Beleidsregel van de Inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van 6 juli 2020, NVWA/2020/3543, over actief openbaar maken van inspectiegegevens van bedrijven en producten

Beleidsregel omtrent actieve openbaarmaking van inspectiegegevens door de NVWA

Artikel

1

definities

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • besluit: Besluit van 15 januari 2019, houdende vaststelling van regels ter uitvoering van de Gezondheidswet en de Jeugdwet over de openbaarmaking van informatie over naleving en uitvoering van regelgeving (Besluit openbaarmaking toezicht- en uitvoeringsgegevens Gezondheidswet en Jeugdwet);

  • informatie: Informatie over toezicht met betrekking tot de naleving van wet- en regelgeving door bedrijven of instellingen. Deze informatie kan van verschillende bronnen afkomstig zijn. Bij de publicatie van inspectiegegevens wordt de bron vermeld;

  • inspectiegegevens: Alle bij de NVWA aanwezige informatie over toezicht en uitvoering met betrekking tot de naleving van wet- en regelgeving door bedrijven of instellingen;

  • inspectieonderwerp: Eén of meer inspectie-items of inspectiepunten, die samen één logische eenheid vormen;

  • inspectie-item: Een specifiek aandachtspunt tijdens een inspectie;

  • interventiebeleid: het Algemeen en Specifiek interventiebeleid van de NVWA;

  • kennisgeving: Melding aan bedrijf of instelling of vertegenwoordiger hiervan over de voorgenomen openbaarmaking van individuele inspectieresultaten over zijn toezichtobject of product;

  • merk: Specifieke op of bij een product gebezigde merknaam;

  • NVWA: de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

  • onder toezicht gestelde: Bedrijf, instelling of particulier waarop de naleving van de regelgeving zich richt;

  • openbaarmaking: Het voor derden openbaar maken van de resultaten van toezichtobjecten. Dit kan zowel actief als passief zijn;

  • privaat kwaliteitssysteem: Een vrijwillig systeem of privaat initiatief, waarmee toezicht wordt gehouden op aangesloten individuele bedrijven in een bepaalde branche of sector. Dit toezicht kan worden uitgevoerd door onder meer een branche- of beroepsorganisatie, of extern privaat door certificerende instellingen. Deze systemen worden ook wel zelfcontrolesysteem genoemd;

  • product: Elk product, dat bestemd kan zijn voor particulier gebruik, inclusief (grondstof voor) levensmiddel of diervoeder;

  • thema: een samenhangend geheel van inspectieonderwerpen, die voor consument/burger en bedrijven een logisch verband hebben en voor hen relevant kunnen zijn in hun beslissingen;

  • themaoordeel: een beeld over de mate van naleving op een bepaald thema. Een oordeel kan gebaseerd zijn op één inspectie, maar kan ook, indien er zeer regelmatig toezicht wordt gehouden, een overzicht zijn van een bepaalde periode. Het themaoordeel wordt gebaseerd op de meest recente inspectiegegevens op het inspectieonderwerp op het moment van het besluit tot openbaarmaking;

  • traject: Een onderdeel van de actieve openbaarmaking toegespitst op een specifieke doelgroep die eventueel openbaar gemaakt zal worden;

  • UOV: uniforme openbare voorbereidingsprocedure;

  • vestiging: Een vestiging is een gebouw of complex van gebouwen waar uitoefening van activiteiten van een onderneming of rechtspersoon plaatsvindt. Een vestiging wordt binnen de KvK geïdentificeerd door het vestigingsnummer;

  • wet: de Gezondheidswet;

  • wob: Wet openbaarheid van bestuur.

Artikel

2

Algemene uitgangspunten openbaarmaking

Artikel

3

Informatie die actief openbaar wordt gemaakt

Artikel

4

Informatie die niet actief openbaar gemaakt wordt

De in artikel 2, eerste lid bedoelde informatie omvat niet:

  • Persoonsgevoelige informatie conform de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en bijzondere persoonsgegevens, als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder d, van de Wob;

  • Bedrijfs- en fabricagegegevens tenzij in het besluit of de Wob is bepaald dat er een grond is om deze openbaar te maken;

  • Informatie waarvan openbaarmaking niet verenigbaar is met artikel 10 en 11 van de Wob;

  • Inspecties die de NVWA in opdracht van derden heeft uitgevoerd en waarvoor de NVWA niet de opdracht heeft tot actieve openbaarmaking;

  • Informatie waarvan de rechter heeft bepaald dat deze (tijdelijk) niet openbaargemaakt mag worden, en

  • Informatie die, vanuit een toezichtvernieuwing en het beoogde effect daarvan, ongewenst is openbaar te maken.

Artikel

5

Wijze van openbaar maken per bedrijf

Artikel

6

Wijze van openbaar maken per product

Artikel

7

De wijze van publicatie en het starten van nieuwe openbaarmakingstrajecten vindt overeenkomstig de bijlage plaats.

Artikel

8

Deze beleidsregel treedt op 1 september 2020 in werking.

Artikel

9

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel omtrent actieve openbaarmaking van inspectiegegevens door de NVWA.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
De Minister voor Medische Zorg,
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
namens deze:
M.A. Ruys, De Inspecteur-Generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

Bijlage

Hoofdstuk

1

Publicatie en kennisgeving

1.1

Uitgangspunten voor publicatie

De vormgeving en presentatie van de algemene openbaarmaking is NVWA-breed zoveel mogelijk uniform. Uitgangspunt is de in deze beleidsregel beschreven wijze van vaststellen en presenteren van het oordeel met bijbehorende omschrijving. Hiervan kan in een specifiek traject alleen gemotiveerd worden afgeweken.

Voor het publiceren van oordelen van bedrijven waar sprake is van permanent toezicht, is de vormgeving en presentatie aangepast aan de toezichtvorm. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de hier opgenomen vormgeving.

Uitgangspunten zijn:

  • I.

    De oordelen worden bepaald per toezichtobject. Wat gezien wordt als toezichtobject wordt per openbaarmakingstraject vastgesteld (b.v. vestiging).

  • II.

    Zoals opgenomen in artikel 5 wordt de informatie gegeven in de vorm van een oordeel per thema en per inspectieonderwerp, eventueel aangevuld met inspectie-items per onderwerp. De informatie over het inspectie-item kan worden gegeven als oordeel dan wel als feitelijk gegeven (= de uitkomst van de bevinding tijdens de inspectie). De presentatie, thema’s en inspectieonderwerpen en eventueel inspectie-items sluiten aan bij behoeften van de bedrijven en burgers voor wie de informatie het meest relevant is. Een toezichtobject kan oordelen op meerdere thema's hebben.

  • III.

    Bij een oordeel wordt aangegeven op welke gegevens het oordeel is gebaseerd. Een oordeel, gebaseerd op een NVWA inspectie, is een feitelijke constatering van een inspecteur.

  • IV.

    De inspectieonderwerpen en inspectie-items waarop de NVWA controleert worden toegelicht in algemene contextinformatie en de meest essentiële contextinformatie wordt dicht bij de inspectieresultaten vermeld.

  • V.

    Per traject worden alle openbaar te maken gegevens zoveel mogelijk in één document opgenomen. Dit document wordt openbaar gemaakt. Bedrijven, die nog niet de mogelijkheid hebben gehad om op de website commentaar te leveren bij de over hen openbaar te maken informatie, worden eveneens in dit document opgenomen, maar zonder oordeel.

  • VI.

    Bij het oordeel wordt informatie over de bestuurlijke sanctie (naam overtreder, datum van overtreding, beschrijving van overtreding en uitspraak van sanctiebesluit) getoond, die is opgelegd op een of meer van de inspectieonderwerpen, waarop het actuele oordeel over het thema is gebaseerd. Bij het sanctiebesluit wordt de actuele status aangegeven van het sanctiebesluit. Indien het besluit tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie als bedoeld in artikel 5:2 van de awb wordt openbaar gemaakt, wordt tevens bij de openbaarmaking aangegeven of een rechtsmiddel tegen dat besluit is of kan worden ingesteld.

  • VII.

    De verschillende beschikbare gegevens worden op hetzelfde niveau en op dezelfde wijze openbaar gemaakt, ongeacht of deze afkomstig zijn van de NVWA zelf, dan wel van, voor NVWA, betrouwbare bronnen.

  • VIII.

    Het detailniveau van de openbaar te maken informatie wordt per openbaarmakingstraject vastgesteld.

  • IX.

    Indien een inspectieonderwerp binnen een thema niet van toepassing is voor een specifiek toezichtobject dan wordt dat aangegeven bij het oordeel over het inspectieonderwerp en niet meegenomen in het totaaloordeel over het thema.

  • X.

    Indien een of meerdere inspectie-items openbaar gemaakt worden, wordt per item een oordeel gegeven dan wel de feitelijke bevinding van de inspectie op het betreffende item

1.2

Datum en termijn van publicatie

Openbaarmaking vindt niet eerder plaats dan nadat bedrijven/instellingen zijn geïnformeerd over de openbaarmaking van hun informatie. Openbaarmaking vindt plaats met inachtneming van de geldende regels uit de wet en de wob.

  • I.

    Publicatie vindt zo spoedig mogelijk plaats direct na elke wijziging van een oordeel van een thema dan wel van een inspectieonderwerp:

    • a.

      Wet: na een termijn van 2 weken na kennisgeving aan onder toezicht gestelde.

    • b.

      Wob: na een termijn van 6 weken (twee weken zienswijze awb + 4 weken uitgestelde openbaarmaking) na kennisgeving aan onder toezicht gestelde na dagtekening van de kennisgeving aan de onder toezicht gestelde, dan wel vertegenwoordiger van het product in Europa.

      In bijzondere gevallen, zoals vastgelegd in artikel 44a, lid 6 van de wet kan deze termijn buiten toepassing worden gelaten en kan ‘onmiddellijk’ openbaar gemaakt worden. Per traject zal de juridische grondslag hiervoor bepaald moeten worden.

  • II.

    De publicatiedatum en publicatieduur van inspectieonderwerpen en inspectie-items is gelijk aan die van het bijbehorende thema-oordeel.

  • III.

    De duur van publicatie van een vastgesteld oordeel over bedrijven is 2 jaar, tenzij vooraf voor een specifiek openbaarmakingstraject anders is bepaald. Dit is altijd tussen 2 en 4 jaar.

  • IV.

    De duur van publicatie van trendgegevens van een groep van bedrijven kan langer zijn dan 4 jaar.

  • V.

    Factsheets met gebundelde resultaten van bedrijfsonderzoeken op bepaald onderwerp en thema, inclusief de bedrijfsnaam, kunnen voor onbepaalde tijd in de ‘historie’ op de website beschikbaar blijven.

  • VI.

    De duur van publicatie van een vastgesteld oordeel over producten is 10 jaar. Factsheets met de gebundelde resultaten van een onderzoek van bepaalde typen producten, inclusief de bedrijfsnaam, productnaam, eventueel producttype en merknaam kunnen voor onbepaalde tijd in de ‘historie’ op de website beschikbaar blijven

  • VII.

    Op het moment dat een nieuw oordeel gepubliceerd wordt, vervalt de publicatie van het voorgaande oordeel, tenzij vooraf of in de verkenning is bepaald dat niet alleen het meest recente oordeel wordt gepubliceerd.

1.3

Kennisgeving aan belanghebbende/eigenaar openbaarmaking

Openbaarmaking vindt niet eerder plaats dan nadat het individueel bedrijf/instelling is geïnformeerd over de voorgenomen openbaarmaking van specifieke informatie over het bedrijf/instelling en in de gelegenheid is gesteld hiertegen bezwaar te maken en/of een voorlopige voorziening in te stellen.

Daarnaast wordt de mogelijkheid geboden een reactie te geven die bij de openbaar te maken informatie wordt gepresenteerd.

Nieuw oordeel

Op basis van de wet

De NVWA zendt vóór aanvang van openbaarmaking aan de onder toezicht gestelde, of een derde belanghebbende waarvan de NVWA redelijkerwijs mag verwachten dat deze een reactie zal geven, een openbaarmakingsbesluit. Hierin staat de openbaar te maken informatie.

De NVWA geeft daarbij aan op welke gegevens het oordeel berust. Ook krijgt het bedrijf/instelling de gelegenheid een reactie van maximaal 50 woorden te geven ten aanzien van de openbaarmaking die bij het oordeel wordt gepubliceerd.

Op basis van de wob

De NVWA zendt vóór aanvang van openbaarmaking aan de onder toezicht gestelde, of een derde belanghebbende waarvan de NVWA redelijkerwijs mag verwachten dat deze een reactie zal geven, een openbaarmakingsbesluit. Hierin staat de openbaar te maken informatie.

De NVWA geeft daarbij aan op welke gegevens het oordeel berust. Het bedrijf/instelling heeft de gelegenheid om een zienswijze te geven ten aanzien van de openbaarmaking.

Ook krijgt het bedrijf/instelling de gelegenheid een reactie van maximaal 50 woorden te geven ten aanzien van de openbaarmaking die bij het oordeel wordt gepubliceerd.

Oordeel loopt af.

Indien de geldigheid van een oordeel afloopt (waardoor het oordeel gewijzigd wordt in ‘Geen recente gegevens’ wordt de eigenaar minimaal 6 weken vóór het aflopen van de publicatietermijn van het oordeel daarvan in kennis gesteld.

Hoofdstuk

2

Nieuw traject van openbaarmaking

Een nieuw traject van openbaar te maken informatie vraagt om een goede voorbereiding. Om openbaarmaking op een goede en gestructureerde wijze verantwoord en betrouwbaar uit te voeren gelden randvoorwaarden. Als aan deze randvoorwaarden niet is voldaan, komt een traject in beginsel niet in aanmerking voor openbaarmaking.

2.1

De verkenning van het nieuwe traject

Voorafgaand aan het besluit om openbaarmaking in te zetten en gegevens openbaar te maken, wordt een verkenning uitgevoerd. Op basis van de uitkomst van deze verkenning zal worden beoordeeld of, en zo ja, op welke termijn met de openbaarmaking kan worden gestart

In een verkenning zal o.a. aandacht worden besteed aan de volgende aspecten:

  • I.

    Definitie en nauwkeurige omschrijving van de doelgroep, producenten en/of objecten waarover informatie openbaar wordt gemaakt

  • II.

    Definitie van welke informatie er openbaar zal worden gemaakt, binnen welk thema dit past en, indien van toepassing hoe dit thema wordt ingedeeld in inspectieonderwerpen.

  • III.

    De presentatie van de inspectiegegevens moet eenduidig en afgestemd zijn op de behoefte van de betreffende gebruiker (bijv. consument of afnemers). Uitgangspunt is de in deze beleidsregel aangegeven wijze (in de vorm van oordelen en evt. kleuren). Daarbij rekening houdend met de vorm van toezicht (bv permanent toezicht).

  • IV.

    In de verkenning zal aangegeven worden op welke wijze eventueel andere informatie over de naleving dan de eigen inspectieresultaten wordt meegenomen in de openbaarmaking.

  • V.

    De NVWA doet geen concessie aan risicogericht toezicht.

2.2

Start van nieuw traject

Ten behoeve van de beoordeling van bedrijven wordt bij de start van openbaar te maken doelgroep per thema het totaal aan bedrijven of producten in kaart gebracht en een oordeel per bedrijf/product op het betreffende thema opgesteld

  • I.

    Het oordeel wordt gebaseerd op ‘nieuwe’ gegevens vanaf een specifieke datum of op geldige gegevens (niet ouder dan 2 jaar). Hier kan gemotiveerd van afgeweken worden. Deze datum wordt aan de bedrijven kenbaar gemaakt.

  • II.

