Artikel
1
Definitiebepaling
In deze regeling wordt verstaan onder:
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
Algemene bijstand op grond van het besluit kan eveneens worden verleend aan de persoon die voldoet aan de definitie van zelfstandige, maar die in afwijking daarvan voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland.
Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal op grond van het besluit kan eveneens worden verleend aan de persoon die voldoet aan de definitie van zelfstandige, maar die in afwijking daarvan:
rechtmatig woonachtig is in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland, mits hij in Nederland premieplichtig is voor de volksverzekeringen op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen; of
de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.
Ten aanzien van de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt bij de toepassing van artikel 2, eerste lid, van het besluit in plaats van ‘die op 17 maart 2020 stond ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2, van de Handelsregisterwet 2007’ gelezen ‘die, indien hij daartoe gehouden is op grond van het toepasselijk recht van het land waar het eigen bedrijf of zelfstandig beroep is gevestigd, op 17 maart 2020 stond ingeschreven in het handelsregister of een vergelijkbaar register van dat land, of, indien hij daartoe niet is gehouden, op andere wijze kan aantonen dat hij op 17 maart 2020 in eigen bedrijf of zelfstandig beroep werkzaam was’.
Voor de persoon, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel a, bestaat het recht op bijstand jegens het college van de gemeente Maastricht.
De vergoeding, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, bedraagt:
€ 450,00 per besluit op een aanvraag om algemene bijstand;
€ 800,00 per besluit op een aanvraag om bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal.
In afwijking van artikel 19, eerste lid, onderdeel b, van het besluit vergoedt Onze Minister ten laste van ’s Rijks kas aan het college, genoemd in artikel 4, de daadwerkelijke kosten die zijn verbonden aan het verlenen van bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal aan de persoon, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel a.
In afwijking van artikel 14, onderdeel b, van het besluit bedraagt de looptijd van de lening ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal zes jaar.
In afwijking van artikel 16, tweede lid, van het besluit vangt de verplichting tot betaling van rente en aflossing van de lening ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal aan op 1 juli 2022 en wordt in het tijdvak van 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2022 geen rente opgebouwd.
Vervallen
Vervallen
Deze regeling treedt in werking met ingang van 8 mei 2020, met uitzondering van de artikelen 2, tweede lid, onderdeel a, 3 en 4, die in werking treden met ingang van 18 mei 2020, en werkt terug tot en met 1 maart 2020.
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.