Artikel
1
Begripsbepalingen
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
-
−
aan de inspecteur-generaal gemandateerde bevoegdheden: aan de inspecteur-generaal krachtens artikel 21, eerste lid, van het Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat gemandateerde bevoegdheden;
-
−
directeuren: de directeur Informatiepositie en programmamanagement, de directeur Omgeving en dienstverlening, de directeur Toezicht en opsporing, de directeur Publieke instituties en control en de directeur Autoriteit woningcorporaties;
-
−
IG-team: de inspecteur-generaal en de directeuren;
-
−
inspecteur-generaal: inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van het Instellingsbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport;
-
−
inspecteur ILT: strategisch inspecteur, coördinerend/specialistisch inspecteur, senior inspecteur en inspecteur/medewerker toezicht van de Inspectie Leefomgeving en Transport;
-
−
portefeuille: het totaal aan verantwoordelijkheid van een directeur voor afdelingen, gecombineerd met diens functionele verantwoordelijkheid voor programma’s of projecten;
-
−
programmamanager: functionaris belast met de leiding van een tijdelijk samenstel van activiteiten en projecten die zijn gericht op het bereiken van een of meer samenhangende doelstellingen.