    Onder de wob wordt een ontwerpbesluit gepubliceerd waarin is vastgelegd welk type informatie openbaargemaakt wordt.

  • III.

    Indien tijdens het traject regelgeving, waarop het oordeel wordt gebaseerd, verandert, wordt er duidelijk verschil aangegeven tussen de oordelen op basis van de oude regelgeving en op basis van de nieuwe regelgeving. Dit alleen indien de wijzigingen dusdanig zijn dat deze aanvulling noodzakelijk is voor de begrijpelijkheid van de gegevens.

  • IV.

    Bedrijven/instellingen worden op de hoogte gebracht van het beoogde moment waarop de NVWA start met het openbaar maken van de inspectieresultaten.

  • V.

    Het gebruik van oordelen, voorzien van juiste duiding, is verplicht voor alle trajecten van openbaarmaking die conform deze beleidsregel zijn gestart of reeds lopen. In uitzonderlijke gevallen kan hier gemotiveerd van afgeweken worden.

Hoofdstuk

3

Uitwerking oordeel en presentatie van een oordeel

De uitwerking van de totstandkoming van een oordeel staat beschreven in paragraaf 3.1. De uitwerking van de overgangsregels van bestaand naar nieuw oordeel staan beschreven in paragraaf 3.2. De gevolgen van het gebruik van andere bronnen als private kwaliteitssystemen en convenanten staat in 3.4 en 3.5.

3.1

Algemene uitwerking oordeel

Oordelen zijn m.n. gebaseerd op informatie van de NVWA zelf, en indien van toepassing, op informatie van andere inspectiediensten en van private kwaliteitssystemen.

  • I.

    Afhankelijk van de bron van de informatie zijn regels vastgesteld hoe de informatie in het vormen van een oordeel door de NVWA wordt meegenomen. De rangorde van de informatie, die leidt tot het oordeel is als volgt:

    • 1.

      Informatie van convenant: afgesloten convenant

    • 2.

      Informatie van geaccepteerd privaat kwaliteitssysteem: melding aangesloten bedrijf

    • 3.

      Informatie van NVWA: NVWA inspectieresultaten.

  • II.

    Beoordeling vindt plaats op basis van het meest recente inspectiegegeven op het inspectieonderwerp. Het betreffende inspectiegegeven is niet ouder dan 2 jaar, tenzij voor het traject is vastgesteld dat de inspectiegegevens over een andere periode (tussen 2 en 4 jaar) worden gebruikt en openbaar gemaakt.

  • III.

    Indien monsteronderzoek plaatsvindt als onderdeel van de NVWA-inspectieonderwerpen, is het resultaat van het onderzoek medebepalend voor het oordeel over het bedrijf. Inspectie- én monsteronderzoek bepalen samen het oordeel over de naleving.

3.2

Regels wijzigen oordeel

Deze regels hebben betrekking op alle onder toezicht gestelden met uitzondering van de productonderzoeken. Om na te gaan of tekortkomingen zijn opgeheven worden herinspecties uitgevoerd. Elke herinspectie genereert, op basis van actuele inspectieresultaten, een nieuw thema oordeel.

Uitzondering hierop zijn afgebakende projectmatige bedrijfsonderzoeken en informatie over bedrijven waar sprake is van permanent toezicht. In geval van permanent toezicht zal de wijze van openbaarmaking anders verlopen dan is aangegeven in artikel 5.

Voor product(onderzoeken) gelden nog geen spelregels voor het wijzigen van het oordeel. Productonderzoeken worden in het algemeen eenmalig uitgevoerd. Als de resultaten van productonderzoeken aanleiding geven tot aanvullend of nieuw onderzoek en deze resultaten worden ook openbaar gemaakt, worden deze als nieuwe inspectieresultaten openbaar gemaakt, waar relevant, onder verwijzing naar de eerder gepubliceerde resultaten en factsheets.

Voor alle oordeelwijzigingen gelden de werkwijze en termijnen zoals beschreven in paragraaf 1.1 en 1.3.

3.2.1 ‘GEEN RECENTE GEGEVENS’ wordt:

  • A.

