Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat;
-
adviescollege: Adviescollege Veiligheid Groningen;
Hebben goedgevonden en verstaan:
In dit besluit wordt verstaan onder:
Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat;
adviescollege: Adviescollege Veiligheid Groningen;
Het adviescollege heeft tot taak Onze Minister en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten aanzien van de gemeenten Appingedam, Delfzijl, Groningen, Het Hogeland, Loppersum, Midden-Groningen en Oldambt te adviseren over:
de wijze waarop een risicoprofiel voor een gebouw en de actualisatie daarvan wordt vastgesteld;
de wijze waarop wordt vastgesteld of een gebouw voldoet aan de veiligheidsnorm, bedoeld in artikel 52d, tweede lid, onderdeel a, van de Mijnbouwwet;
de wijze waarop wordt vastgesteld welke maatregelen nodig zijn om een gebouw aan de veiligheidsnorm te laten voldoen.
Het adviescollege heeft voorts tot taak Onze Minister ten aanzien van de in het tweede lid genoemde gemeenten te adviseren over de redelijkerwijs te treffen maatregelen aan bouwwerken, geen gebouw zijnde, om te voorkomen dat als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld de veiligheid wordt geschaad.
Het adviescollege raadpleegt bij de voorbereiding van zijn adviezen de colleges van burgemeesters en wethouders van de in het tweede lid genoemde gemeenten en de inspecteur-generaal der mijnen over de uitvoerbaarheid van de adviezen en de doeltreffendheid van de adviezen in de praktijk.
Het adviescollege bestaat uit ten minste drie en ten hoogste vijf leden, onder wie de voorzitter.
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Adviescollege Veiligheid Groningen.
Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat is belast met de uitvoering van dit besluit, dat met de daarbij behorende toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.