Wet van 11 november 2020 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2021)

Fiscale verzamelwet 2021

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het kader van het fiscale beleid voor het jaar 2021 en volgende jaren wenselijk is in een aantal belastingwetten en enige andere wetten wijzigingen aan te brengen is een wettelijke delegatiegrondslag voor een compensatieregeling op te nemen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel

II

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel

III

Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

Artikel

IV

Wijzigt de Wet op de kansspelbelasting.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

V

Wijzigt de Successiewet 1956.

Artikel

VII

Wijzigt de Algemene douanewet.

Artikel

VIII

De naleving en de controle daarop van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3:4 en 3:5 van de Algemene douanewet zullen uiterlijk in 2026 worden geëvalueerd en daarna om de vijf jaar. Hierbij wordt aangesloten bij de evaluatie, bedoeld in artikel 19 van Verordening (EU) 2018/1672 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de controle van liquide middelen die de Unie binnenkomen of verlaten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1889/2005 (PbEU 2018, L 284).

Artikel

IX

Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Artikel

X

Wijzigt de Invorderingswet 1990.

Artikel

XI

Wijzigt de Wet terugvordering staatssteun.

Artikel

XII

[vervallen]

Artikel

XIII

Artikel

XIV

Deze wet wordt aangehaald als: Fiscale verzamelwet 2021.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Staatssecretaris van Financiën, J.A. Vijlbrief
De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus