Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 18 juni 2019, nr. IENW/BSK-2018/250230, houdende vaststelling van regels betreffende verstrekking van subsidie aan de stichting Dutch Cycling Embassy (Subsidieregeling Dutch Cycling Embassy 2019)

Subsidieregeling Dutch Cycling Embassy 2019

Artikel

1

Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • activiteitenplan: activiteitenplan als bedoeld in artikel 4:62 van de wet;

  • de-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de de-minimisverordening;

  • minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

  • product: (deel)resultaat dat voortkomt uit een project;

  • project: geheel van activiteiten dat deel uitmaakt van een thema;

  • subsidieontvanger: stichting Dutch Cycling Embassy, gevestigd te Delft;

  • wet: Algemene wet bestuursrecht;

  • xls file: het format zoals opgenomen in de bijlage voor ramingen en realisaties van de gesubsidieerde projecten en producten ten behoeve van de subsidieverlening en subsidievaststelling.

Artikel

2

Doel subsidie

Artikel

6

Subsidiabele kosten

Artikel

7

Concept-activiteitenplan

Artikel

8

Aanvraag tot subsidieverlening

Artikel

9

Beschikking tot subsidieverlening

Artikel

10

Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 4:35 van de wet kan de minister de subsidieverlening geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel:

  • a.

    in het activiteitenplan onvoldoende rekening is gehouden met de opmerkingen die hij heeft gemaakt bij het concept-activiteitenplan;

  • b.

    de aanvraag niet voldoet aan artikel 8; of

  • c.

    er in voorgaande boekjaren ten aanzien van de subsidieverlening dan wel subsidievaststelling toepassing is gegeven aan de artikelen 4:48, 4:49 en 4:50 van de wet.

Artikel

11

Voorwaarde begrotingsvoorbehoud

Voor zover de subsidie wordt verleend ten laste van de nog niet door de Staten-Generaal aangenomen rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Waterstaat, wordt in de beschikking tot subsidieverlening vermeld dat de subsidieverlening plaatsvindt onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld in de wet tot vaststelling van de rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Waterstaat.

Artikel

12

Voorschotverlening

Artikel

13

Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel

14

Aanvraag tot subsidievaststelling

Artikel

15

Beschikking tot subsidievaststelling

Artikel

16

Evaluatie

Uiterlijk 31 december 2021 publiceert de Minister een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze subsidieregeling en zendt hij het verslag tevens aan beide Kamers der Staten-Generaal.

Artikel

17

Inwerkingtreding

Artikel

18

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Dutch Cycling Embassy 2019.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer

Bijlage

1

behorende bij artikel 8, derde lid, onderdeel e

Verklaring de-minimissteun

Wij raden u aan om, voordat u de verklaring invult, eerst de toelichting in de bijlage van dit formulier te lezen.

Verklaring

Hierbij verklaart ondergetekende, dat aan de hierna genoemde onderneming1In artikel 2, tweede lid, Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352) zijn criteria opgenomen aan de hand waarvan kan worden bepaald wanneer twee of meer ondernemingen binnen dezelfde lidstaat als één onderneming moeten worden beschouwd.

□ geen de-minimissteun is verleend

Over de periode van ..........................(begindatum van het belastingjaar gelegen twee jaar vóór de datum van ondertekening van deze verklaring) tot ........................... (datum van ondertekening van deze verklaring) is niet eerder de-minimissteun verleend.

□ beperkte de-minimissteun is verleend

Over de periode van.......................(begindatum van het belastingjaar gelegen twee jaar vóór de datum van ondertekening van deze verklaring) tot ........................... (datum van ondertekening van deze verklaring) is eerder de-minimissteun (in welke vorm of voor welk doel dan ook) verleend tot een bedrag van in totaal €.............................

Of deze de-minimissteun al daadwerkelijk is uitbetaald, doet niet ter zake.

Een kopie van de stukken waaruit het verlenen van de-minimissteun blijkt, voegt u hierbij.

reeds andere steun voor dezelfde in aanmerking komende kosten is verleend

Voor dezelfde in aanmerking komende kosten is al staatssteun verleend tot een bedrag van in totaal €........................... Deze staatssteun is verleend op grond van de algemene groepsvrijstellingsverordening,2Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard PbEU 2014, L 187/1. de MKB Landbouwvrijstellingsverordening3Verordening (EU) Nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2015 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard. PbEU2014, L 193/1. of een besluit van de Europese Commissie d.d. ................

Een kopie van de stukken waaruit het verlenen van staatssteun voor dezelfde in aanmerking komende kosten blijkt, voegt u hierbij.

Aldus volledig en naar waarheid ingevuld door:

....................................................................................................(bedrijfsnaam)

........................................................................................................................(inschrijfnr. KvK)

........................................................................... (naam en functie ondertekenaar)

............................................................................................ (adres onderneming)

...................................................................................... (postcode en plaatsnaam)

.........................(datum)................................................................. (handtekening)

Zie toelichting hierna

Toelichting verklaring de-minimissteun

Deze toelichting dient als hulpmiddel bij het invullen van de de-minimisverklaring. Aan de toelichting kunnen geen rechten worden ontleend. Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352), hierna ‘de de-minimisverordening’ is bepalend.

