Instellingbesluit onafhankelijke Commissie integriteit Financiën

Instellingsbesluit commissie integriteit Financiën

De Secretaris-Generaal,
Gehoord hebbende de Departementale Ondernemingsraad Financiën;
In overeenstemming met het Departementale georganiseerd overleg Financiën;

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    het Ministerie: het Ministerie van Financiën (inclusief de Belastingdienst, Douane en Toeslagen);

  • b.

    de Minister: de Minister van Financiën;

  • c.

    de SG: de secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën;

  • d.

    de pSG: de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Financiën;

  • e.

    de DG’s: de directeur-generaal Belastingdienst, de directeur-generaal Toeslagen, de directeur-generaal Douane, de directeur-generaal Rijksbegroting, de directeur-generaal Fiscale Zaken en de thesaurier-generaal van het Ministerie van Financiën;

  • f.

    de commissie: de commissie integriteit Financiën, bedoeld in artikel 2;

  • g.

    het vermoeden van een integriteitschending: als een medewerker (incidenteel of structureel) niet handelt overeenkomstig de (daarvoor) geldende morele waarden en normen en de daarmee samenhangende regels. Ook gedrag buiten werktijd en buiten de plaats waar de functie normaal wordt uitgeoefend kan een integriteitschending opleveren, zeker wanneer er een relatie is tussen gedrag en functie. De Gedragscode Integriteit Rijk (GIR) geeft de ambtenaar een kader voor integer handelen. Het document geeft een overzicht van de belangrijkste Rijksbrede afspraken op het gebied van integriteit.1Naar: L.W.J.C. Huberts, Mag het ietsje meer zijn? Integriteitsonderzoek in het mijnenveld van de moraal, Amsterdam: Vrije Universiteit 2003; en vgl. de Baseline Intern Persoonsgericht Onderzoek naar een integriteits- of beveiligingsincident.

  • h.

    het vermoeden van een misstand 2 Artikel 1, aanhef en onder d, van de Wet Huis voor klokkenluiders. : het vermoeden van een melder, dat binnen het Ministerie, sprake is van een misstand voor zover:

    • 1°.

      het vermoeden gebaseerd is op redelijke gronden, die voortvloeien uit de kennis die de melder bij het Ministerie heeft opgedaan of voortvloeien uit de kennis die de melder heeft gekregen door zijn werkzaamheden bij een ander bedrijf of een andere organisatie, en

    • 2°.

      het maatschappelijk belang in het geding is bij de schending van een wettelijk voorschrift, een gevaar voor de volksgezondheid, een gevaar voor de veiligheid van personen, een gevaar voor de aantasting van het milieu, een gevaar voor het goed functioneren van de openbare dienst of een onderneming als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten

  • i.

    de melder: de ambtenaar, een collectief van ambtenaren, de gewezen ambtenaar en degene die anderszins arbeid verricht of heeft verricht bij het Ministerie die een vermoeden van een integriteitschending of misstand meldt;

  • j.

    de melding: een vermoeden van een integriteitschending of misstand welke bekend is gemaakt aan de commissie;

  • k.

    de BIPO: de Baseline Intern Persoonsgericht Onderzoek;

  • l.

    het OIF: het Onderzoeksbureau Integriteit Financiën.

Artikel

2

Instelling en taak

Artikel

3

Leden

Artikel

4

Ondersteuning

Artikel

5

Melden

Artikel

6

Behandeling

Artikel

7

Vertrouwelijkheid, het inwinnen van inlichtingen en medewerkingsplicht ambtenaren

Artikel

8

Advies van de commissie

Artikel

9

Geen benadeling

De melder die met inachtneming van de bepalingen in dit besluit en de aanvullende voorwaarden zoals opgenomen in het Personeelsreglement Financiën3In hoofdstuk 13 van het personeelsreglement Financiën is extra bescherming opgenomen indien een medewerker een vermoeden van een misstand openbaar maakt. een vermoeden van een integriteitschending of misstand heeft gemeld wordt niet benadeeld als gevolg van de melding.

Artikel

10

Vergoeding

Artikel

11

Onkosten

Artikel

12

Archiefbescheiden

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden, of zoveel eerder indien de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, zullen de niet-personeelsvertrouwelijke bescheiden worden overgedragen aan het (vertrouwelijke) archief van het Ministerie.

Artikel

13

Rapportage

Artikel

14

Openbaarmaking

Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de SG uitgebracht en na afronding van de werkzaamheden overgedragen aan het vertrouwelijke archief.

Artikel

15

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2020.

Artikel

16

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit commissie integriteit Financiën.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan de commissie.

De secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën, B. van den Dungen