Regeling van de Minister van Financiën van 18 december 2019, tot vaststelling van het mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020

Mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020

Hoofdstuk

1

Begripsomschrijvingen

Artikel

1

Begrippen

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Hoofdstuk

2

Mandaten en volmachten

Artikel

2

Mandaat, volmacht en machtiging

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

  • a.

    volmacht om in naam van een bewindspersoon privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten, en

  • b.

    machtiging om in naam van een bewindspersoon handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel

3

Organisatie- en Mandaatbesluiten

Artikel

4

Mandaat aan SG en DG’s

Artikel

5

Ondermandaat

Artikel

5a

Bevoegdheden bij het ontbreken van beslissingsbevoegde functionarissen bij DGBD, DGTSL en DGD

Indien beslissingsbevoegde functionarissen zoals bedoeld in dit besluit in een organisatieonderdeel niet voorkomen, behoren de bevoegdheden toe aan de naasthogere leidinggevende functionaris.

Artikel

6

Mandaatregister

Hoofdstuk

3

Beslissingen met financiële gevolgen

Artikel

7

Hoofdbudgethouderschap

Artikel

8

Budgethouderschap

Artikel

9

Instemming van de directeur FEZ

Instemming van de directeur Financieel-Economische Zaken is vereist:

  • a.

    voor zover voorgenomen besluiten met financiële consequenties niet passen binnen de door de SG vastgestelde budgetten;

  • b.

    voor de benoeming van de directeuren control van het DGBD, het DGTSL en het DGD.

Hoofdstuk

4

Algemene bepalingen ten aanzien van de uitoefening van taken

Artikel

11

Voorbehouden aan bewindspersonen

Aan de bewindspersonen is voorbehouden het afdoen en ondertekenen van stukken:

  • a.

    gericht aan de Koning;

  • b.

    gericht aan de Raad van State;

  • c.

    gericht aan de ministerraad (van het Koninkrijk);

  • d.

    gericht aan de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal;

  • e.

    gericht aan de president van de Algemene Rekenkamer;

  • f.

    gericht aan de Nationale Ombudsman;

  • g.

    gericht aan autoriteiten in binnen- en buitenland, gelijk of hoger in rang dan een minister of staatssecretaris;

  • h.

    zijnde Ministeriële regelingen houdende algemeen verbindende voorschriften.

Artikel

12

Voorbehouden aan de secretaris-generaal

Onverminderd de overige bepalingen van dit besluit waarin aan de SG mandaat wordt verleend, wordt aan de SG mandaat verleend voor:

  • a.

    aangelegenheden op het gebied van de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft, zoals nader omschreven in de toelichting bij het Besluit regeling functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499);

  • b.

    het vaststellen van circulaires, met uitzondering van circulaires die naar het oordeel van de SG door een ander organisatieonderdeel genoemd in het Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020 moeten worden vastgesteld;

  • c.

    het vaststellen van de werkterreinen van de directeuren-generaal, genoemd in het Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020;

  • d.

    het uitoefenen van de bevoegdheden van de minister inzake benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van medewerkers en andere personen in organen van rechtspersonen en colleges, voor zover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan een andere medewerker binnen het ministerie;

  • e.

    het doen van voorstellen omtrent de vaststelling van de topstructuur van het ministerie, tot en met het niveau van directies, en hiermee samenhangend het besluiten tot reorganisaties;

  • f.

    het vaststellen van de formatie, en hiermee samenhangend het besluiten tot reorganisaties van het kernministerie en van de topstructuren van het DGBD, DGD en DGTSL, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie, bedrijfsvoering en informatiesystemen rijksdienst, en na gehoord hebbende de bestuursraad;

  • g.

    het aangaan (waaronder mede wordt verstaan het maken van afspraken over beloning), wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst met medewerkers in functies behorende tot de topstructuur van het Ministerie van Financiën, waarbij het aangaan van een arbeidsovereenkomst plaatsvindt na overleg met de bestuursraad;

  • h.

    het toekennen van maatregelen van sociaal flankerend beleid aan functionarissen als bedoeld in het vorige onderdeel;

  • i.

    het aanwijzen van vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgangsvormen;

  • j.

    het voeren van overleg met bonden over onderwerpen van algemeen belang voor de rechtstoestand van werknemers.

