Artikel
1
Definities
In deze regeling wordt verstaan onder minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De minister verstrekt op aanvraag van gedeputeerde staten een eenmalige specifieke uitkering aan de provincie voor de financiering van de bundeling van flexibele inzet van expertise en capaciteit die in de provinciale of gemeentelijke organisatie of bij een waterschap worden ingezet door de provincie ter bevordering van de snelheid in de voorfase van de woningbouw, door middel van het bieden van ondersteuning en expertise ten behoeve van:
de vergunningverlening van woningbouwprojecten;
het uitwerken van een woningbouwproject;
het sluiten van anterieure overeenkomsten met marktpartijen; of
het opstellen van een bestemmingsplan en het doorlopen van de bijbehorende procedure.
De specifieke uitkering bedraagt voor de provincie:
Drenthe: €442.149;
Flevoland: € 884.298;
Friesland: € 442.149;
Gelderland: € 2.873.967;
Groningen: € 663.223;
Limburg: € 663.223;
Noord-Brabant: € 3.758.264;
Noord-Holland: € 6.190.083;
Overijssel: € 1.326.446;
Utrecht: € 2.652.893;
Zeeland: € 442.149; en
Zuid-Holland: € 6.190.083.
De provincie besteedt de specifieke uitkering volledig uiterlijk op 31 december 2022 aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt.
Indien de volledige besteding van de specifieke uitkering voor de datum, genoemd in het eerste lid, niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de ontvanger eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.
De provincie:
voorziet zelf in een financiële bijdrage van ten minste 50% van de kosten van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt; of
financiert die activiteiten voor ten minste de duur van een jaar, gerekend vanaf de datum genoemd in het eerste lid, dan wel, indien gebruik is gemaakt van de mogelijkheid tot verlenging als bedoeld in het tweede lid, gerekend vanaf de datum na afloop van de in dat lid bedoelde termijn.
Gedeputeerde staten leggen verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, blijkt dat de specifieke uitkering niet volledig of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan gedeputeerde staten.
Deze regeling treedt in werking op 1 oktober 2020.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering flexibele inzet woningbouw.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.