Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
buitenschoolse opvang: kinderopvang verzorgd door een kinderopvangorganisatie voor kinderen in de leeftijd dat ze naar het basisonderwijs kunnen gaan, waarbij opvang wordt geboden voor of na de dagelijkse schooltijd evenals gedurende vrije dagen of middagen en in schoolvakanties;
-
Caribisch Nederland: eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
-
dagdeel: een blok van minimaal 4 aaneengesloten uren kinderopvang;
-
dagopvang: kinderopvang verzorgd door een kinderopvangorganisatie voor kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar, het moment waarop de kinderen naar het basisonderwijs gaan;
-
exploitant: een natuurlijk persoon van achttien jaar of ouder of rechtspersoon die een kinderopvangorganisatie exploiteert;
-
exploitatievergunning: de door het openbaar lichaam verleende vergunning voor het exploiteren van kinderopvang;
-
gastouder: degene van achttien jaar of ouder die gastouderopvang biedt, met uitzondering van degene:
-
a.
van wie een of meer kinderen onderworpen zijn aan ondertoezichtstelling of voorlopige ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 254 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES, die met betrekking tot een of meer van zijn kinderen is ontheven uit het ouderlijk gezag als bedoeld in artikel 266 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES of die met betrekking tot een of meer van zijn kinderen is ontzet van het gezag als bedoeld in artikel 269 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES,
-
b.
die op hetzelfde woonadres staat ingeschreven in het bevolkingsregister als de ouder of diens partner van het kind aan wie opvang wordt geboden, of
-
c.
die ten behoeve van de opvang van kinderen in enigerlei vorm personeel in dienst heeft;
-
a.
-
gastouderopvang: kinderopvang die plaatsvindt in een gezinssituatie die betrekking heeft op gelijktijdige opvang van ten hoogste zes kinderen waaronder begrepen de bloedverwant of aanverwant in neergaande lijn van de gastouder of zijn partner waarbij de opvang plaatsvindt:
-
a.
op het woonadres van de gastouder, of
-
b.
op het woonadres van een van de ouders van de kinderen voor wie de gastouder opvang biedt;
-
a.
-
kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint;
-
kinderopvangorganisatie: een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt;
-
kindplaatssubsidie: een door het openbaar lichaam vastgestelde aanvullende subsidie per kind aan een kinderopvangorganisatie voor een ouder die voldoet aan de door het openbaar lichaam vastgestelde criteria;
-
kostprijs verlagende subsidie: een subsidie voor alle kinderopvangorganisaties, die in het bezit zijn van een exploitatievergunning, dan wel in afwachting zijn van een besluit omtrent de exploitatievergunning en in 2019 aantoonbaar kinderen hebben opgevangen, om het door de ouders te betalen bedrag aan de kinderopvang te verlagen en om te investeren in de kwaliteit van de kinderopvang;
-
minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
-
openbaar lichaam openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
-
ouder: de bloed- of aanverwant in opgaande lijn of de pleegouder van een kind op wie de kinderopvang betrekking heeft;
-
ouderbijdrage: het door het openbaar lichaam in afstemming met het Rijk vastgestelde tarief dat een ouder per maand op basis van volledige kinderopvang moet betalen en dat de kinderopvangorganisatie de ouder in rekening brengt na aftrek van de kindplaatssubsidie, indien van toepassing;
-
programma BES(t) 4 kids: en door de openbare lichamen van Caribisch Nederland en het Rijk ingesteld programma dat tot doel heeft om de kinderopvang in Caribisch Nederland te verbeteren en voor ouders financieel toegankelijk te maken;
-
transitieplan: een door het openbaar lichaam goedgekeurd plan van een kinderopvangorganisatie waarin de kinderopvangorganisatie vastlegt welk deel van de subsidie wordt gebruikt voor het verlagen van het door de ouders te betalen bedrag aan kinderopvang en welk deel wordt ingezet voor investeringen in de kwaliteit van de kinderopvang.