Regeling Cultuureducatie met Kwaliteit 2021–2024 Caribisch Nederland

Het bestuur van Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie,
met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 17 november 2020;

besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a)

    Fonds: het Fonds voor Cultuurparticipatie;

  • b)

    activiteitenkosten: de kosten die gemaakt worden voor de uitvoering van het project. Niet zijnde de kosten voor coördinatie, kennisdeling, monitoring en evaluatie. Reis- en verblijfkosten vallen onder activiteitenkosten;

  • c)

    adhesieverklaring: schriftelijke steunbetuiging van het openbaar lichaam aan de aanvrager voor het programma Cultuureducatie met Kwaliteit 2021-2024 Caribisch Nederland. Dit is een verklaring die de penvoerder bij de aanvraag aanlevert;

  • d)

    adviescommissie: een interne adviescommissie zoals bedoeld in het Huishoudelijk Reglement van Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;

  • e)

    Algemeen Subsidiereglement: Algemeen Subsidiereglement stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;

  • f)

    beleidsprogramma Cultuureducatie met Kwaliteit: programma geïnitieerd door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ter waarborging van de landelijke kwaliteit van cultuureducatie in het onderwijs;

  • g)

    Caribisch Nederland: de drie openbare lichamen van het land Nederland, zijnde de eilanden: Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • h)

    CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek;

  • i)

    CEST: Central European Summer Time;

  • j)

    coördinerende werkzaamheden: organisatorische werkzaamheden ten behoeve van het voeren van penvoerderschap;

  • k)

    culturele sector: de op het eiland gevestigde culturele instellingen;

  • l)

    cultuureducatie: het onderwijs gericht op het bereiken van de kerndoelen binnen het leergebied Kunstzinnige oriëntatie en het onderwijs dat op het gebied van kunst en cultuur wordt verzorgd;

  • m)

    LKCA: Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst;

  • n)

    OCW: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • o)

    onderwijs: in deze regeling gaat het over primair onderwijs in Caribisch Nederland;

  • p)

    penvoerder: een culturele- of onderwijsinstelling die voor zichzelf, en in samenwerking met andere culturele instellingen en het onderwijs, een subsidieaanvraag indient;

  • q)

    de Rijkscultuurfondsen: Fonds podiumkunsten, Stimuleringsfonds creatieve industrie, Mondriaan fonds, Filmfonds, Nederlands letterenfonds en het Fonds voor cultuurparticipatie.

Artikel

2

Doel van de regeling

Met deze regeling stimuleert het Fonds het duurzaam versterken van de kwaliteit van cultuureducatie op Caribisch Nederland, te realiseren door middel van intensieve samenwerking tussen onderwijs en de culturele sector. De samenwerking berust op een onderwijskundige visie op cultuureducatie en dient de culturele ontwikkeling van het kind centraal te stellen. Daarbij is er aandacht voor het vergroten van de kansengelijkheid voor kinderen.

Artikel

3

Wie kan aanvragen

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een culturele instelling met rechtspersoonlijkheid zonder winstoogmerk, of een schoolbestuur van een basis- of voortgezet onderwijsinstelling. Per eiland wijst het openbaar lichaam één aanvrager voor dat eiland aan.

Artikel

4

Waarvoor kan worden aangevraagd

Artikel

5

Subsidieverstrekking

Artikel

6

Subsidieplafond

Artikel

7

Hoogte van de subsidie

Artikel

8

Weigeringsgronden

Artikel

9

Bijzondere verplichtingen

De penvoerder:

  • a.

    is de partij met wie het Fonds de subsidierelatie aangaat. De penvoerder is volledig verantwoordelijk voor de naleving van de subsidieverplichtingen en voor de financiële en inhoudelijke subsidieverantwoording;

  • b.

    is verplicht tot kennisdeling, monitoring en evaluatie van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt;

  • c.

    zet in het projectplan uiteen op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan kennisdeling;

  • d.

    is verplicht deel te nemen aan het landelijke kennisdelingstraject door het Fonds en het LKCA. Bijkomende kosten hiervoor komen voor rekening van het Fonds;

  • e.

    reserveert op de begroting een reëel bedrag voor monitoring en evaluatie van activiteiten die in het kader van de regeling worden verricht;

  • f.

    bespreekt twee keer per jaar de voortgang van het project met het Fonds en het Openbaar Lichaam;

  • g.

    zet in het projectplan uiteen op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan het monitoring- en evaluatietraject;

  • h.

    is verplicht deel te nemen aan het landelijke traject voor monitoring en evaluatie door het Fonds;

  • i.

    stelt het projectplan, verantwoordingen, evaluaties en contactgegevens van de penvoerder beschikbaar voor de kennisdelingsactiviteiten die worden georganiseerd door het LKCA; en

  • j.

    onderschrijft de codes die van toepassing zijn op de betreffende sector, waaronder ten minste de sectorcode(s) voor goed en integer bestuur en toezicht, zoals de Governance Code Cultuur, de Fair Practice Code en de Code Diversiteit en Inclusie.

Hoofdstuk

2

Aanvraagprocedures

Artikel

10

Aanvraagtermijnen

Artikel

11

Aanvraagvereisten

Artikel

12

Beoordelingscriteria

Artikel

13

Adviescommissie

Aanvragen die voldoen aan de formele vereisten om voor subsidie in aanmerking te komen, worden ter advisering voorgelegd aan de interne adviescommissie van het Fonds. Het Fonds besluit over de aanvraag op basis van het advies van de commissie.

Artikel

14

Beoordelingswijze

Iedere aanvraag wordt beoordeeld op basis van de eigen kwaliteit. Aanvragen die op tijd en volledig zijn ontvangen, worden in behandeling genomen. De aanvragen worden beoordeeld op basis van de beoordelingscriteria en op volgorde van binnenkomst.

Artikel

15

Beslistermijn

Het bestuur beslist binnen 13 weken nadat een aanvraag is ontvangen.

Hoofdstuk

3

Verantwoording subsidies

Artikel

16

Subsidies hoger dan € 25.000,–

  • a.

    Indien de subsidie meer dan € 25.000,– bedraagt, toont de subsidieontvanger aan de hand van een activiteitenverslag en financiële verantwoording aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de subsidieverplichtingen.

  • b.

    Tussentijds verzoekt het Fonds om een verantwoording op de prestatieafspraken en de financiën. Deze tussentijdse verantwoording dient het Fonds uiterlijk 1 maart van het tweede jaar van het project te ontvangen, dit geldt voor zowel ronde 1 als ronde 2. Het Fonds levert hier een verplicht te gebruiken format voor aan.

Artikel

17

Melding van wijzigingen

De penvoerder doet direct melding aan het Fonds als:

  • a.

    de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt niet of niet geheel zullen doorgaan;

  • b.

    niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; of

  • c.

    er aanzienlijke inhoudelijke of zakelijke wijzigingen zijn ten opzichte van het plan op basis waarvan subsidie is verstrekt.

Hoofdstuk

4

Overige regelingen

Hoofdstuk

5

Slotbepalingen

Artikel

19

Hardheidsclausule

In bijzondere of uitzonderlijke gevallen, waarbij het opstellen van deze subsidieregeling geen rekening mee is gehouden en die een onredelijke uitwerking hebben, kan het Fonds ten gunste van de aanvrager afwijken van de rechten en plichten die in deze regeling zijn opgenomen.

Artikel

20

Begrotingsvoorbehoud

Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel

21

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

22

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Cultuureducatie met Kwaliteit 2021–2024 Caribisch Nederland.

Het bestuur van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie,
namens deze,
O. Westerhof directeur-bestuurder a.i.