Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 november 2020, nr. MBO/25458774, houdende de verstrekking van een specifieke uitkering voor extra financiële middelen voor de RMC-functie (Regeling specifieke uitkering extra financiële middelen RMC-functie)

Regeling specifieke uitkering extra financiële middelen RMC-functie

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

3

Hoogte specifieke uitkering

Artikel

4

Betaling specifieke uitkering

De specifieke uitkering wordt behoudens de eventueel uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen betaald in twee gelijke delen. Het eerste deel wordt betaald op uiterlijk 31 december 2020 en het tweede deel op uiterlijk 28 februari 2021.

Artikel

5

Besteding van de specifieke uitkering

Artikel

6

Financiële en beleidsmatige verantwoording

Artikel

7

Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 mei 2026, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt.

Artikel

8

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering extra financiële middelen RMC-functie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

Bijlage

bij de Regeling specifieke uitkering extra financiële middelen RMC-functie

1

Oost-Groningen

Veendam

65.264,75

2

Noord-Groningen-Eemsmond

Delfzijl

42.931,36

3

Centraal en Westelijk Groningen

Groningen

147.175,59

4

Friesland Noord

Leeuwarden

109.377,45

5

Zuid-West Friesland

Sneek

58.480,9

6

De Friese Wouden

Smallingerland

107.431,42

7

Noord- en Midden Drenthe

Assen

69.152,51

8

Zuid-Oost Drenthe

Emmen

81.055,00

9

Zuid-West Drenthe

Hoogeveen

55.449,04

10

IJssel-Vecht

Zwolle

180.512,50

11

Stedendriehoek

Apeldoorn

186.849,57

12

Twente

Enschede

280.712,23

13

Achterhoek

Doetinchem

137.456,62

14

Arnhem

Arnhem

180.123,08

15

Rivierenland

Tiel

118.869,87

16

Eem en Vallei

Amersfoort

261.793,45

17

Noordwest-Veluwe

Harderwijk

86.124,38

18

Flevoland

Almere

197.430,05

19

Utrecht

Utrecht

385.007,34

20

Gooi en Vechtstreek

Hilversum

106.503,32

21

Agglomeratie Amsterdam

Amsterdam

790.430,48

22

West-Friesland

Hoorn

93.538,48

23

Kop van Noord-Holland

Den Helder

70.759,71

24

Noord-Kennemerland

Alkmaar

116.966,58

25

Zuid-Kennemerland en IJmond

Haarlem

167.849,26

26

Zuid-Holland-Noord

Leiden

172.729,93

27

Zuid-Holland-Oost

Gouda

164.685,47

28

Haaglanden

Den Haag

579.379,23

29

Rijnmond

Rotterdam

754.966,35

30

Zuid-Holland-Zuid

Dordrecht

210.429,85

31

Oosterschelde regio

Goes

73.423,07

32

Walcheren

Middelburg

53.240,40

33

Zeeuwsch-Vlaanderen

Terneuzen

48.993,68

34

West-Brabant

Breda

332.600,25

35

Midden-Brabant

Tilburg

194.079,71

36

Noord-Oost-Brabant

Den Bosch

300.144,83

37

Zuidoost-Brabant

Eindhoven

355.957,51

38

Gewest Limburg-Noord

Venlo

245.765,54

39

Gewest Zuid-Limburg

Heerlen

288.428,32

40

Rijk van Nijmegen

Nijmegen

127.930,95