Besluit van 25 september 2020 tot wijziging van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren en het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak ter formalisering van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rechterlijke Macht 2018 – 2020

Wijzigingsbesluit Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, enz. (formalisering Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rechterlijke Macht 2018-2020)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister voor Rechtsbescherming van 10 juli 2020, nr. 2970128, directie Wetgeving en Juridische Zaken;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 22 juli 2020, No.W16.20.0249/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Rechtsbescherming van 22 september 2020, nr. 3021395, directie Wetgeving en Juridische Zaken.

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

I

Wijzigt het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

Artikel

II

Wijzigt het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak.

Artikel

III

Artikel

IV

Artikel

V

Artikel

VI

Artikel 6g van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, zoals dat luidde op de dag vóór de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel E, blijft van toepassing op de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die vóór die datum een toeslag als bedoeld in artikel 6g van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren genoot en op de raadsheer of senior rechter die vóór deze datum een schriftelijke bevestiging heeft ontvangen van het gerechtsbestuur dat hij is of zal worden voorgedragen voor benoeming tot raadsheer of senior rechter bij een ander gerecht, dan wel tot wijziging van de vaststelling van het gerecht waar het ambt wordt vervuld zal worden overgegaan, met dien verstande dat de in dat artikel bedoelde toeslag wordt vastgesteld op een percentage van de uitkomst van de berekening ingevolge het tweede lid van dat artikel, overeenkomstig de navolgende reeks:

Artikel

VIII

Artikel 33n zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel G, blijft van toepassing op reeds lopende aanspraken op gedeeltelijke doorbetaling van bezoldiging tijdens ouderschapsverlof.

Artikel

IX

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker
De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus