. 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot het intrekken van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad (PbEG L 131), verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten (PbEU L 129), richtlijn nr. 2005/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende geharmoniseerde River Information Services (RIS) op de binnenwateren in de Gemeenschap (PbEU L 255), richtlijn nr. 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende havenstaatcontrole (Herschikking) (PbEU L 131), en de artikelen 29 en 30 van de Wet havenstaatcontrole, 12 en 12a van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, 1, 2, 3, 4, 10, eerste lid, 11, 12, 16, 21, derde lid, en 22 van het Besluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerkingen scheepvaart, 9.07 van het Binnenvaartpolitiereglement, 9 van het Loodsplichtbesluit 1995, 21, 29 en 38, van het Scheepvaartreglement Eemsmonding, 5 van het Scheepvaartreglement territoriale zee, 2, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, van het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen, 51 van het Scheepvaartreglement Westerschelde, 5 van het Vaststellingsbesluit binnenvaartpolitiereglement; de artikelen 27, eerste lid, van de Vervoersnoodwet, 22, eerste lid, van de Havennoodwet en 16, tweede lid, van de Prijzennoodwet; artikel 25 van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109) en het op 27 april 1979 te Hamburg tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake opsporing en redding op zee (Trb. 1980, 181); de artikelen 3, 18, tweede lid, en 19, eerste en tweede lid, van het Besluit luchtverkeer 2014; het in 1960 in Londen mede door de Nederlandse Regering ondertekende Internationale Verdrag voor de Beveiliging van Mensenlevens op Zee, Hoofdstuk 5 bepaling 4 (meteorologische dienstverlening), en gezien het rapport van overleg dat terzake heeft plaats gehad tussen met name de vertegenwoordigers van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, de Hoofddirectie van Rijkswaterstaat en het Ministerie van Defensie in het Interdepartementaal Directeurenoverleg Noordzee van 13 juni 2001; de artikelen 12, 22, 32, 46, 48, eerste lid, 51, 54, 58 en 65 van het Schepenbesluit 2004, de artikelen 5, eerste lid, 26e, tweede lid, en 26f van de Schepenwet en de artikelen 3, eerste lid, 7, eerste lid, en 11, tweede lid, van de Wet buitenlandse schepen, op richtlijn nr. 92/29/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 31 maart 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid ter bevordering van een betere medische hulpverlening aan boord van schepen (PbEG L 113), alsmede op de in artikel 1 van deze regeling genoemde Codes, richtlijnen en verordeningen;

BESLUITEN

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • APB: activiteitenplan en begroting waarin onder andere uitgaande van het dienstverleningsplan en het handhavingsplan de middelen voor en de prioritering van de taakuitvoering in de Kustwacht wordt vastgelegd voor een bepaald kalenderjaar en gepland voor de daaropvolgende vijf kalenderjaren;

  • diensten: diensten en organisaties, genoemd in artikel 6;

  • dienstverleningsplan: plan waarin de gewenste taakuitvoering in de Kustwacht en resultaten met betrekking tot dienstverlening worden vastgelegd op basis van beleidsdoelen en beleidsprioriteiten voor een kalenderjaar en gepland voor de daarop volgende vijf kalenderjaren;

  • Directeur Kustwacht: Directeur Kustwacht, genoemd in artikel 14;

  • gecombineerd jaarplan: het document waarin het handhavingsplan, het dienstverleningsplan en het APB zijn samengevoegd;

  • gezag: het gezag over de uitvoering van de politietaak, genoemd in artikelen 11, 12, 13 en 14 van de Politiewet 2012;

  • handhavingsplan: plan waarin de gewenste taakuitvoering in de Kustwacht en resultaten met betrekking tot toezicht en handhaving worden vastgelegd op basis van beleidsdoelen en beleidsprioriteiten voor een bepaald kalenderjaar en gepland voor de daarop volgende vier kalenderjaren;

  • Kustwacht: samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 2;

  • kustwachtcentrum: kustwachtcentrum, bedoeld in artikel 3;

  • kustwachtorganisatie: kustwachtorganisatie, bedoeld in artikel 4;

  • middelen: financiële en materiële en personele middelen die de Directeur Kustwacht ter beschikking worden gesteld ten behoeve van de taakuitvoering van de Kustwacht;

  • ministers: de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Defensie, de Minister van Justitie en Veiligheid, de Minister van Financiën, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • opdrachtgevende ministers: de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Justitie en Veiligheid, de Minister van Financiën, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • SAR-taken: search and rescue-taken, zijnde de opsporing en redding van in nood verkerende bemanningen en passagiers van vliegtuigen en schepen.

  • taakuitvoering in de Kustwacht: geheel van bij of krachtens een verdrag of wet vastgestelde taken die de diensten of de Directeur Kustwacht gelet op het APB uitvoeren en andere, uit het APB voortvloeiende taken die de diensten of de Directeur Kustwacht uitvoeren in de Kustwacht;

Artikel

2

Doel van de Kustwacht

Artikel

3

Kustwachtcentrum

Artikel

4

Kustwachtorganisatie

De kustwachtorganisatie omvat

  • a.

    het kustwachtcentrum; en

  • b.

    ten behoeve van de taakuitvoering in de Kustwacht beschikbaar gesteld materieel en daarbij in te zetten personeel.

Artikel

5

Geografisch gebied

Het gebied waarin de taakuitvoering in de Kustwacht wordt verricht omvat:

  • a.

    de Europese Nederlandse territoriale zee en de aangrenzende exclusieve economische zone;

  • b.

    de Waddenzee, het IJsselmeer, inclusief Markermeer en Randmeren, en de Zeeuwse en Hollandse Stromen, voor zover de werkzaamheden betrekking hebben op maritieme hulpverlening;

  • c.

    de Flight Information Region (FIR) Amsterdam, voor zover de werkzaamheden betrekking hebben op maritieme en aeronautische hulpverlening en voor zover deze werkzaamheden niet op land plaatsvinden;

  • d.

    alle voor de zeescheepvaart bevaarbare wateren wereldwijd voor zover het betreft activiteiten die voortvloeien uit Hoofdstuk V, Voorschrift 19-1, van het SOLAS-verdrag, voor zover het betreft zeeschepen onder Nederlandse vlag die onder dit verdrag vallen; en

  • e.

    wateren die relevant zijn voor de nakoming van andere op Nederland rustende nationale en internationale verplichtingen.

§

2

Bepalingen met betrekking tot de samenwerkende diensten

Artikel

6

De samenwerkende diensten

Artikel

7

Inzet van personeel door de diensten

Artikel

8

Het beschikbaar stellen van informatie door de diensten

§

3

Taken en verantwoordelijkheden van de betrokken ministers

Artikel

9

Algemene bepalingen met betrekking tot de verantwoordelijkheden van de ministers

Artikel

10

Specifieke taken en verantwoordelijkheden van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat

Artikel

11

Specifieke taken en verantwoordelijkheden van Minister van Justitie en Veiligheid

Artikel

12

Specifieke taken en verantwoordelijkheden van de Minister van Defensie

Artikel

13

Raad voor de Kustwacht

§

4

De Directeur Kustwacht

Artikel

14

Taken Directeur Kustwacht

De Directeur Kustwacht:

  • a.

    is belast met de dagelijkse leiding over het Kustwachtcentrum en de kustwachtorganisatie;

  • b.

    zorgt en is verantwoordelijk voor een doeltreffende uitvoering door de diensten van de taken die zijn vastgesteld in het APB binnen de financiële kaders daarvan;

  • c.

    coördineert ten behoeve van onderdeel b de nationale en internationale werkprocessen en de inzet van materieel en middelen;

  • d.

    stelt ter besluitvorming door de ministers het APB op;

  • e.

    stelt ter verantwoording aan de ministers inzake de realisatie van het APB viermaandelijks een voortgangsrapportage en jaarlijks een jaarverslag op;

  • f.

    stelt een lange termijnplan op en legt dit plan ter goedkeuring voor aan de Raad voor de Kustwacht;

  • g.

    adviseert gevraagd en ongevraagd de ministers bij het opstellen van het dienstverleningsplan en het handhavingsplan;

  • h.

    adviseert gevraagd en ongevraagd de ministers over doelmatige en doeltreffende uitvoering van het door hen vastgestelde beleid en de benodigde inzet van middelen daarbij;

  • i.

    adviseert gevraagd en ongevraagd de ministers ten aanzien van andere zaken die van belang zijn voor de taakuitvoering in de Kustwacht in nationaal en internationaal verband;

  • j.

    is bevoegd om namens de Minister van Defensie de coördinatie en ondersteuning van de taakuitvoering in de Kustwacht aan te passen indien een minister of een dienst zijn financiële, materiele of personele verplichtingen niet of niet volledig nakomt.

Artikel

15

Bijzondere bepalingen ten aanzien van de inzet van middelen door de Directeur Kustwacht

Artikel

16

Bevoegdheid Directeur Kustwacht in de samenwerking met derden

§

5

Financiële bepalingen

Artikel

17

Begroting en verantwoording

§

6

Overige en slotbepalingen

Artikel

18

Uiterlijke kenmerken schepen en luchtvaartuigen

Artikel

30

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2019.

Artikel

31

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling organisatie Kustwacht Nederland.

De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga
De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten