Besluit van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 20 mei 2019, nr. WJZ / 19127069, inzake versterking van gebouwen in Groningen en tot instelling van de Tijdelijke commissie versterking Groningen (Besluit versterking gebouwen Groningen)

Besluit versterking gebouwen Groningen

Hoofdstuk

1

Algemeen

Artikel

1

Begripsbepaling

In dit besluit en de hierbij behorende bijlagen wordt verstaan onder:

  • adres: adres als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen;

  • appartementsrechten: appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, lid 4, eerste volzin, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;

  • beoordeling: bouwkundige berekening of een gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet;

  • categorie van maatregelen: inschatting van de aard en ernst van de maatregelen die noodzakelijk zijn om een gebouw aan de veiligheidsnorm te laten voldoen;

  • commissie: commissie bedoeld in artikel 15, eerste lid

  • constructief verbonden gebouw: gebouwen die met elkaar verbonden zijn door een gemeenschappelijke tussen- of scheidingsmuur of een gezamenlijke dakconstructie dan wel anderszins op zodanige wijze verbonden zijn dat het slopen van een eenheid redelijkerwijs een aangrenzende bouwkundige constructie zal doen instorten;

  • eigenaar: eigenaar, erfpachter opstalhouder of beklemde meier van het gebouw waarop de voorbereiding of uitvoering van de versterkingsmaatregelen betrekking hebben;

  • gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet;

  • gebouwen met een langjarig licht verhoogd risico: gebouwen waarvan 90% van de berekende risico’s in de risicoverdeling voldoen aan de veiligheidsnorm tot 2023 en daarna, uitgezonderd de gebouwen met verhoogd risico;

  • gebouwen met een licht verhoogd risico: gebouwen waarvan 90% van de berekende risico’s in de risicoverdeling voldoen aan de veiligheidsnorm tot 2023, uitgezonderd de gebouwen met verhoogd risico;

  • gebouwen met een verhoogd risico: gebouwen waarvan de verwachtingswaarde van het berekende risicoverdeling niet voldoet aan de veiligheidsnorm;

  • gebouwen met een normaal risico: gebouwen waarvan meer dan 90% van de berekende risico’s in de risicoverdeling voldoen aan de veiligheidsnorm;

  • inspecteur-generaal der mijnen: inspecteur-generaal der mijnen als bedoeld in artikel 126 van de Mijnbouwwet;

  • minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat;

  • NPR: door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven Nederlandse Praktijkrichtlijn;

  • openbare registers: openbare registers als bedoeld in artikel 16 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;

  • opname: onderzoek aan een gebouw gericht op het verkrijgen van de informatie voor het uitvoeren van een beoordeling;

  • plan van aanpak: plan van aanpak als bedoeld in artikel 6, eerste lid;

  • risicoprofiel: inschatting van het risico dat een gebouw niet voldoet aan de normen voor versterken;

  • typologische beoordeling: beoordeling waarbij gebouwen zijn ingedeeld in een groep met dusdanig vergelijkbare constructieve kenmerken dat hun gedrag bij en weerstand tegen aardbevingen zich op een vergelijkbare wijze laat beschrijven;

  • uitvoeringsorganisatie: de dienst Nationaal Coördinator Groningen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • normbesluit: besluit als bedoeld in artikel 8, eerste lid;

  • veiligheidsnorm: een maximaal risico op overlijden van een individu door het bezwijken van een gebouw, als gevolg van bodembeweging veroorzaakt door de winning van gas uit het Groningenveld, van 1 op de 100.000 per jaar;

  • vereniging van eigenaars: vereniging van eigenaars als bedoel in artikel 124, lid 1, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;

  • versterkingsbesluit: besluit als bedoeld in artikel 9, eerste lid;

Hoofdstuk

2

Versterking

Artikel

2

Toepassingsbereik

Artikel

3

De beoordeling of een gebouw voldoet aan de veiligheidsnorm wordt gedaan volgens:

  • a.

    een typologische beoordeling van gebouwen conform de methode beschreven in de Typologie-gebaseerde beoordeling van de veiligheid bij aardbevingen in Groningen – Typologisch toedelen, kenmerk R11002D, TNO; of

  • b.

    de NPR:9998:2020.

Hoofdstuk

3

Planning en prioritering

Artikel

4

Risicoprofiel

Artikel

5

Capaciteit uitvoeringsorganisatie

Artikel

6

Gemeentelijk plan van aanpak

Artikel

7

Opname en beoordeling

Hoofdstuk

3a

Artikel

7a

Verzoek tot herbeoordeling

Artikel

7b

Besluit inzake herbeoordeling en tegemoetkoming

Hoofdstuk

4

Proces van versterken

Artikel

8

Normbesluit

Artikel

9

Versterkingsbesluit

Artikel

10

Uitvoering versterkingsbesluiten

Hoofdstuk

5

Afzien van versterken

Artikel

11

Afzien van versterken op verzoek van de eigenaar

Artikel

12

Afzien van versterken door onthouden medewerking

Artikel

13

Gevolgen van het afzien van versterken

Hoofdstuk

6

Escalatie

Artikel

14

Escalatie

Hoofdstuk

7

Tijdelijke commissie versterking

Artikel

15

Tijdelijke commissie versterking

Artikel

16

Samenstelling deelcommissie

Artikel

17

Vergoedingen

Artikel

18

Onafhankelijkheid

Artikel

19

Werkwijze commissie

Artikel

20

Werkplan

Artikel

21

Advies

De inspecteur-generaal der mijnen kan gevraagd en ongevraagd advies geven over de uitvoering van deze beleidsregel.

Hoofdstuk

8

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

22

Bestaande bestuurlijke afspraken

Bestuurlijke afspraken over het versterken van gebouwen blijven van toepassing, voor zover hiervan niet is afgeweken in dit besluit.

Artikel

22a

Overgangsrecht

Artikel 3 van het Besluit versterking gebouwen Groningen, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I van de Beleidsregel van 9 februari 2021 tot wijziging van het Besluit versterking gebouwen Groningen in verband met de actualisatie van de technische beoordelingsmethoden (Stcrt. 2021, 6663), blijft van toepassing op:

  • a.

    een normbesluit dat is vastgesteld voor inwerkingtreding van artikel I van de Beleidsregel van 9 februari 2021 tot wijziging van het Besluit versterking gebouwen Groningen in verband met de actualisatie van de technische beoordelingsmethoden (Stcrt. 2021, 6663);

  • b.

    de beoordeling van huizen die al dusdanig ver in het proces bij ingenieursbureaus zitten dat het implementeren van de nieuwste inzichten zorgt voor disproportionele vertraging.

Artikel

23

Evaluatie

De minister zendt in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties binnen twee jaar na de inwerkingtreding van dit besluit aan de Staten-Generaal en de betrokken decentrale overheden een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit in de praktijk.

Artikel

24

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel

25

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit versterking gebouwen Groningen.

Dit besluit zal met de daarbij behorende toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes