Wet van 16 december 2020 tot wijziging van de Wet belastingen op milieugrondslag en de Wet Milieubeheer voor de invoering van een CO2-heffing voor de industrie (Wet CO2-heffing industrie)

Wet CO2-heffing industrie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is vanwege de aardopwarming te borgen dat de emissie van broeikasgassen bij en voor industriële productie en afvalverbranding verminderd wordt door voor die emissies een nationale heffing in te voeren;

Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel

II

Wijzigt de Wet milieubeheer.

Artikel

III

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel

IV

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel

V

Wijzigt de Wet minimum CO2-prijs elektriciteitsopwekking.

Artikel

VI

Wijzigt de Wet vliegbelasting.

Artikel

VII

Onze Minister van Financiën zendt in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel

VIII

De exploitant van een industriële installatie stelt, voor zover noodzakelijk, een industrieel monitoringsplan of een industrieel monitoringsmethodiekplan op als bedoeld in artikel 16b.7, respectievelijk artikel 16b.19, van de Wet milieubeheer uiterlijk binnen 4 maanden na inwerkingtreding van deze wet.

Artikel

IX

Deze wet wordt aangehaald als: Wet CO2-heffing industrie.

Artikel

X

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Staatssecretaris van Financiën, J.A. Vijlbrief
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes
De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus