Artikel
1
1
Mandaat voor het afleggen van de eden, verklaringen en beloften, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar wordt verleend aan:
-
a.
de Commandant Landelijk en Tactisch Commando;
-
b.
de Commandant Opleidings- en Trainingscentrum;
-
c.
de brigadecommandant waaronder de buitengewoon opsporingsambtenaar ressorteert;
-
d.
de plaatsvervanger van de onder a t/m c genoemde commandanten indien deze een rang bekleedt in de categorie van hoofdofficier of hoger.