Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 17 maart 2020, nr. 2020-0000011303, houdende regels met betrekking tot de stimulering van aardgasvrije huurwoningen (Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen)

Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

2

Doel van de regeling

Deze regeling heeft tot doel het stimuleren van het aardgasvrij maken van huurwoningen en huur- en koopwoningen die onderdeel uitmaken van een gebouw of gebouwen waarvoor een vereniging van eigenaars is opgericht waarvan een of meer leden verhuurder zijn van een woning in dat gebouw of die gebouwen door middel van opschaling en versnelling van:

  • a.

    het aardgasvrij maken van woningen en het aansluiten op warmtenetten van die aardgasvrije woningen of gebouwen waarvan de woningen onderdeel uitmaken; en

  • b.

    het volledig aardgasvrij maken van woningen die reeds zijn aangesloten op een warmtenet.

Artikel

3

Aanvraagperiode en wijze van indienen

Artikel

4

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

5

Staatssteun

Artikel

5a

Subsidie aan gemeente

In afwijking van artikel 3 van het Kaderbesluit kan op grond van deze regeling subsidie worden verstrekt aan een gemeente.

Artikel

5b

Toepasselijkheid hoofdstuk 2 op vastrechtsubsidies

Vervallen

Hoofdstuk

2

Subsidies van € 25.000 of meer

Artikel

6

Verstrekken van een subsidie van € 25.000 of meer

Artikel

7

Subsidiabele kosten

Artikel

8

Hoogte van de subsidie

Artikel

9

Aanvraag van de subsidie

Artikel

10

Subsidieverplichtingen

Artikel

11

Afwijzingsgronden

De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor zover:

  • a.

    de activiteiten zullen worden verricht in huurwoningen of woningen die onderdeel uitmaken van een gebouw of gebouwen waarvoor een vereniging van eigenaars is opgericht en waarin zich ten minste één huurwoning bevindt die niet zijn gelegen in Nederland;

  • b.

    de activiteiten zullen worden verricht in huurwoningen of woningen die onderdeel uitmaken van een gebouw of gebouwen waarvoor een vereniging van eigenaars is opgericht en waarin zich ten minste één huurwoning bevindt die zijn gebouwd op grond van een omgevingsvergunning die is aangevraagd op of na 1 juli 2018 en die niet zijn gelegen in een door college van burgemeester en wethouders aangewezen gebied als bedoeld artikel 10, zevende lid, onder a, van de Gaswet;

  • c.

    de verhuurder die de aanvraag heeft ingediend of een verhuurder die onderdeel uitmaakt van de vereniging van eigenaars die de aanvraag heeft ingediend een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening of een onderneming ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering van steun uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; of

  • d.

    een bedrag aan subsidie verstrekt zou worden aan een verhuurder dat hoger is dan geoorloofd is op grond van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • e.

    de aanvraag wordt gedaan ten behoeve van woningen waarvoor reeds subsidie is verstrekt op grond van deze regeling.

Artikel

12

Verlening, voorschot en vaststelling van de subsidie

Artikel

13

Bekendmaking van gegevens over steunverlening

Hoofdstuk

3

Subsidies van minder dan € 25.000

Artikel

14

Verstrekken van de subsidie

Artikel

15

Subsidiabele kosten

Artikel

16

Hoogte van de subsidie

Artikel

17

Aanvraag van de subsidie

Artikel

18

Subsidieverplichtingen

Artikel

19

Afwijzingsgronden

De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor zover:

  • a.

    de activiteiten zullen worden verricht in huurwoningen of woningen die onderdeel uitmaken van een gebouw of gebouwen waarvoor een vereniging van eigenaars is opgericht en waarin zich ten minste één huurwoning bevindt die niet zijn gelegen in Nederland; of

  • b.

    de activiteiten zullen worden verricht in huurwoningen of woningen die onderdeel uitmaken van een gebouw of gebouwen waarvoor een vereniging van eigenaars is opgericht en waarin zich ten minste één huurwoning bevindt die zijn gebouwd op grond van een omgevingsvergunning die is aangevraagd op of na 1 juli 2018 en die niet zijn gelegen in een door college van burgemeester en wethouders aangewezen gebied als bedoeld artikel 10, zevende lid, onder a, van de Gaswet;

  • c.

    de aanvraag wordt gedaan ten behoeve van woningen waarvoor reeds subsidie is verstrekt op grond van deze regeling.

Artikel

20

Verlening en vaststelling van de subsidie

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

20a

Vangnetbepaling

Op een aanvraag die wordt ingediend door een vereniging van eigenaars waarvan aan het lid dat verhuurder is of de leden die verhuurder zijn van één of meerdere woningen in het gebouw of de gebouwen waarvoor de vereniging van eigenaars is opgericht op grond van deze regeling voor 1 oktober 2021 een subsidie is verleend zijn de artikelen 3, tweede lid, 6, tweede lid, onder a en c, en 14, tweede lid, onder c, niet van toepassing.

Artikel

20b

Overgangsrecht

Artikel

21

Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 2020, en vervalt met ingang van 1 januari 2026, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling vóór laatstgenoemde datum zijn aangevraagd of verstrekt.

Artikel

22

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.W. Knops