Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 15 december 2020, nr. WJZ/ 20169624, tot uitvoering van de CO2-heffing industrie

Regeling CO2-heffing industrie

De Minister van Economische Zaken en Klimaat;

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    exploitant van een startende broeikasgasinstallatie: exploitant van een broeikasgasinstallatie gedurende het jaar waarin de vergunning, bedoeld in artikel 16.5, eerste lid, van de wet, is verleend, tot aan het moment waarop het bestuur van de emissieautoriteit beslist over de kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten, bedoeld in artikel 16.24, eerste lid, van de wet, of, indien het volgende moment eerder intreedt, tot aan het moment waarop het bestuur van de emissieautoriteit gebruik maakt van de mogelijkheid in artikel 7, onderdeel d;

  • b.

    exploitant van een stoppende broeikasgasinstallatie: exploitant van een broeikasgasinstallatie waarvan de vergunning, bedoeld in artikel 16.5, eerste lid, van de wet, is ingetrokken;

  • c.

    gemiddelde van het verwachte activiteitsniveau: voor elke subinstallatie het rekenkundig gemiddelde van de desbetreffende jaarlijkse verwachte activiteitsniveaus, bepaald op basis van de uiteengezette methode in bijlage I van de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau, voor één kalenderjaar voorafgaand aan de indiening van het verslag over het activiteitsniveau;

  • d.

    nieuwkomersaanvraag: aanvraag voor kosteloze toewijzing voor een nieuwkomer als bedoeld in artikel 5 van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten;

  • e.

    procesemissiefactor: de waarde waarmee het historisch activiteitsniveau wordt vermenigvuldigd om het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten te bepalen voor procesemissie-subinstallaties in het EU-ETS, genoemd in artikel 16, tweede lid, onderdeel e, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten;

  • f.

    referentieperiode: referentieperiode als bedoeld in artikel 2, veertiende lid, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten;

  • g.

    Verordening rendementsreferentiewaarden voor de gescheiden productie van elektriciteit en warmte: Gedelegeerde verordening (EU) 2015/2402 van de Commissie van 12 oktober 2015 tot herziening van geharmoniseerde rendementsreferentiewaarden voor de gescheiden productie van elektriciteit en warmte overeenkomstig Richtlijn 2012/27/EU van het Europees parlement en de Raad en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit 2011/877/EU van de Commissie (PbEU 2015, L 333);

  • h.

    verslag over het activiteitsniveau: het verslag over het activiteitsniveau als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau;

  • i.

    wet: Wet milieubeheer.

Artikel

2a

Exploitant van een startende broeikasgasinstallatie

Onverminderd artikel 1, onderdeel a, wordt voor de toepassing van deze regeling een exploitant van een startende broeikasgasinstallatie niet langer als zodanig beschouwd vanaf vijf jaar na het moment waarop de vergunning, bedoeld in artikel 16.5, eerste lid, van de wet, is verleend.

Artikel

3

Relatie Verordening monitoring en rapportage emissiehandel

Voor zover in deze regeling artikelen uit de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel van overeenkomstige toepassing zijn verklaard, geldt het volgende:

  • a.

    onder de exploitant wordt verstaan de exploitant van een industriële installatie;

  • b.

    onder bevoegde autoriteit wordt verstaan het bestuur van de emissieautoriteit;

  • c.

    verificatie is uitsluitend vereist voor zover dat in deze regeling nadrukkelijk is voorgeschreven;

  • d.

    het toepassingsbereik omvat tevens alle activiteiten van lachgasinstallaties;

  • e.

    de artikelen zijn niet van overeenkomstige toepassing voor zover zij uitsluitend betrekking hebben op een vliegtuigexploitant, en

  • f.

    de artikelen zijn niet van overeenkomstige toepassing voor zover strijdigheid ontstaat met hetgeen voor de CO2-heffing industrie is geregeld bij en krachtens de wet en de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel

4

Relatie bijlagen Verordening monitoring en rapportage emissiehandel

Voor zover in deze regeling artikelen uit de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel van overeenkomstige toepassing zijn verklaard die verwijzen naar een bijlage bij die Verordening is die bijlage van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor lachgasinstallaties in ieder geval het volgende geldt:

  • a.

    bijlagen II, V en VII zijn niet van overeenkomstige toepassing;

  • b.

    bijlage III is niet van overeenkomstige toepassing;

  • c.

    bijlage IV is van overeenkomstige toepassing voor wat betreft de onderdelen 1, 16 en 21, waarbij onderdeel 16 tevens wordt toegepast voor de productie van acrylonitril;

  • d.

    bijlage VI is van overeenkomstige toepassing;

  • e.

    bijlage VIII is van toepassing indien de daarin vermelde meetmethode wordt toegepast.

Artikel

5

Definities Verordening monitoring en rapportage emissiehandel

Artikel 3 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    handelsperiode: de periode van tien jaar die ingaat op 1 januari 2021 en elke volgende periode van tien jaar, en

  • b.

    verslagperiode: één kalenderjaar gedurende waarin de monitoring en rapportage van industriële emissies moeten plaatsvinden.

Hoofdstuk

2

Monitoring en verslaglegging emissies industriële installatie

Artikel

6

Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a.

    Fel: De hoeveelheid brandstof ingezet voor elektriciteitsopwekking in TJ per jaar als vermeld in het verslag over het activiteitsniveau;

  • b.

    EFel: De gewogen gemiddelde emissiefactor van alle brandstoffen die ingezet worden voor de opwekking van elektriciteit in de installatie in tCO2/TJ als vermeld in het verslag over het activiteitsniveau. De emissiefactoren van de ingezette brandstoffen zijn gelijk aan de waarden zoals die zijn opgenomen in het emissieverslag. In afwijking hiervan wordt de emissiefactor van restgassen vastgesteld op grond van artikel 14.

Afdeling

2.1

Monitoring emissies industriële installatie

Artikel

7

Industrieel monitoringsplan

Artikel

8

Inhoud industrieel monitoringsplan voor lachgasinstallaties

De artikelen 5, 6, 7, 8 en 69 en de hoofdstukken II, III, V en VII van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel zijn van overeenkomstige toepassing op de monitoring van lachgasinstallaties met dien verstande dat:

  • a.

    de bevoegdheden, bedoeld in artikel 13, eerste en tweede lid, van die verordening worden uitgeoefend door het bestuur van de emissieautoriteit;

  • b.

    in afwijking van artikel 20, eerste lid, van die verordening ook de broeikasgasemissies van lachgasinstallaties meetellen uit alle emissiebronnen en bronstromen die samenhangen met de productie van acrylonitril en caprolactam;

  • c.

    de rekenmethode, bedoeld in hoofdstuk III, deel 2, van die verordening niet van overeenkomstige toepassing is op lachgasinstallaties.

Artikel

9

Inhoud industrieel monitoringsplan voor broeikasgasinstallatie zonder aanvraag gratis toewijzing EU-ETS

Artikel

10

Standaardformulier industrieel monitoringsplan

Artikel

11

Wijzigingen industrieel monitoringsplan

Artikel

11a

Industrieel monitoringsmethodiekplan

Het opstellen en indienen van een industrieel monitoringsmethodiekplan is voor een exploitant van een startende broeikasgasinstallatie niet noodzakelijk.

Afdeling

2.2

Bepaling en registratie industriële jaarvracht

Artikel

12

Berekening industriële jaarvracht broeikasgasinstallaties

De industriële jaarvracht voor broeikasgasinstallaties wordt berekend volgens de formule:

industriële jaarvracht = EMinstallatieEMelektriciteitEMstadsverwarming

Waarbij:

EMinstallatie staat voor: de totale emissie uitgedrukt in tCO2(e) per jaar als vermeld in het emissieverslag;

EMelektriciteit staat voor de som van (a), (b) en (c):

  • (a)

    de hoeveelheid brandstoffen ingezet voor de opwekking van elektriciteit in de installatie in TJ per jaar als vermeld in het verslag over het activiteitsniveau vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde emissiefactor voor brandstoffen ingezet voor de opwekking van elektriciteit in tCO2/TJ als vermeld in het verslag over het activiteitsniveau of het industrieel emissieverslag;

  • (b)

    de emissies van rookgasreiniging bij warmtekrachtkoppeling als vermeld in het verslag over het activiteitsniveau of het industrieel emissieverslag vermenigvuldigd met de relevante toekenningsfactor FCHP,El (vergelijking 12), bedoeld in bijlage VII, onderdeel 8, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten;

  • (c)

    de emissies van rookgasreiniging in verband met elektriciteitsopwekking anders dan met warmtekrachtkoppeling;

EMstadsverwarming staat voor: emissie uitgedrukt in tCO2(e) ten gevolge van de productie van warmte voor stadsverwarming als bedoeld in artikel 2, vierde lid, in samenhang met Bijlage IV, onderdeel 2.2 van de Verordening kosteloze toewijzing emissierechten als vermeld in het verslag over het activiteitsniveau of het industrieel emissieverslag. Indien driekwart of minder dan driekwart van de totaal geproduceerde meetbare warmte in dat kalenderjaar is uitgevoerd ten behoeve van stadsverwarming dan staat EMstadsverwarming gelijk aan nul;

EMstadsverwarming en EMelektriciteit voor broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval gelijk aan nul zijn.

