Besluit van 2 september 2020, houdende regels inzake de behandeling van klachten over de raad voor de kinderbescherming door een klachtadviescommissie (Besluit klachtadviescommissie raad voor de kinderbescherming)

Besluit klachtadviescommissie raad voor de kinderbescherming

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister voor Rechtsbescherming van 18 juni 2020, nr. 2946848, directie Wetgeving en Juridische Zaken,
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 8 juli 2020, nr. W16.20.0198/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Rechtsbescherming van 27 augustus 2020, nr. 2986201, directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

3

Artikel

4

De bevoegdheidsverdeling van de klachtadviescommissies is de volgende:

  • a.

    Noord-Oost-Nederland, omvattende de gebieden Noord-Nederland en Oost-Nederland;

  • b.

    Midden West-Nederland, omvattende de gebieden Midden-Nederland, Amsterdam en Noord-Holland;

  • c.

    West-Nederland, omvattende de gebieden ‘s-Gravenhage en Rotterdam, alsmede de landelijke staforganisatie en

  • d.

    Zuid-Nederland, omvattende de gebieden Zeeland-West-Brabant, Oost-Brabant en Limburg.

Artikel

5

Van een klachtadviescommissie kan geen lid worden:

  • a.

    een persoon die werkzaam is bij de raad of van wie het dienstverband bij de raad minder dan drie jaar geleden is beëindigd, of

  • b.

    een persoon wiens onafhankelijkheid of onpartijdigheid om een andere reden in het geding kan zijn.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Dit besluit is eveneens van toepassing op bij de raad ingediende klachten die op het moment van inwerkingtreding reeds ontvangen zijn.

Artikel

10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel

11

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit klachtadviescommissie raad voor de kinderbescherming.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker
De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus