Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 mei 2020, nr. 2020-0000031778, tot vaststelling van een tijdelijke subsidieregeling voor de financiering van kinderopvang in Caribisch Nederland (Tijdelijke subsidieregeling financiering kinderopvang Caribisch Nederland)

Tijdelijke subsidieregeling financiering kinderopvang Caribisch Nederland

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • buitenschoolse opvang: kinderopvang verzorgd door een kinderopvangorganisatie voor kinderen in de leeftijd dat ze naar het basisonderwijs kunnen gaan, waarbij opvang wordt geboden voor of na de dagelijkse schooltijd evenals gedurende vrije dagen of middagen en in schoolvakanties;

  • Caribisch Nederland: eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • dagdeel: een blok van minimaal 4 aaneengesloten uren kinderopvang;

  • dagopvang: kinderopvang verzorgd door een kinderopvangorganisatie voor kinderen in de leeftijd van 0 tot en met de leeftijd dat ze naar het basisonderwijs kunnen gaan;

  • exploitant: een natuurlijk persoon van achttien jaar of ouder of rechtspersoon die een kinderopvangorganisatie exploiteert;

  • exploitatievergunning: de door het openbaar lichaam verleende vergunning voor het exploiteren van kinderopvang;

  • gastouder: degene van achttien jaar of ouder die gastouderopvang biedt, met uitzondering van degene:

  • gastouderopvang: kinderopvang die plaatsvindt in een gezinssituatie die betrekking heeft op gelijktijdige opvang van ten hoogste zes kinderen waaronder begrepen de bloedverwant of aanverwant in neergaande lijn van de gastouder of zijn partner waarbij de opvang plaatsvindt:

    • a.

      op het woonadres van de gastouder, of

    • b.

      op het woonadres van een van de ouders van de kinderen voor wie de gastouder opvang biedt;

  • kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint;

  • kinderopvangorganisatie: een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt;

  • kindplaatssubsidie: een door het openbaar lichaam vastgestelde aanvullende subsidie per kind aan een kinderopvangorganisatie voor een ouder die voldoet aan de door het openbaar lichaam vastgestelde criteria;

  • kostprijs verlagende subsidie: een subsidie voor alle kinderopvangorganisaties, die in het bezit zijn van een exploitatievergunning, dan wel in afwachting zijn van een besluit omtrent de exploitatievergunning en in 2019 aantoonbaar kinderen hebben opgevangen, om het door de ouders te betalen bedrag aan de kinderopvang te verlagen en om te investeren in de kwaliteit van de kinderopvang;

  • minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • openbaar lichaam openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

  • ouder: de bloed- of aanverwant in opgaande lijn of de pleegouder van een kind op wie de kinderopvang betrekking heeft;

  • ouderbijdrage: het door het openbaar lichaam in afstemming met het Rijk vastgestelde tarief dat een ouder per maand op basis van volledige kinderopvang moet betalen en dat de kinderopvangorganisatie de ouder in rekening brengt na aftrek van de kindplaatssubsidie, indien van toepassing;

  • programma BES(t) 4 kids: en door de openbare lichamen van Caribisch Nederland en het Rijk ingesteld programma dat tot doel heeft om de kinderopvang in Caribisch Nederland te verbeteren en voor ouders financieel toegankelijk te maken;

  • transitieplan: een door het openbaar lichaam goedgekeurd plan van een kinderopvangorganisatie waarin de kinderopvangorganisatie vastlegt welk deel van de subsidie wordt gebruikt voor het verlagen van het door de ouders te betalen bedrag aan kinderopvang en welk deel wordt ingezet voor investeringen in de kwaliteit van de kinderopvang.

Artikel

2

Doel subsidie

Voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 maart 2026 worden tijdelijk financiële middelen beschikbaar gesteld voor het verlagen van de kosten van kinderopvang voor ouders van kinderen in Caribisch Nederland om de financiële toegankelijkheid van de kinderopvang en buitenschoolse opvang te verbeteren en tegelijkertijd de kwaliteit van de opvang te verbeteren.

Artikel

4

Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen worden ingediend van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, 09:00 uur tot en met 31 januari 2026, 17:00 uur, lokale tijd.

Hoofdstuk

2

Subsidieverlening

Artikel

5

Subsidieplafond Sint Eustatius kostprijs verlagende subsidie

Artikel

6

Subsidieplafond Bonaire kostprijs verlagende subsidie

Artikel

7

Subsidieplafond Saba kostprijs verlagende subsidie

Artikel

8

Wijze van verdeling beschikbare middelen kostprijs verlagende subsidie

Artikel

9

Subsidieaanvraag kostprijs verlagende subsidie

Artikel

10

Voorwaarden kostprijs verlagende subsidie

Artikel

11

Verplichtingen kostprijs verlagende subsidie

Artikel

12

Hoogte kostprijs verlagende subsidie

Artikel

13

Hoogte ouderbijdrage

Artikel

14

Kindplaatssubsidie

Artikel

15

Subsidieverlening en betaling

Artikel

16

Informatieverplichtingen

Artikel

17

Weigeringsgronden

De subsidie wordt in ieder geval niet verleend indien:

  • a.

    de subsidieaanvraag niet voldoet aan de krachtens deze regeling gestelde voorwaarden;

  • b.

    de subsidieplafonds bedoeld in de artikelen vijf tot en met zeven, reeds door eerder ingediende aanvragen zijn uitgeput.

Artikel

18

Intrekking subsidie

Artikel

19

Verantwoording en vaststellen subsidie

Artikel

19a

Vrijstelling

Artikel

20

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

21

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling financiering kinderopvang Caribisch Nederland.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, T. van Ark