    ‘VOLDOET’

    Indien bij de inspectie (inspectie 1) op de inspectieonderwerpen binnen een thema geen of slechts geringe tekortkomingen (klasse D) worden geconstateerd:

    • Oordeel wordt ‘voldoet’.

  • B.

    ‘VERBETERPUNTEN VASTGESTELD’

    Indien bij de inspectie (inspectie 1) op een of meer inspectieonderwerpen binnen een thema een of meerdere tekortkomingen klasse C of B worden geconstateerd:

    • oordeel wordt voor 3 maanden ‘Verbeterpunten vastgesteld’ (tenzij hier in een specifiek traject gemotiveerd van afgeweken wordt).

  • C.

    ‘VERSCHERPT TOEZICHT’

    Indien bij de inspectie (inspectie 1) op een of meer inspectieonderwerpen binnen een thema een of meerdere tekortkomingen klasse B of C worden geconstateerd en, gelet op de omvang/aard van de tekortkoming wordt besloten het toezichtobject onder verscherpt toezicht te plaatsen:

    • oordeel wordt ‘verscherpt toezicht ’.

3.2.2 ‘VOLDOET’ wordt:

  • A.

    ‘GEEN RECENTE GEGEVENS’

    Indien op alle inspectieonderwerpen binnen het thema geen informatie meer voorhanden is binnen de afgelopen 2 jaar (dan wel de voor het specifieke traject afgesproken termijn tussen 2 en 4 jaar):

    • oordeel wordt ‘Geen recente gegevens’.

  • B.

    ‘VOLDOET’ Indien bij de inspectie (inspectie 1) op de inspectieonderwerpen binnen een thema geen of geringe tekortkomingen klasse D worden geconstateerd:

    • Oordeel wordt opnieuw ‘voldoet’.

  • C.

    ‘VERBETERPUNTEN VASTGESTELD’

    Indien bij de inspectie (inspectie 1) op een of meer inspectieonderwerpen binnen een thema een of meerdere tekortkomingen klasse C en/of B worden geconstateerd:

    • oordeel wordt voor 3 maanden ‘Verbeterpunten vastgesteld’ (tenzij hier in een specifiek traject gemotiveerd van afgeweken wordt).

  • D.

    ‘VERSCHERPT TOEZICHT’

    Indien bij de inspectie (inspectie 1) op een of meer inspectieonderwerpen binnen een thema een of meerdere tekortkomingen klasse B of C worden geconstateerd en, gelet op de omvang/aard van de tekortkoming wordt besloten het toezichtobject onder verscherpt toezicht te plaatsen:

    • oordeel wordt ‘verscherpt toezicht ’.

3.2.3 ‘VERBETERPUNTEN VASTGESTELD’ wordt:

  • A.

    ‘VOLDOET’

    Indien bij (her)inspectie (inspectie 2) door NVWA wordt vastgesteld dat tekortkoming is verholpen:

    • oordeel wordt ‘voldoet ’

      • Dit oordeel wordt gepubliceerd na een termijn van 3 maanden na inspectie 1,

      • Gedurende deze 3 maanden blijft het oordeel ‘Verbeterpunten vastgesteld’.

  • B.

    ‘VERBETERPUNTEN VASTGESTELD’

    Indien bij de (her)inspectie (inspectie 2) op een of meer inspectieonderwerpen binnen een thema een of meerdere tekortkomingen klasse B of C worden geconstateerd:

    • oordeel wordt opnieuw ‘Verbeterpunten vastgesteld’.

      • Het oordeel wordt gedurende 3 maanden na inspectie 2 ‘Verbeterpunten vastgesteld ’,

      • Resterende periode van het oordeel op basis van inspectie 1 komt te vervallen.

  • C.

    ‘VERSCHERPT TOEZICHT’

    Indien bij de (her)inspectie (inspectie 2) op een of meer inspectieonderwerpen binnen een thema een of meerdere tekortkomingen klasse B of C worden geconstateerd en, gelet op de omvang/aard van de tekortkoming wordt besloten het toezichtobject onder verscherpt toezicht te plaatsen:

    • oordeel wordt ‘verscherpt toezicht’.

3.2.4 ’VERSCHERPT TOEZICHT’ wordt:

  • A.

    ‘VOLDOET’

    Het oordeel voldoet is vanuit Verscherpt toezicht, niet direct mogelijk. Er wordt altijd een periode van 3 maanden in acht genomen waarbij het oordeel Verbeterpunten vastgesteld getoond wordt voordat het oordeel Voldoet volgt. Zie 3.2.4 B.

  • B.

    ‘VERBETERPUNTEN VASTGESTELD’

    Indien bij een (her)inspectie in het kader van verscherpt toezicht door NVWA wordt vastgesteld dat tekortkoming is verholpen:

    • oordeel wordt voor 3 maanden ‘Verbeterpunten vastgesteld’,

      • omdat het toezichtobject/vestiging nog extra aandacht krijgt,

      • verder oordeel verloop gaat in lijn met 3.2.3.

      • Indien er geen inspectie plaatsvindt in de periode van 3 maanden, wordt het oordeel ‘Voldoet’.

  • C.

    ‘VERSCHERPT TOEZICHT’

    Indien bij een (her)inspectie op een of meer inspectieonderwerpen binnen een thema een of meerdere tekortkomingen klasse B of C worden geconstateerd en, gelet op de omvang/aard van de tekortkoming wordt besloten het toezichtobject onder verscherpt toezicht te houden:

    • oordeel wordt opnieuw ‘verscherpt toezicht’.

3.2.5

Bedrijf gesloten

Indien een bedrijf per direct, of na herhaling van het oordeel verscherpt toezicht, geheel of gedeeltelijk gesloten wordt, of processen worden stilgelegd, wordt dit vanwege de vertraging van openbaarmaking ten opzichte van de feitelijke situatie bij het bedrijf niet gepubliceerd. Bij een sluiting of stilleggen is geen sprake meer van een handelingsperspectief voor consument en bedrijven.

Het bedrijf/bedrijfsproces kan pas weer actief worden na een inspectie van de NVWA met goed resultaat. De oordeel bepaling volgt 3.2.4 A.

3.3

Bedrijf is gestopt

Pas als het toezichtobject bedrijf/instelling/vestiging niet meer als actueel bedrijf (op basis van KvK-register) in het NVWA-bedrijvenbestand is opgenomen, wordt het bedrijf verwijderd uit de openbare bestanden evenals de resultaten en de historie met de openbaar te maken oordelen.

3.4

Oordeel op basis van deelname aan een geaccepteerd privaat kwaliteitssysteem

Oordeel op basis van:

  • I.

    Het private kwaliteitssysteem heeft betrekking op een of meer inspectieonderwerpen

  • II.

    Een toezichtobject krijgt de beoordeling ‘voldoet’ voor die inspectieonderwerpen die volledig onder het kwaliteitssysteem vallen en als ‘voldoende’ zijn beoordeeld door het kwaliteitssysteem

  • III.

    Zolang een toezichtobject deelneemt aan een geaccepteerd systeem, worden de oordelen van de inspectie-onderwerpen meegenomen in de bepaling van het thema-oordeel.

  • IV.

    Als een bedrijf/instelling stopt met deelname of door de schemabeheerder uit het kwaliteitssysteem wordt gezet (zelfreinigend vermogen), wordt voor de toezichtobjecten van dat bedrijf opnieuw een oordeel bepaald. Basisuitgangspunt is beschrijving onder 3.2.2.A (van voldoet naar geen informatie)

3.5

Oordeel op basis van convenant tussen bedrijf en NVWA

In getekende convenant afspraken tussen bedrijf en NVWA is opgenomen op welke onderwerpen het convenant zich richt. Indien daarin volledige thema’s ondervangen worden, is een thema-oordeel ‘voldoet’ vast te stellen op basis van het convenant.

Tijdens de verkenningsfase dient een check uitgevoerd te worden op de inhoud van het convenant, of betreffend thema daarin is opgenomen.