Besluit van 16 mei 2019, houdende regels ter uitvoering van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Besluit verplichte geestelijke gezondheidszorg)

Besluit verplichte geestelijke gezondheidszorg

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 18 januari 2019, kenmerk 1216589-166828-WJZ, gedaan mede namens Onze Minister voor Rechtsbescherming;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 20 februari 2019, no. W13.19.0013/III);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 mei 2019, kenmerk 1216583-166828-WJZ, uitgebracht mede namens Onze Minister voor Rechtsbescherming;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Begripsbepaling

Artikel

1.1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • ambulante verplichte zorg: verplichte zorg op grond van artikel 3:1, onderdelen a, b en c, van de wet anders dan die in een accommodatie aan een betrokkene wordt verleend;

  • verwerker: verwerker als bedoeld in artikel 4 (8) van de Algemene verordening gegevensbescherming;

  • persoonsgegevens: persoonsgegevens als bedoeld in artikel 4 (1) van de Algemene verordening gegevensbescherming;

  • verwerkingsverantwoordelijke: verwerkingsverantwoordelijke als bedoeld in artikel 4 (7) van de Algemene verordening gegevensbescherming;

  • wet: Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg.

Hoofdstuk

2

Ambulante verplichte zorg

Artikel

2.1

Ambulante verplichte zorg omvat het:

  • a.

    toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • b.

    beperken van de bewegingsvrijheid;

  • c.

    insluiten;

  • d.

    uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  • e.

    onderzoek aan kleding of lichaam;

  • f.

    onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

  • g.

    controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;

  • h.

    aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder begrepen het gebruik van communicatiemiddelen.

Artikel

2.2

Hoofdstuk

3

Gegevensverwerking

Artikel

3.1

Hoofdstuk

4

Middelen en maatregelen waar het zorgplan niet in voorziet, ten aanzien van personen met een strafrechtelijke titel

Artikel

4.1

Middelen en maatregelen die kunnen worden toegepast in een situatie als bedoeld in artikel 9:8, eerste lid, van de wet, zijn:

  • a.

    toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • b.

    beperken van de bewegingsvrijheid;

  • c.

    insluiten;

  • d.

    uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  • e.

    onderzoek aan kleding of lichaam;

  • f.

    onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

  • g.

    controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;

  • h.

    aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

  • i.

    beperken van het recht op het ontvangen van bezoek.

Hoofdstuk

5

Samenstelling en werkwijze van de klachtencommissie

Artikel

5.1

In een klachtencommissie hebben in ieder geval een jurist en een psychiater zitting.

Artikel

5.2

De klachtencommissie zendt de klager een bewijs van ontvangst van de klacht, waarin de datum van ontvangst is vermeld.

Hoofdstuk

6

Patiëntenvertrouwenspersoon

Hoofdstuk

7

Aanpassing van andere besluiten

Artikel

7.1

Wijzigt het Besluit langdurige zorg.

Artikel

7.2

Wijzigt het Besluit algemene rechtspositie politie.

Artikel

7.3

Wijzigt het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand.

Artikel

7.4

Wijzigt het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

Artikel

7.5

Wijzigt het Besluit rechtspositie vrijwillige politie.

Artikel

7.6

Wijzigt het Besluit regels landelijk parket en functioneel parket alsmede ten aanzien van mandateren bevoegdheden officier van justitie.

Artikel

7.7

Wijzigt het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000.

Artikel

7.8

Wijzigt het Algemeen militair ambtenarenreglement.

Artikel

7.9

Wijzigt het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.

Artikel

7.10

Wijzigt het Algemeen rijksambtenarenreglement.

Hoofdstuk

8

Slotbepalingen

Artikel

8.1

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel

8.2

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verplichte geestelijke gezondheidszorg.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis
De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker
De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus