Artikel
1
Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
a.
minister: Minister van Defensie;
-
b.
commissie: commissie, bedoeld in artikel 2.
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder:
minister: Minister van Defensie;
commissie: commissie, bedoeld in artikel 2.
De leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie onafhankelijk en onpartijdig uit.
Tot lid van de commissie worden benoemd:
Mw. mr. W. Sorgdrager te Amsterdam, tevens voorzitter;
Dhr. prof. dr. T.D. Gill te Utrecht;
Dhr. cdre-vlieger b.d. R.W. Reefman te Roosendaal.
De commissie wordt ingesteld voor de duur van het onderzoek, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
De commissie wordt bij haar werkzaamheden ondersteund door een extern onderzoeksteam met aan het hoofd de secretaris van de commissie.
De commissie is bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen rechtstreeks te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek.
Het Ministerie van Defensie verleent de commissie de verlangde medewerking en toegang tot alle informatie die zij nodig heeft met inachtneming van het in artikel 7 bedoelde protocol.
Ambtenaren van het Ministerie van Defensie zijn verplicht om de leden van de commissie de verlangde medewerking te verlenen, voor zover deze samenhangt met hun ambtelijke taak.
De commissie is gerechtigd in het kader van haar onderzoek kennis te nemen van gegevens die berusten bij het Ministerie van Defensie, ongeacht de merking of rubricering. Een geheimhoudingsplicht ter zake, rustend op personen in dienst van het Ministerie van Defensie vindt in dat geval ten overstaan van de commissie geen toepassing.
Op de werkzaamheden van de voorzitter en de leden is het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies van toepassing.
De kosten van de commissie komen, op basis van een begroting, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:
de kosten voor huisvesting, de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning;
de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek;
de reiskosten voor binnenlandse reizen die worden vergoed op basis van voor werknemers in de sector Rijk geldende vergoedingsregelingen;
internationale reis- en verblijfkosten indien dit voor het onderzoek noodzakelijk is, conform de voor werknemers in de sector Rijk geldende vergoedingsregelingen.
Het archief van de onderzoekscommissie wordt na afloop van de werkzaamheden van de commissie overgebracht naar het archief van het Ministerie van Defensie, Defensie Materieel Organisatie, Joint Informatievoorziening Commando, afdeling Informatiebeheer.
Het beheer vindt plaats met inachtneming van de vigerende archiefwet en -regelgeving en door de onderzoekscommissie in haar protocol aangegeven vertrouwelijkheid, waarover de onderzoekscommissie nadere afspraken maakt met het Ministerie van Defensie, Defensie Materieel Organisatie, Joint Informatievoorziening Commando, afdeling Informatiebeheer.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie van onderzoek wapeninzet Hawija.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.