Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 15 juli 2019, nr. 2019-0000097642, houdende de inrichting van de directie Arbeidsverhoudingen alsmede doorverlening van vertegenwoordigings-bevoegdheden van de directeur Arbeidsverhoudingen (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit AV 2019)

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit AV 2019

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

§

1

Begripsbepaling

Artikel

1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    directie: de directie Arbeidsverhoudingen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • b.

    directeur: de directeur van de directie Arbeidsverhoudingen.

§

2

Organisatie en taken

Artikel

2

De directie bestaat uit de volgende afdelingen:

  • a.

    de afdeling Sociale Dialoog en Arbeidsmigratie;

  • b.

    de afdeling Arbeidsrecht en Diversiteit;

  • c.

    de afdeling Pensioenbeleid.

Artikel

3

Het hoofd van de afdeling Sociale Dialoog en Arbeidsmigratie is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het systeem van arbeidsvoorwaardenvorming;

  • b.

    de collectieve arbeidsvoorwaarden met inbegrip van het beleid betreffende het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

  • c.

    de institutionele vormgeving van arbeidsverhoudingen en de advies- en overlegstructuren op het terrein van arbeidsverhoudingen;

  • d.

    de bescherming van arbeidsvoorwaarden en het tegengaan van schijnconstructies en arbeidsuitbuiting;

  • e.

    arbeidsmigratie, waaronder kennismigratie en de toegang tot de arbeidsmarkt van asielzoekers;

  • f.

    het wettelijk minimumloon en de minimumvakantiebijslag, met uitzondering van de sociaaleconomische aspecten.

Artikel

4

Artikel

5

§

3

Bevoegdheden

Artikel

6

Bij afwezigheid of verhindering van de directeur worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden waargenomen door het afdelingshoofd dat is aangewezen als plaatsvervangend directeur.

Artikel

7

Aan de hoofden van de afdelingen, genoemd in artikel 2, wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot:

  • a.

    het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden ten behoeve van de eigen organisatie eenheid, voor zover het betreft:

    • 1°.

      het opmaken en vaststellen van een beoordeling van medewerkers;

    • 2°.

      het houden van manager-medewerker gesprekken;

    • 3°.

      verlof van medewerkers;

    • 4°.

      kleine beloningen en gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur;

    • 5°.

      personele ontwikkeling van medewerkers waaronder opleiding en begeleiding, die voorafgaand door de directeur zijn geaccordeerd.

  • b.

    het afdoen van stukken met uitzondering van stukken waarvan, gelet op het belang daarvan, redelijkerwijs kan worden vermoed, dat deze door de directeur moeten worden afgedaan.

Artikel

8

Bij financiële uitgaven krijgen afdelingshoofden de bevoegdheid om tot een bedrag van € 15.000,– te tekenen. Dit geldt voor:

  • a.

    het organiseren en accorderen van activiteiten binnen hun eigen afdeling/taakveld. Voorafgaand zijn deze activiteiten door de directeur geaccordeerd;

  • b.

    het accorderen van door de eigen afdeling ingediende voorstellen/uitgaven zoals opgenomen in het vastgestelde Bestedingsplan van de betreffende directie.

Artikel

9

Doorverlening van bevoegdheden is slechts toegestaan na voorafgaande schriftelijk toestemming van de directeur.

§

3

Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze:
M.P. Flier Directeur Arbeidsverhoudingen