Artikel

13

Opwekking van elektriciteit met warmtekrachtkoppelingen

De bepaling van de industriële jaarvracht bij warmtekrachtkoppelingen in broeikasgasinstallaties gebeurt met in achtneming van het volgende:

  • a.

    voor het toekennen van de emissies aan de opwekking van elektriciteit met een warmtekrachtkoppeling is bijlage VII, onderdeel 8, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten van overeenkomstige toepassing;

  • b.

    de hoeveelheid brandstof in TJ die wordt ingezet voor elektriciteitsopwekking in een warmtekrachtkoppeling per jaar, als vermeld in het verslag over het activiteitsniveau en het industrieel emissieverslag, is gelijk aan de totale hoeveelheid brandstoffen die wordt verbruikt in de warmtekrachtkoppeling, vermenigvuldigd met de toekenningsfactor FCHP,El vergelijking 12, bedoeld in bijlage VII, onderdeel 8, van die verordening.

Artikel

14

Restgassen

Bij de inzet van restgassen voor de opwekking van elektriciteit wordt voor de bepaling van de gewogen gemiddelde emissiefactor voor brandstoffen die zijn ingezet voor de opwekking van elektriciteit de emissiefactor van de restgassen als volgt bepaald: 56,1 wordt vermenigvuldigd met de factor die het rendementsverschil tussen het verbruik van restgassen en het verbruik van de referentiebrandstof aardgas tot uitdrukking brengt. De standaardwaarde van deze factor is gelijk aan 0,667.

Artikel

15

Berekening industriële jaarvracht lachgasinstallaties

De industriële jaarvracht voor lachgasinstallaties is gelijk aan de totale jaarvracht in tCO2(e) per jaar van de industriële installatie als vermeld in het industrieel emissieverslag overeenkomstig artikel 68, eerste lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel. EMstadsverwarming en EMelektriciteit zijn gelijk aan nul.

Afdeling

2.3

Historisch industrieel emissieverslag en industrieel emissieverslag

Artikel

16

Historische emissies afvalverbrandingsinstallaties, broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval en lachgasinstallaties

Artikel

17

Verificatie industrieel emissieverslag

Artikel

18

Standaardformulier industrieel emissieverslag

Hoofdstuk

3

Dispensatierechten

Afdeling

3.1

Het register dispensatierechten industrie

Artikel

19

Algemeen

Artikel

20

Toegang tot het register

Artikel

21

Wijziging gegevens

Artikel

22

Melding toegang onbevoegd persoon

Afdeling

3.2

Bepaling activiteitsniveau

Artikel

23

Definities Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten

Artikel 2 van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten is voor de toepassing van deze afdeling en afdeling 3.3. van overeenkomstige toepassing.

Artikel

24

Productgerelateerd activiteitsniveau

Het actueel productgerelateerd activiteitsniveau is gelijk aan de jaarlijkse productie van het corresponderende product in de betrokken subinstallatie in dat jaar als bedoeld in bijlage IV, onderdeel 2.7, onder a), van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten, zoals gerapporteerd in het verslag over het activiteitsniveau in sectie F onder I 1(a) tot en met F onder I 10(a).

Artikel

25

Warmtegerelateerd activiteitsniveau

Artikel

26

Brandstofgerelateerd activiteitsniveau

Artikel

27

Procesemissiegerelateerd activiteitsniveau

Artikel

27a

Afwijkende bepaling waarden mediaan

Indien een subinstallatie voor warmte, brandstof of procesemissies of de installatie voor de opwekking van warmte uit elektriciteit tijdens de referentieperiode minder dan twee kalenderjaren in bedrijf is geweest, wordt bij het bepalen van het historisch activiteitsniveau, bedoeld in de artikelen 25, tweede lid, 26, tweede lid en 27, tweede lid, tot en met verslagperiode 2024 het rekenkundig gemiddelde vervangen voor de waarde uit het eerste kalenderjaar na aanvang van de normale werking, en vanaf verslagperiode 2025 de mediaan vervangen voor de waarde uit het eerste kalenderjaar na aanvang van de normale werking.

Artikel

28

Activiteitsniveau broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval

Artikel

29

Activiteitsniveau lachgasinstallaties

Afdeling

3.3

Berekening aantal dispensatierechten

§

3.3.1

Berekening op basis van benchmarks

Artikel

30

Productbenchmark-subinstallaties

Het aantal dispensatierechten bij productbenchmark-subinstallaties wordt berekend volgens de formule: DRS,K=BMNL,P x AANP,S,K x NRFK

Waarbij:

DRS,K staat voor: dispensatierechten voor subinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in dispensatierechten per jaar)

BMNL,P staat voor: productbenchmark van de CO2-heffing industrie voor product p vervaardigd in subinstallatie s (uitgedrukt in dispensatierechten per eenheid product) zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2

AANP,S,K staat voor: productgerelateerd actueel activiteitsniveau voor subinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in eenheid product)

NRFK staat voor: nationale reductiefactor, bedoeld in artikel 16b.17, derde lid, van de wet, in jaar k

Artikel

31

Productbenchmark-subinstallaties met uitwisselbaarheid van elektriciteit en brandstof

Het aantal dispensatierechten bij productbenchmark-subinstallaties voor productbenchmarks die zijn opgenomen in bijlage I, onderdeel 2, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten waarvoor de uitwisselbaarheid van elektriciteit en brandstof in aanmerking wordt genomen, wordt berekend volgens de formule: DRS,K=CFS,14–18 x BMNL,P x AANP,S,K x NRFK

Waarbij:

DRS,K staat voor: dispensatierechten voor subinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in dispensatierechten per jaar)

BMNL,P staat voor: productbenchmark van de CO2-heffing industrie voor product p vervaardigd in subinstallatie s (uitgedrukt in dispensatierechten per eenheid product) zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2

AANP,S,K staat voor: productgerelateerd actueel activiteitsniveau voor productbenchmark-subinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in eenheid product)

NRFK staat voor: nationale reductiefactor, bedoeld in artikel 16b.17, derde lid, van de wet, in jaar k

CFS,14–18 staat voor: correctiefactor voor productbenchmarks met uitwisselbaarheid van elektriciteit en brandstof voor subinstallatie s voor de periode 2014–2018 zoals opgenomen in het verslag met referentiegegevens

Artikel

31a

Correctie productbenchmark-subinstallaties affakkelen afgassen

Artikel

32

Uitzondering toepassing productbenchmark stoomkraken en vinylchloride

§

3.3.2

Terugvalbenchmarks en procesemissie-subinstallaties

Artikel

33

Warmtebenchmark-subinstallaties

Het aantal dispensatierechten bij warmtebenchmark-subinstallaties wordt berekend volgens de formule: DRS,K=BMNL,H x HANH,S x NRFK

Waarbij:

DRS,K staat voor: dispensatierechten voor subinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in dispensatierechten per jaar)

BMNL,H staat voor: warmtebenchmark van de CO2-heffing industrie zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2 (uitgedrukt in dispensatierechten per TJ)

HANH,S staat voor: warmtegerelateerd historisch activiteitsniveau CO2-heffing industrie voor subinstallatie s (uitgedrukt in TJ per jaar)

NRFK staat voor: nationale reductiefactor, bedoeld in artikel 16b.17, derde lid, van de wet, in jaar k

Artikel

34

Brandstofbenchmark-subinstallaties

Het aantal dispensatierechten bij brandstofbenchmark-subinstallaties wordt berekend volgens de formule: DRS,K=BMNL,F x HANF,S x NRFK

Waarbij:

DRS,K staat: dispensatierechten voor brandstofsubinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in dispensatierechten per jaar)

BMNL,F staat voor: brandstofbenchmark van de CO2-heffing industrie zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2 (uitgedrukt in dispensatierechten per TJ)

HANF,S staat voor: brandstofgerelateerd historisch activiteitsniveau voor subinstallatie s (uitgedrukt in TJ per jaar)

NRFK staat voor: nationale reductiefactor, bedoeld in artikel 16b.17, derde lid, van de wet, in jaar k

Artikel

35

Procesemissie-subinstallaties

Het aantal dispensatierechten bij procesemissie-subinstallaties wordt berekend volgens de formule: DRS,K= PF x HANPE,S x NRFK

Waarbij:

DRS,K staat voor: dispensatierechten voor subinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in dispensatierechten per jaar)

PF staat voor: procesemissiefactor

HANPE,S staat voor: procesemissiegerelateerd historisch activiteitsniveau voor subinstallatie s (uitgedrukt in ton CO2(e) per jaar)

NRFK staat voor: nationale reductiefactor, bedoeld in artikel 16b.17, derde lid, van de wet, in jaar k

