Rijkswet van 8 juli 2020, houdende tijdelijke voorzieningen voor de Rijksoctrooiwet 1995 in verband met de uitbraak van COVID-19 (Tijdelijke rijkswet voorziening Rijksoctrooiwet 1995 COVID-19)

Tijdelijke rijkswet voorziening Rijksoctrooiwet 1995 COVID-19

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met de uitbraak van COVID-19 en de maatregelen ter bestrijding daarvan wenselijk is enkele spoedeisende tijdelijke voorzieningen te treffen in het kader van de Rijksoctrooiwet 1995;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

1

(bevoegdheid opschorting termijnen Rijksoctrooiwet 1995)

Artikel

2

(toeslag artikel 61, derde lid, van de Rijksoctrooiwet 1995 op nihil)

Artikel

3

(inwerkingtreding en vervallen)

Artikel

4

(citeertitel)

Deze wet wordt aangehaald als: Tijdelijke rijkswet voorziening Rijksoctrooiwet 1995 COVID-19.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes
De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus