Aan de algemeen secretaris wordt mandaat verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
-
a.
cursus- en examengeld bij tussentijdse beëindiging van de beroepsopleiding op grond van artikel 2.28, vierde lid, van de Verordening;
-
b.
toelating tot de beroepsopleiding op grond van artikel 3.16, vierde lid, van de Verordening;
-
c.
vrijstelling deelname onderwijs op grond van artikel 3.18 van de Verordening;
-
d.
hardheidsclausule ten hoogste driemaal een toets afleggen op grond van artikel 3.19, negende lid, juncto artikel 3.19, zesde lid, van de Verordening;
-
e.
vrijstelling toets op grond van artikel 3.20 van de Verordening;
-
f.
terme de grâce op grond van artikel 3.22 van de Verordening;
-
g.
vrijstelling voorafgaande opleidingspunten cassatie op grond van artikel 4.9, tweede lid, van de Verordening;
-
h.
verlengen termijn voorwaardelijke aantekening cassatie op grond van artikel 4.11, tweede lid, van de Verordening;
-
i.
vrijstelling praktijkeisen cassatie op grond van artikel 4.14, tweede lid, van de Verordening;
-
j.
doorhalen voorwaardelijke aantekening advocaat bij de Hoge Raad op grond van artikel 4.15 van de Verordening;
-
k.
erkenning opleidingsinstelling op grond van artikelen 16 en 17 van de Regeling;
-
l.
intrekking erkenning opleidingsinstelling op grond van artikel 19 van de Regeling.