Artikel

13

Voorbehouden aan de pSG

Met inachtneming van artikel 12 is aan de pSG voorbehouden:

  • a.

    het, na overleg met de bestuursraad, doen van voorstellen omtrent de vaststelling van de organisatie van het kernministerie vanaf het niveau van afdelingen (of daarmee vergelijkbare organisatieonderdelen) en lager, en hiermee samenhangend het besluiten tot reorganisaties;

  • b.

    het vaststellen van de formatie van het DGBD, het DGTSL en het DGD, voor zover het een uitbreiding van de totale formatie betreft;

  • c.

    het aangaan (waaronder mede wordt verstaan het maken van afspraken over beloning) en wijzigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers werkzaam in functies bij het kernministerie met een bezoldiging van salarisschaal 15 of hoger. Het aangaan van de arbeidsovereenkomst vindt plaats na overleg met de bestuursraad;

  • d.

    het toekennen van maatregelen van sociaal flankerend beleid aan functionarissen als bedoeld in het vorige onderdeel;

  • e.

    het toekennen van een bijzondere beloning aan functionarissen van het kernministerie;

  • f.

    het voeren van overleg met bonden over onderwerpen van algemeen belang voor de rechtstoestand van werknemers bij afwezigheid van de SG;

  • g.

    het vaststellen van regelingen of maken van afspraken met betrekking tot sociaal flankerend beleid;

  • h.

    het vaststellen van regels en beleid(skaders) inzake de bedrijfsvoering, waaronder regels die leiden tot wijzigingen in de rechten of verplichtingen van medewerkers, voor zover van toepassing op medewerkers van het gehele ministerie of het kernministerie;

  • i.

    het opleggen van ordemaatregelen en straffen aan functionarissen behorende tot de topstructuur van het Ministerie van Financiën;

  • j.

    het (beslissen tot het) beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers werkzaam bij het kernministerie, tenzij de bevoegdheid is voorbehouden aan de algemene leiding van een DG zoals bedoeld in artikel 14;

  • k.

    het (beslissen tot het) beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers werkzaam bij het DGBD, het DGTSL, het DGD of de IBTD om de redenen als bedoeld in Bijlage 1;

  • l.

    het sluiten van een vaststellingsovereenkomst in verband met het beëindigen van de arbeidsovereenkomst of tewerkstelling bij het ministerie of een wijziging van een reeds afgesloten vaststellingsovereenkomst, voor zover deze bevoegdheid niet is toegekend aan een directeur-generaal of directeur;

  • m.

    alle met cassatie verband houdende beslissingen zowel als eisende partij als verwerende partij met betrekking tot personeelsaangelegenheden;

  • n.

    het ten aanzien van onder hem ressorterende medewerkers geven van toestemming op verzoeken om systemen te mogen raadplegen naar aanleiding van vermoedens van niet integer gedrag door medewerkers.

Artikel

14

Voorbehouden aan de algemene leiding DG van het kernministerie

Met inachtneming van voorgaande artikelen van dit besluit is aan de algemene leiding van een DG van het kernministerie ten aanzien van onder hen ressorterende medewerkers voorbehouden het nemen van beslissingen:

  • a.

    tot het sluiten van een tijdelijke arbeidsovereenkomst in bijzondere situaties;

  • b.

    tot beloning van directeuren (niet zijnde algemeen directeuren), sectormanagers en de manager van de stafafdeling bestuursondersteuning en vaktechniek bij de ADR;

  • c.

    tot het opleggen van ordemaatregelen en straffen, met uitzondering van de wettelijke mogelijkheden het dienstverband te beëindigen;

  • d.

    over aansprakelijkheid, tot schadeloosstelling of schadevergoeding vanaf € 25.000, waarbij de pSG door de algemene leiding wordt geïnformeerd voor zover het gaat om dienstongevallen, beroepsziektes en beroepsincidenten als bedoeld in de cao Rijk;

  • e.

    het (beslissen tot het) beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers, inclusief het sluiten van een vaststellingsovereenkomst om de redenen als bedoeld in Bijlage 1;

  • f.

    tot het geven van toestemming op verzoeken om systemen te mogen raadplegen naar aanleiding van vermoedens van niet integer gedrag door medewerkers.

Artikel

14a

Afnemen eed en belofte

Artikel

15

Voorbehouden aan de algemene leiding DGBD, DGTSL en DGD

Met inachtneming van voorgaande artikelen van dit besluit is aan de algemene leiding van het DGBD, het DGTSL en het DGD, ten aanzien van onder hen ressorterende medewerkers voorbehouden, het nemen van beslissingen:

  • a.

    tot het vaststellen van de organisatie tot en met directieniveau en hiermee samenhangend het besluiten tot reorganisaties;

  • b.

    tot het vaststellen van de formatie, waarbij tot wijzigingen in formatie van functies met salarisschaal 16 en hoger na overleg met de bestuursraad besloten wordt;

  • c.

    tot het aangaan (waaronder mede wordt verstaan het maken van afspraken over beloning) en wijzigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers in functies met een bezoldiging van salarisschaal 16 of hoger. Benoemingen worden afgestemd met de bestuursraad en over de arbeidsvoorwaarden dient vooraf afstemming met de pSG plaats te vinden;

  • d.

    tot het sluiten van een tijdelijke arbeidsovereenkomst waarbij wordt afgeweken van de cao Rijk;

  • e.

    tot het toekennen van maatregelen van sociaal flankerend beleid aan functionarissen als bedoeld in de onderdelen c en d;

  • f.

    het binnen de rijksbrede of ministeriebrede kaders vaststellen van regels en beleid(skaders) inzake de bedrijfsvoering voor zover specifiek van toepassing bij het DGBD, DGD en DGTSL;

  • g.

    tot het opleggen van ordemaatregelen en straffen, met uitzondering van de wettelijke mogelijkheden het dienstverband te beëindigen, aan leidinggevende functionarissen en (strategische) functionarissen met een bezoldiging van salarisschaal 15 of hoger;

  • h.

    over aansprakelijkheid, schadeloosstelling of schadevergoeding vanaf € 25.000, waarbij de pSG door de algemene leiding wordt geïnformeerd voor zover het gaat om dienstongevallen, beroepsziektes en beroepsincidenten als bedoeld in de cao Rijk;

  • i.

    het (beslissen tot het) beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers om de redenen als bedoeld in Bijlage 1;

  • j.

    tot het wijzigen van een arbeidsovereenkomst met medewerkers met salarisschaal 15 of hoger in functies met een lagere schaal dan de voor de medewerker tot dan toe geldende schaal;

  • k.

    het voordragen van functies die ten behoeve van het instellen van een veiligheidsonderzoek voor aanwijzing als vertrouwensfuncties in aanmerking komen;

  • l.

    het beslissen tot directieoverstijgende groepsgewijze werving en selectie voor (groeps)functies;

  • m.

    het aanwijzen van vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgangsvormen;

  • n.

    het beslissen over de afwijkingen bij de toepassing van het sociaal flankerend beleid;

  • o.

    het geven van toestemming op verzoeken om systemen te mogen raadplegen naar aanleiding van vermoedens van niet integer gedrag door medewerkers;

  • p.

    het aanwijzen van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de leden en de plaatsvervangend leden, de secretaris en de plaatsvervangend secretaris van de Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen;

  • q.

    handelingen en beslissingen verband houdende met de klachtenregeling ongewenste omgangsvormen;

  • r.

    handelingen en beslissingen verband houdende met een adviesaanvraag bij het College voor de Rechten van de Mens;

  • s.

    met inachtneming van de artikelen 11 tot en met 13 worden de bevoegdheden opgenomen in de artikelen 7, 10 en 11 van het Mandaatbesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021 uitgeoefend door de algemene leiding voor zover het rechtspositionele handelingen en beslissingen betreft aangaande directeuren van de topstructuren DGBD, DGTSL en DGD.

Artikel

15a

Algemeen en beheersmatig mandaat pDGBD en algemeen directeuren van de clusters DGBD

De pDGBD en de algemeen directeuren van een cluster binnen het DGBD hebben in het kader van de jaarcontracten van de directies van het eigen cluster genoemd in artikel 4 van het Organisatiebesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021 en binnen eventueel door de staatssecretaris, de algemene leiding of de algemene leiding DGBD gegeven richtlijnen algemeen en beheersmatig mandaat ten aanzien van het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende alle aangelegenheden die behoren tot hun werkterrein, tenzij bij wet anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.

Artikel

15b

Voorbehouden aan de pDGBD en algemeen directeuren DGBD

Met inachtneming van hetgeen is bepaald in voorgaande artikelen zijn de pDGBD’s en de algemeen directeuren DGBD bevoegd om ten aanzien van hun eigen directie of de directies binnen het eigen cluster als bedoeld in artikel 4 van het Organisatiebesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021 en voor zover die bevoegdheid niet toekomt aan de algemeen directeur in dat cluster, de navolgende handelingen te verrichten en beslissingen te nemen:

  • a.

    het beslissen tot groepsgewijze werving en selectie voor (groeps)functies;

  • b.

    het vaststellen van de organisatie op afdelings- en teamniveau en hiermee samenhangend het beslissen tot reorganisaties van deze onderdelen. Het vaststellen van de organisatie en hiermee samenhangende beslissingen tot reorganisatie op het niveau van afdelingen vindt plaats na instemming van de DGBD;

  • c.

    tot het aangaan (waaronder mede wordt verstaan het maken van afspraken over beloning), wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers in de functie van directie directeur DGBD, respectievelijk overige directeur of daarmee gelijk te stellen leidinggevende functies, na afstemming met de DGBD.

Artikel

15c

Voorbehouden aan de algemeen directeuren van de topstructuur DGTSL en DGD

Met inachtneming van hetgeen is bepaald in voorgaande artikelen zijn de algemeen directeuren bevoegd de navolgende handelingen te verrichten en beslissingen te nemen:

  • a.

    het vaststellen van de organisatie op afdelings- en teamniveau en hiermee samenhangend het beslissen tot reorganisaties van deze onderdelen binnen de eigen directie. Het vaststellen van de organisatie en hiermee samenhangende beslissingen tot reorganisatie op het niveau van afdelingen vindt plaats na instemming van de DGTSL, respectievelijk de DGD;

  • b.

    het beslissen tot groepsgewijze werving en selectie voor (groeps)functies;

  • c.

    tot het aangaan (waaronder mede wordt verstaan het maken van afspraken over beloning), wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers in de functie van overige directeur of daarmee gelijk te stellen leidinggevende functies, na afstemming met de DGTSL, respectievelijk de DGD.

Artikel

15d

Voorbehouden aan de directeuren van de topstructuur DGBD, DGTSL en DGD en directie directeuren DGBD

Met inachtneming van hetgeen is bepaald in voorgaande artikelen zijn de directeuren van de topstructuur DGBD, DGTSL en DGD en de directie directeuren DGBD bevoegd om ten aanzien van het tot het eigen organisatieonderdeel behorende personeel de navolgende handelingen te verrichten en beslissingen te nemen:

  • a.

    het geven van een opdracht tot het verrichten van onderzoek naar de integriteit van medewerkers en het beslissen tot opleggen van straffen (conform cao Rijk), met uitzondering van de wettelijke mogelijkheden het dienstverband te beëindigen, aan functionarissen tot en met schaal 14 voor zover het geen leidinggevende functionarissen betreft;

  • b.

    tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst met medewerkers met een bezoldiging van schaal 15;

  • c.

    het niet instellen van een vordering of het niet opleggen van een terugbetalingsverplichting, dan wel het (gedeeltelijk) kwijtschelden van een vordering op medewerkers;

  • d.

    (het beslissen tot) het beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers, inclusief het sluiten van een vaststellingsovereenkomst om de redenen als bedoeld in Bijlage 1;

  • e.

    bij het ontbreken van een algemeen directeur en in afwijking van artikel 5a het aangaan (waaronder mede wordt verstaan het maken van afspraken over beloning), wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers in de functie van overige directeur of daarmee gelijk te stellen leidinggevende functies, na afstemming met de DGBD, respectievelijk de DGTSL, respectievelijk de DGD.

Artikel

16

Voorbehouden aan de directeuren en hun plaatsvervangers van het kernministerie

Artikel

17

Overleg met bewindspersonen

Over vraagstukken die van politiek gevoelige of anderszins zwaarwegende aard zijn, treedt de algemene leiding in contact met de bewindspersoon die het aangaat, voordat van bevoegdheden gebruik wordt gemaakt.

Artikel

18

Personeelsbeslissingen

Bij het maken van afspraken, afdoen van stukken en ondertekenen van uitgaande brieven met betrekking tot alle personeelsaangelegenheden, bedoeld in Bijlage 2 bij deze regeling, betreffende het kernministerie is advies van de directeur van de concerndirectie Mens en Organisatie vereist.

Artikel

19

Overige bepalingen

In situaties waarin het bevoegd gezag een beloning aan een medewerker wil toekennen, waarbij wordt afgeweken van de reguliere beloningsregels dient vooraf overleg met de pSG plaats te vinden.

Artikel

19aa

De IG

Hoofdstuk

4a

Woo-verzoeken

Artikel

19a

Woo-verzoeken kernministerie en DGBD, DGTSL en DGD

Artikel

19b

Bezwaar en (hoger) beroep

Artikel

19c

Overige Woo-verzoeken DGBD, DGTSL en DGD

Artikel

19d

Woo-verzoeken ten aanzien van meerdere organisatieonderdelen

Vervallen

Hoofdstuk

5

Slotbepalingen

Artikel

20

Vaste verandermomenten

Wijzigingen van dit besluit treden in werking per 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober, behoudens spoedeisende gevallen.

Artikel

21

Intrekking andere (mandaat)regelingen

Artikel

22

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de kalendermaand na de datum van uitgifte in de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

23

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra

Bijlage

1

De aan de pSG voorbehouden redenen als bedoeld in artikel 13, aanhef en onder k, zijn:

  • i.

    bedrijfseconomische redenen;

  • ii.

    langdurige arbeidsongeschiktheid vanwege ziekte voor zover bij de beëindiging aan de medewerker meer wordt toegekend dan de wettelijke transitievergoeding, de geldende opzegtermijn én een reguliere eindafrekening;

  • iii.

    gewetensbezwaren/werkweigering;

  • iv.

    verstoorde arbeidsverhouding voor zover bij de beëindiging aan de medewerker meer wordt toegekend dan de wettelijke transitievergoeding, de geldende opzegtermijn én een reguliere eindafrekening;

  • v.

    verwijtbaar handelen, een dringende reden of wegens wanprestatie;

  • vi.

    andere omstandigheden die zodanig zijn dat in redelijkheid niet kan worden verwacht dat de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet;

  • vii.

    een combinatie van ontbindingsgronden, voor zover één van de ontbindingsgronden is voorbehouden aan de pSG.

De aan de algemene leiding DG van het kernministerie voorbehouden redenen als bedoeld in artikel 14, aanhef en onder e, zijn:

  • i.

    langdurige arbeidsongeschiktheid vanwege ziekte voor zover bij de beëindiging aan de medewerker niet meer wordt toegekend dan de wettelijke transitievergoeding, de geldende opzegtermijn én een reguliere eindafrekening;

  • ii.

    verstoorde arbeidsverhouding voor zover bij de beëindiging aan de medewerker niet meer wordt toegekend dan de wettelijke transitievergoeding, de geldende opzegtermijn én een reguliere eindafrekening en eerst na afstemming met de pSG;

  • iii.

    een combinatie van ontbindingsgronden, tenzij één van de ontbindingsgronden is voorbehouden aan de pSG.

  • iv.

    het gebruik maken van de regeling vervroegd uittreden zoals bedoeld in de cao Rijk.

De aan de algemene leiding DGBD, DGTSL en DGD voorbehouden redenen als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder i, zijn:

  • i.

    langdurige arbeidsongeschiktheid vanwege ziekte voor zover bij de beëindiging aan de medewerker niet meer wordt toegekend dan de wettelijke transitievergoeding, de geldende opzegtermijn én een reguliere eindafrekening, inclusief het sluiten van een vaststellingsovereenkomst;

  • ii.

    verstoorde arbeidsverhouding voor zover bij de beëindiging aan de medewerker niet meer wordt toegekend dan de wettelijke transitievergoeding, de geldende opzegtermijn én een reguliere eindafrekening en eerst na afstemming met de pSG, inclusief het sluiten van een vaststellingsovereenkomst;

  • iii.

    het bij regelmaat niet kunnen verrichten van de bedongen arbeid als gevolg van ziekte of gebreken van de medewerker met voor de bedrijfsvoering onaanvaardbare gevolgen;

  • iv.

    de ongeschiktheid van de medewerker tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken van de medewerker;

  • v.

    een combinatie van ontbindingsgronden, tenzij één van de ontbindingsgronden is voorbehouden aan de pSG.

De aan de directeuren van de topstructuur DGBD, DGTSL en DGD en de directie directeuren DGBD voorbehouden redenen als bedoeld in artikel 15d, aanhef en onder d, zijn:

  • i.

    langdurige arbeidsongeschiktheid vanwege ziekte voor zover bij de beëindiging aan de medewerker niet meer wordt toegekend dan de wettelijke transitievergoeding, de geldende opzegtermijn én een reguliere eindafrekening, inclusief het sluiten van een vaststellingsovereenkomst;

  • ii.

    wegens het gebruik maken van de regeling vervroegd uittreden zoals bedoeld in de cao Rijk;

  • iii.

    wegens afzien van VWNW-begeleiding en VWNW-voorzieningen onder toekenning van een stimuleringspremie zoals bedoeld in de cao Rijk.

Bijlage

2

De personeelsaangelegenheden als bedoeld in artikel 18 zijn:

  • verplichtingen en sancties bij ziekte en re-integratie;

  • rechten en verplichtingen bij reorganisatie;

  • toekennen VWNW-voorzieningen en stimuleringspremie;

  • beroep op de hardheidsclausule;

  • verhaal van schade, schadevergoeding en schadeloosstelling;

  • wijziging van de salarisschaal zonder wijziging van de functie op grond van paragraaf 6.1 cao Rijk;

  • integriteit, ordemaatregelen en straffen;

  • tot het sluiten van een tijdelijke arbeidsovereenkomst waarbij wordt afgeweken van de cao Rijk;

  • (voorstel tot) beëindiging van de arbeidsovereenkomst, inclusief het vragen van toestemming aan het UWV;

  • vaststellingsovereenkomst waarin het einde van de arbeidsovereenkomst wordt geregeld, tewerkstelling bij het ministerie en wijzigen van een reeds bestaande vaststellingsovereenkomst;

  • hoogte en uitbetaling transitievergoeding;

  • vermissing;

  • aangelegenheden met betrekking tot (de aansprakelijkheidsstelling al dan niet als gevolg van) dienstongevallen, beroepsziekten en beroepsincidenten;

  • de vaststelling van de formatie zoals gebaseerd op artikel 3 van het Coördinatiebesluit organisatie, bedrijfsvoering en informatiesystemen rijksdienst;

  • uit een vertrouwensfunctie om speciale redenen;

  • bijzonder belonen waarbij wordt afgeweken van reguliere beloningsregels;

  • kwijtschelden dan wel niet opleggen terugvordering;

  • loopbaanafspraken met garantie op vervolgstap;

  • verlengen termijn vervallen wettelijke vakantie-uren in verband met langdurige arbeidsongeschiktheid dan wel bijzondere gevallen;

  • tijdelijke ontheffing in verband met benoeming publiekrechtelijk college;

  • privéverlenging buitenlandse dienstreis;

  • verplaatsing, herplaatsing, tijdelijke andere werkzaamheden eenzijdig opgedragen vanuit de werkgever; en

  • werken vanuit het buitenland.