Besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 11 december 2019, nr. IENW/BSK-2019/255828, tot vaststelling van het Besluit mandaat CBR met betrekking tot de afgifte, opschorting en intrekking van vaarbewijzen, Rijnpatenten, radarpatenten en de afgifte van het ICC 2019 (Besluit mandaat CBR 2019)
Gezien de instemming van de gemandateerde blijkens de brief van 22 januari 2019, nr. CDS20190011, van de directeur bedrijfsvoering van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen en de brief van 12 juli 2019, kenmerk IENW/BSK-2019/120782, van de loco-secretaris-generaal van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan het CBR;
BESLUIT:
Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
CBR: het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen te Rijswijk;
minister: de Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
Artikel
2
Aan de directeur bedrijfsvoering van het CBR wordt mandaat verleend ten aanzien van:
a.
De afgifte van het beperkt groot vaarbewijs, het groot vaarbewijs, het kwalificatiecertificaat schipper, bedoeld in artikel 7.18 van de Binnenvaarregeling, het kwalificatiecertificaat deskundige op het gebied van de passagiersvaart, het kwalificatiecertificaat deskundige op het gebied van vloeibaar aardgas, bedoeld in artikel 7.19b van de Binnenvaartregeling en de specifieke vergunningen, bedoeld in artikel 7.19a van de Binnenvaartregeling, het zeilbewijs en het vrijstellingsbewijs schipper rondvaartboot van het Amsterdamse grachtentype;
Aan de gemandateerde wordt machtiging verleend om handelingen te verrichten die verband houden met de in artikel 2 genoemde bevoegdheden.
Artikel
4
De directeur Maritieme Zaken van het Directoraat-Generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken kan de gemandateerde ten aanzien van de in artikel 2 genoemde bevoegdheden per geval of in het algemeen instructies geven ter zake van de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid. De gemandateerde oefent zijn bevoegdheden uit met inachtneming van deze instructies.
Artikel
5
De gemandateerde kan, ten aanzien van de aan hem op grond van dit besluit verleende bevoegdheden, ondermandaat verlenen aan een of meer onder hem ressorterende functionarissen.
Artikel
6
De gemandateerde voert bij de aan hem toegekende bevoegdheid een ordentelijke en voor de minister transparante administratie en verschaft de minister desgevraagd alle inlichtingen die betrekking hebben op de uitoefening van de aan hem toegekende bevoegdheid.