Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
-
beschikbaarheidsvergoeding: vergoeding aan de concessiehouder in het regionaal openbaar vervoer in verband met de uitvoering van het openbaar vervoer in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2020 en tussen concessieverlener en concessiehouder overeengekomen maatregelen in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2020 ter voorkoming van verdere verspreiding van het virus dat COVID-19 veroorzaakt;
-
concessie: regionale vervoersconcessie, genoemd in bijlage 1;
-
concessiehouder: vergunninghoudende vervoerder aan wie een concessie is verleend, genoemd in bijlage 1;
-
concessieverlener: tot verlening van een concessie bevoegd gezag, bedoeld in artikel 20, tweede, derde en vierde lid van de Wet personenvervoer 2000, en genoemd in bijlage 1;
-
dienstregeling: voor een ieder kenbaar schema van reismogelijkheden waarin zijn aangeduid de halteplaatsen waartussen en de tijdstippen waarop openbaar vervoer wordt verricht, zo nodig onder de vermelding of de halteplaatsen of de tijdstippen door de reiziger kunnen worden beïnvloed;
-
minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
-
ontvanger: concessieverlener;
-
regionaal openbaar vervoer: voor een ieder openstaand regionaal personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig;
-
regionaal openbaar vervoersbedrijf: vervoerder die regionaal openbaar vervoer verricht, niet in de hoedanigheid van bestuurder van een auto, bus, trein, metro, tram of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig;
-
volwaardige dienstregeling: dienstregeling waarbij met een optimale inzet van personeel en materieel wordt gestreefd naar een maximale capaciteit.