Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 15 juli 2019, nr. 2019-0000097652, houdende de inrichting van de directie Kinderopvang, alsmede doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden van de directeur Kinderopvang (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit KO 2019)

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit KO 2019

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

§

1

Begripsbepaling

Artikel

1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    directie: de directie Kinderopvang van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • b.

    directeur: de directeur Kinderopvang.

§

2

Organisatie en taken

Artikel

2

Artikel

3

De directeur en de plaatsvervangend directeur zijn verantwoordelijk voor:

  • a.

    het uitvoeren van programma’s en projecten zoals toegewezen door de directeur of vermeld in het jaarplan van de directie;

  • b.

    het algemeen beheer, coördineren en implementeren van wet- en regelgeving op het gebied van de kwaliteit en de veiligheid van de kinderopvang;

  • c.

    het ontwikkelen van beleid gericht op de verbetering van het toezicht op de kwaliteit en de handhaving van het stelsel van kinderopvang;

  • d.

    het ontwikkelen van beleid gericht op de verbetering van de aansluiting van kinderopvang met het onderwijs;

  • e.

    het ontwikkelen en toepassen van beleidsinstrumenten op de taakgebieden, bedoeld in onderdelen b tot en met d;

  • f.

    het algemeen beheer, coördineren en implementeren van wet- en regelgeving op het gebied van de financiering van de kinderopvang en de daarmee samenhangende onderwerpen als kinderopvangtoeslag in Nederland en het buitenland, fraudebestrijding en doelgroepenbeleid;

  • g.

    het ontwikkelen van beleid ten aanzien van marktwerking in de kinderopvang en de positie van ouders;

  • h.

    het ontwikkelen en toepassen van beleidsinstrumenten op de taakgebieden, bedoeld in onderdelen f en g, waaronder registers en ICT- toepassingen;

  • i.

    het coördineren van de bijdragen aan de begrotingsproducten en de uitvoeringsrapportages binnen de directie;

  • j.

    het bedrijfsmatig beheren van de budgetten;

  • k.

    het behartigen van overige financiële activiteiten binnen de directie waaronder het subsidie- en contractenbeheer.

Artikel

4

De plaatsvervangend directeur kan aan rechtstreeks onder haar ressorterende functionarissen bevoegdheden doorverlenen, met uitzondering van bevoegdheden met betrekking tot personeelsaangelegenheden. Doorverlening van bevoegdheden is slechts toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van de directeur.

Artikel

5

Bij afwezigheid of verhindering van de directeur worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden waargenomen door de plaatsvervangend directeur.

§

3

Slotbepalingen

Artikel

6

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze:
M.C. van Tuyll, Directeur Kinderopvang