De-minimisverordening en staatssteun

De staatssteunregels in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (artikel 107 en 108 VWEU) stellen beperkingen aan overheden als zij steun willen verlenen aan ondernemingen. Deze de-minimisverklaring is nodig voor de overheid om na te gaan of het voordeel dat uw onderneming door deze de-minimissteun krijgt, past binnen de voorwaarden die de Europese staatssteunregels stellen.

In de de-minimisverordening heeft de Europese Commissie verklaard dat steunmaatregelen (zoals subsidieverlening) tot een bepaalde drempel het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig beïnvloedt en de mededinging niet vervalst, en daarom niet beschouwd worden als staatssteun in de zin van het EU-verdrag. Deze drempel is gesteld op € 200.000,– (€ 100.000,– voor ondernemingen die voor rekening van derden goederenvervoer over de weg verrichten). Dit bedrag geldt per onderneming over een periode van drie belastingjaren. Steun die genoemde drempelbedragen niet overschrijdt, wordt aangemerkt als ‘de-minimissteun’. Voor de visserij- en landbouwsector zijn aparte de-minimisverordeningen van toepassing, waarvoor een drempel van respectievelijk € 30.000,–4Verordening (EU) Nr. 717/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector. PbEU 2014, L 190/45. en € 15.000,–5Verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van hetVerdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector. PbEU 2013, L 352. geldt.

Naast ondernemingen in deze sectoren is de de-minimisverordening (nr. 1407/2013) in bepaalde gevallen niet van toepassing op steun aan ondernemingen die actief zijn in de sector verwerking en afzet van landbouwproducten. Ook exportsteun, steun waardoor binnenlandse producten ten opzichte van ingevoerde producten worden bevoordeeld en steun voor de aanschaf van vervoermiddelen valt buiten de de-minimisvrijstelling.

Eén onderneming

Het de-minimisplafond geldt voor één onderneming. Artikel 2, lid 2 van de de-minimisverordening geeft aan wanneer sprake is van ‘één onderneming’. Het kan namelijk voorkomen dat twee (of meer) ondernemingen een bepaalde band met elkaar onderhouden en onder deze verordening als één onderneming worden gezien. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het hebben van de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders van een andere onderneming, het recht om onder meer bestuursleden van een andere onderneming te benoemen/ontslaan en het recht een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen.

Bedrag van de-minimissteun

Door middel van deze verklaring geeft u aan dat met de huidige financiële bijdrage voor uw onderneming de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. U moet daarom nagaan of gedurende het lopende en de twee voorafgaande belastingjaren enige vorm van de-minimissteun door een overheidsinstantie aan uw onderneming is verstrekt. Indien dit het geval is bent u hierover door de overheidsinstantie in kennis gesteld. Het gaat niet alleen om steun die u heeft ontvangen van de rijksoverheid maar van elke overheidsinstantie. Bij overschrijding van de drempel kan geen beroep meer worden gedaan op de de-minimisverordening. Handelen in strijd met de staatssteunregels kan in het ergste geval leiden tot terugvordering van de verleende steun.

De bedragen die dienen te worden gebruikt bij het invullen van de verklaring, zijn brutobedragen vóór aftrek van belastingen. Behalve om subsidieverlening kan het daarbij gaan om leningen tegen gunstige voorwaarden, de verkoop van grond tegen een lagere prijs dan de marktwaarde, vrijstellingen, verlagingen of kwijtschelding van directe of indirecte belastingen, etc. Onder voorwaarden is het mogelijk de verordening toe te passen op leningen en garanties die langer dan drie jaren lopen.

De de-minimissteun wordt geacht te zijn verleend op het tijdstip waarop uw onderneming een wettelijke aanspraak op de steun verwerft, ongeacht de datum waarop de de-minimissteun aan de onderneming wordt betaald.

Samenloop met reguliere staatssteun

Mogelijk heeft uw onderneming voor dezelfde kosten die in aanmerking komen voor de huidige de-minimissteun reeds staatssteun ontvangen, die door de Europese Commissie is goedgekeurd of binnen het toepassingsgebied van de zogenaamde algemene groepsvrijstellingsverordening6Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard PbEU 2014, L 187/1. of de MKB Landbouwvrijstellingsverordening7Verordening (EU) Nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2015 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard. PbEU2014, L 193/1. valt. Het totaalbedrag van de-minimissteun en deze staatssteun mag dan de maxima niet overschrijden die op basis van het relevante besluit van de Europese Commissie of de betreffende vrijstellingsverordening zijn toegestaan Als u twijfelt of bepaalde steun die u heeft ontvangen goedgekeurde of vrijgestelde steun is, kunt u hierover contact opnemen met de overheid of uitvoeringsinstantie van wie u de steun heeft ontvangen.

Het formulier heeft betrekking op drie situaties:

  • uw onderneming heeft gedurende het lopende en de twee voorafgaande belastingjaren in het geheel geen de-minimissteun ontvangen;

  • uw onderneming heeft gedurende het lopende en de twee voorafgaande belastingjaren de-minimissteun ontvangen. Opgeteld bij het bedrag van de huidige subsidieverlening wordt echter het bedrag van € 200.000,– niet overschreden (respectievelijk € 100.000,–/€ 30.000,–/€ 15.000,–) of

  • uw onderneming heeft voor dezelfde kosten die in aanmerking komen voor de huidige subsidie reeds andere vormen van staatssteun ontvangen.

Uiteraard vult u alléén de rubriek(en) in die op uw situatie van toepassing is/zijn. Vergeet vooral niet om de bijlage(n) bij te sluiten.