Beleidsregel van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 29 juni 2020, nr. WJZ/ 19200531, betreffende de vergoeding van kosten van aardbevingsbestendig bouwen in Groningen

Beleidsregel vergoeding kosten aardbevingsbestendig bouwen in Groningen

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

Besluit:

Artikel

1

Begripsomschrijvingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • aardbevingsbelasting: belasting op een gebouw door een aardbeving als bedoeld in NPR 9998;

  • bouwkosten: bouwkosten als bedoeld in artikel 4, eerste lid;

  • eerste eigenaar: de eigenaar van een nieuw te bouwen gebouw op het moment van oplevering van het gebouw;

  • gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

  • minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat;

  • NPR 9998: praktijkrichtlijn NPR 9998 uitgave NPR 9998:2018+C1:2020 van de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut;

  • NPR-webtool: webtool die behoort bij NPR 9998;

  • piekgrondversnelling: hoogste waarde op maaiveldniveau van de grondversnelling tijdens een aardbeving;

  • omgevingsvergunning: omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

  • veiligheidsnorm: veiligheidsnorm, bedoeld in artikel 1.3a.3, eerste lid, van de Mijnbouwregeling;

  • windbelasting: belasting op een gebouw door de wind zoals bedoelt in NEN-EN 1991-1-4+A1+C2 en NEN-EN 1991-1-4+A1+C2/NB.

Artikel

2

Toepassingsbereik

Artikel

3

Vergoeding voor aardbevingsbestendig bouwen

Artikel

4

Hoogte vergoeding aardbevingsbestendig bouwen

Artikel

5

Vergoeding voor berekening aardbevingsbelasting en windbelasting

Artikel

6

Vergoeding voor toetsing van de berekeningen

Artikel

7

Aanvraag voor vergoeding

Artikel

8

Voorschriften

Aan een besluit tot toekenning van een vergoeding worden de volgende voorschriften verbonden:

  • a.

    de houder van een besluit tot toekenning van een vergoeding meldt aan de minister een planning voor de start van de bouw en het verwachte moment dat hij de maatregelen gaat nemen;

  • b.

    de houder van een besluit tot toekenning van een vergoeding stelt de minister in staat om op de bouwlocatie te controleren of de maatregelen, vereist op grond van NPR 9998, zijn genomen;

  • c.

    de houder van een besluit tot toekenning van een vergoeding overlegt aan de minister:

    • 1°.

      foto’s waaruit blijkt dat de maatregelen, genomen ter voldoening aan NPR 9998, genomen zijn;

    • 2°.

      een verklaring van de aannemer dat de maatregelen ter voldoening aan NPR 9998 zijn genomen;

  • d.

    de houder van een besluit tot toekenning van een vergoeding meldt aan de minister de som van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting, op basis waarvan de leges voor de omgevingsvergunning zijn berekend of, indien geen omgevingsvergunning is aangevraagd, de som van de bouwkosten zoals opgenomen in het contract met de aannemer.

Artikel

9

Eerste eigenaar op moment van start project niet bekend

Artikel

10

Betaling

Artikel

11

Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes