Regeling van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken van 14 juli 2020, #4100673-v8, houdende regels op het gebied van de informatiehuishouding voor het Ministerie van Algemene Zaken (kortweg: Beheersregeling Archiefbeheer AZ 2020)

Beheersregeling Archiefbeheer AZ 2020

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Begrippenkader

Artikel

1

Begrippen

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    afgesloten archief: een niet meer actueel archief dat betrekking heeft op een voltooid werkproces en dat in principe onveranderlijk is;

  • b.

    archief: geheel van archiefbescheiden, ontvangen of opgemaakt door het ministerie of een onderdeel hiervan;

  • c.

    archiefbeheer: de feitelijke of uitvoerende werkzaamheden om archiefbescheiden (fysiek of digitaal) in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen te bewaren of over te brengen, als ook om archiefbescheiden die daarvoor in aanmerking komen te vernietigen;

  • d.

    archiefbeheerder: degene die namens de secretaris-generaal verantwoordelijk is voor het laten uitvoeren van een effectief en efficiënt archiefbeheer voor de onder hem vallende archiefvormende onderdelen i.c. de directeur Bedrijfsvoering;

  • e.

    archiefbeherend onderdeel: het organisatieonderdeel dat tot taak heeft de feitelijke uitvoerende werkzaamheden met betrekking tot het archiefbeheer uit te voeren;

  • f.

    archiefbescheiden:

    • 1°.

      bescheiden, ongeacht hun vorm, door het ministerie ontvangen of opgemaakt en naar hun aard bestemd daaronder te berusten;

    • 2°.

      bescheiden, ongeacht hun vorm, met overeenkomstige bestemming, ontvangen of opgemaakt door instellingen of personen, wier rechten of functies op het ministerie zijn overgegaan;

    • 3°.

      bescheiden, ongeacht hun vorm, welke ingevolge overeenkomsten met of beschikkingen van instellingen of personen dan wel uit anderen hoofde in een archiefbewaarplaats zijn opgenomen om daar te berusten;

    • 4°.

      reproducties, ongeacht hun vorm, welke bij of krachtens de wet in de plaats zijn gesteld van de onder 1, 2, of 3 bedoelde bescheiden of welke op grond van een machtiging tot vervanging zijn vervaardigd;

  • g.

    archiefbewaarplaats: is niet zozeer een fysieke plaats. Het is een juridisch begrip voor een voorziening die voldoet aan de eisen uit de Archiefwet. Archiefbewaarplaatsen zijn doorgaans ondergebracht bij organisaties die speciaal zijn ingericht voor het blijvend bewaren van informatie. Blijvend te bewaren informatie brengt de Rijksoverheid onder bij het Nationaal Archief;

  • h.

    archiefvormend onderdeel: zijn de binnen het ministerie te onderscheiden organisatieonderdelen en daaronder wordt tevens begrepen de tijdelijke raden, formeel ingestelde commissies en projectorganisaties die onder de archief wettelijke zorg van de minister vallen;

  • i.

    bestand: groep gegevens of documenten die in onderlinge samenhang is te raadplegen en met een bepaald doel bijeengebracht is;

  • j.

    Beveiligingsambtenaar (BVA): de functionaris die zorg draagt voor het toezicht op de integrale beveiliging van het departement en de organisatie hiervan;

  • k.

    bewaartermijn: de termijn waarin archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat bewaard moeten blijven en waarna vernietiging van deze archiefbescheiden moet plaatsvinden;

  • l.

    Chief Information Officer (CIO): de functionaris bij het ministerie die verantwoordelijk is voor het strategische beleid voor informatievoorziening en ict en die de toepassing van rijksbrede kaders op dit terrein bewaakt;

  • m.

    Chief Information Security Officer (CISO): de functionaris bij het ministerie die verantwoordelijk is voor het toezicht op de implementatie en naleving van informatiebeveiliging ongeacht de vorm van de informatie;

  • n.

    directeur Bedrijfsvoering: de functionaris die belast is met de uitvoering van het archiefbeheer i.c. die de rol van archiefbeheerder heeft;

  • o.

    diensthoofd: degene die is belast met de leiding van een dienstonderdeel of van (tijdelijk) archiefvormend orgaan zoals een programma, project, raad of commissie;

  • p.

    documentmanagementsysteem (DMS): een opslagplaats of ‘repository’ waarin beschrijvende metadata van documenten worden opgeslagen die makkelijk zijn terug te vinden aan de hand van de kenmerken zoals auteur, naam, omschrijving, datum, categorie en status. De documenten zelf kunnen ook in de database worden opgeslagen, of op een beveiligde (netwerk) locatie die via de database toegankelijk is;

  • q.

    e-depot: het digitale archiefsysteem van het Nationaal Archief dat de duurzame toegankelijkheid en de duurzame opslag met garanties voor authenticiteit, integriteit en volledigheid van te bewaren digitale archiefbescheiden garandeert;

  • r.

    dynamisch archief: actueel archief waarin een archiefvormend onderdeel nieuwe documenten en dossiers opslaat, die betrekking hebben op een nog onvoltooid werkproces;

  • s.

    metadata: gegevens die over documenten, zaken en dossiers worden vastgelegd. Het doel van het vastleggen van metadata is om de documenten, zaken en dossiers in het DMS terug vindbaar én beheersbaar te maken;

  • t.

    minister: de minister-president, de minister van Algemene Zaken;

  • u.

    ministerie: het ministerie van Algemene Zaken;

  • v.

    overbrenging: het overbrengen van blijvend te bewaren archiefbescheiden naar een archiefbewaarplaats;

  • w.

    overdracht: het overdragen van archiefbescheiden aan een ander organisatieonderdeel van het ministerie; dus alleen intern het ministerie;

  • x.

    reproducties: iedere gelijkluidende weergave van een origineel in een andere gedaante of op een andere drager;

  • y.

    RMA: een Records Management Applicatie ondersteunt alle functionaliteiten die nodig zijn om digitale archiefbescheiden gedurende hun bewaartermijn in goede, geordende en toegankelijke staat te beheren;

  • z.

    selectielijst: het wettelijk voorgeschreven instrument voor de selectie van te bewaren en te vernietigen overheidsarchieven, inclusief de selectietermijn, bedoeld in artikel 5 van de Archiefwet 1995;

  • aa.

    SIO: Strategisch Informatie Overleg. In het SIO overlegt de CIO van het departement met de Algemeen Rijksarchivaris over de stand van zaken, doelstellingen en prioriteiten van de informatiehuishouding van het departement;

  • bb.

    vernietiging: het zodanig materieel behandelen van de informatiedrager (o.a. papier, geluidsband, film, usb stick), dat de daarop vastgelegde informatie niet meer te reconstrueren is;

  • cc.

    vervanging: de routinematige vervanging van archiefbescheiden door reproducties, die volledig de plaats innemen van de oorspronkelijke bescheiden;

  • dd.

    vervreemding: het in eigendom overdragen van archiefbescheiden aan een andere zorgdrager of aan derden;

  • ee.

    zorgdrager: degene die bij of krachtens de wet belast is met de zorg voor de archiefbescheiden (Archiefwet 1995, artikel 1, onderdeel d).

Hoofdstuk

2

Reikwijdte en verantwoordelijkheden

Artikel

2

Reikwijdte

Deze regeling is van toepassing op het beheer van alle archiefbescheiden vallend onder de ministeriële verantwoordelijkheid van de Minister-President, ministerie van Algemene Zaken, met uitzondering van die van het Koninklijk huis en die van de personeelsdossiers van ambtenaren werkzaam bij het ministerie van wie de P-dossiers zijn ondergebracht bij de Rijksbrede Centrale Archiefvoorziening voor Personeelsdossiers (CAP) van P-Direkt.

Deze regeling is geldig voor archiefbescheiden van het ministerie. Hieronder vallen tevens de tijdelijke raden, formeel ingestelde commissies en programma- of projectorganisaties die onder de archiefwettelijke zorg van de minister vallen. Deze regeling geldt voor zowel de digitale als voor de papieren archiefbescheiden. Bij het archiveren van nieuwe documenten is het digitale archief leidend: de documentaire informatievoorziening dient hoofdzakelijk digitaal te verlopen, tenzij een bijzondere omstandigheid of de wet noodzaakt om papieren documenten te gebruiken.

Artikel

3

Verantwoordelijkheden

Hoofdstuk

3

Archiefvorming

Artikel

4

Registratie en afdoening archiefbescheiden

Artikel

5

Archiefordening en dossiervorming

Artikel

6

Afsluiten van een dossier

Artikel

7

Documentmanagementsysteem (DMS)

Artikel

8

Metagegevensschema

Artikel

9

Bestandsoverzicht

Hoofdstuk

4

Archiefbeheer

Artikel

10

Duurzaamheid van archiefbescheiden in het algemeen

Artikel

11

Duurzaamheid van digitale archiefbescheiden

Artikel

12

Duurzaamheid van papieren archiefbescheiden

Artikel

13

Selectielijst

Artikel

14

Vervanging

Artikel

15

Vernietiging

Artikel

16

Overbrenging naar een archiefbewaarplaats

Artikel

17

Overdracht

Artikel

18

Vervreemding

Hoofdstuk

5

Informatieverstrekking

Artikel

19

Interne beschikbaarstelling van archiefbescheiden

Artikel

20

Externe beschikbaarstelling van archiefbescheiden

Verzoeken van derden om beschikbaarstelling van archiefbescheiden, behandelt het ministerie in overeenstemming met de van toepassing zijnde artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht(Awb), Wet openbaarheid van bestuur(Wob), de Archiefwet 1995 en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Artikel

21

Archiefruimten

Hoofdstuk

6

Organisatieveranderingen

Artikel

22

Organisatieveranderingen in het algemeen

Artikel

23

Reorganisatie

Artikel

24

Opheffing

Artikel

25

Privatisering

Hoofdstuk

7

Kwaliteitsbewaking en informatiebeveiliging

Artikel

26

Kwaliteitsbewaking

Artikel

27

Informatiebeveiliging

Hoofdstuk

8

Slotbepalingen

Artikel

28

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

29

Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Beheersregeling Archiefbeheer AZ 2020’.

Deze regeling zal met de toelichting worden geplaatst in de Staatscourant.

De Minister van Algemene Zaken, M. Rutte