Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen van 12 december 2019, nr. IENW/BSK-2019/235039, houdende regelen ter uitvoering van Verordening (EU) 2019/1021 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen (Uitvoeringsregeling EU-verordening persistente organische verontreinigende stoffen)

Uitvoeringsregeling EU-verordening persistente organische verontreinigende stoffen

De Minister voor Milieu en Wonen,
Gelet op Verordening (EU) nr. 2019/1021 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen (PbEU 2019, L 169) en op de artikelen 9.1.1 en 9.2.2.1, eerste lid, in verband met 21.6, zesde lid, van de Wet milieubeheer;

BESLUIT:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder verordening: Verordening (EU) nr. 2019/1021 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen (PbEU 2019, L 169).

Artikel

2

Deze regeling is mede van toepassing op handelingen verricht binnen de exclusieve economische zone.

Artikel

3

Als bevoegde instantie als bedoeld in artikel 19 van de verordening, wordt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen.

Artikel

4

Artikel

5

Op de voorbereiding van een nationaal uitvoeringsplan als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de verordening, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.

Artikel

6

Wijzigt de Activiteitenregeling milieubeheer.

Artikel

7

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

8

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling EU-verordening persistente organische verontreinigende stoffen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Milieu en Wonen, S. van Veldhoven-van der Meer