§

3.3.2.a

Berekening voor broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval

Artikel

36

Broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval

Het aantal dispensatierechten voor broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval wordt berekend volgens de formule: DRS,K = PF x HANAVI,S x NRFK x CFAVI,K

Waarbij:

DRS,K staat voor: dispensatierechten voor broeikasgasinstallatie voor de verbranding van stedelijk afval s in jaar k (uitgedrukt in dispensatierechten per jaar)

PF staat voor: procesemissiefactor

HANAVI,S staat voor: historisch activiteitsniveau broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval voor broeikasgasinstallatie voor de verbranding van stedelijk afval s (uitgedrukt in ton CO2 per jaar), waarbij artikel 16, zesde lid, van overeenkomstige toepassing is op het historisch activiteitsniveau

NRFK staat voor: nationale reductiefactor als bedoeld in artikel 16b.17, derde lid, van de wet, in jaar k

CFAVI,K staat voor: correctiefactor voor broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval als bedoeld in artikel 16b.17, vierde lid, van de wet, in jaar k.

§

3.3.3

Berekening voor niet-ETS installaties

Artikel

37

Lachgasinstallaties

Het aantal dispensatierechten voor lachgasinstallaties wordt berekend volgens de formule: DRS,K=PF x HANLG,S x NRFK

Waarbij:

DRS,K staat voor: dispensatierechten voor subinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in dispensatierechten per jaar)

PF staat voor: procesemissiefactor

HANLG,S staat voor: historisch activiteitsniveau lachgasinstallaties voor lachgasinstallatie s (uitgedrukt in ton CO2-equivalent per jaar)

NRFK staat voor: nationale reductiefactor, bedoeld in artikel 16b.17, derde lid, van de wet, in jaar k

§

3.3.4

Berekening voor nieuwkomers

Artikel

38

Nieuwkomers

§

3.3.5

Specifieke berekeningen voor gevestigde installatie en nieuwkomers

Artikel

39

Correctie warmte-import salpeterzuurbenchmark

Artikel

40

Correctie warmte-import niet-ETS installatie en broeikasgasinstallatie voor de verbranding van stedelijk afval

Artikel

40a

Correctie restgassen

Artikel

41

Fusies en splitsingen

Voor broeikasgasinstallaties, niet zijnde broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval, die uit een fusie of splitsing zijn ontstaan wordt het historisch activiteitenniveau, bedoeld in de artikelen 25, 26 en 27, bepaald met de gegevens uit het verslag, bedoeld in artikel 25 van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten.

Artikel

42

Aanpassingen als gevolg van veranderingen in (sub)installaties die geen productbenchmark omvatten

Afdeling

3.4

Verslag over het aantal dispensatierechten

Artikel

43

Standaardformulier verslag over het aantal dispensatierechten

Artikel

43a

Verificatie verslag over het aantal dispensatierechten voor een exploitant van een stoppende broeikasgasinstallatie

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

44

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.

Artikel

45

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling CO2-heffing industrie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes

Bijlage

1

I

bij artikel 18

Minimale inhoud van het jaarlijkse industrieel emissieverslag voor broeikasgasinstallaties, waarbij onderdelen 4 en 5 niet van toepassing zijn op broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval

  • 1)

    Gegevens ter identificatie van de broeikasgasinstallatie: de naam van de broeikasgasinstallatie en het nummer van de emissiehandelsvergunning van de broeikasgasinstallatie.

  • 2)

    Het rapportagejaar.

  • 3)

    De totale emissies van de broeikasgasinstallatie overeenkomstig de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, uitgedrukt in tCO2 (e).

  • 4)

    Gegevens over de emissie ten gevolge van de opwekking van elektriciteit:

    • a)

      Voor alle brandstoffen die zijn ingezet voor de opwekking van elektriciteit:

      • i)

        de hoeveelheid energie uit deze brandstoffen, uitgedrukt in TJ;

      • ii)

        de gewogen gemiddelde emissiefactor, uitgedrukt in tCO2/TJ;

      • iii)

        de gewogen gemiddelde oxidatiefactor.

    • b)

      De hoeveelheid energie uit restgassen ingezet voor de opwekking van elektriciteit, uitgedrukt in TJ.

    • c)

      Voor elke warmtekrachtkoppelingseenheid:

      • i)

        de hoeveelheid energie uit brandstoffen die zijn ingezet in de eenheid, uitgedrukt in TJ;

      • ii)

        de netto hoeveelheid opgewekte meetbare warmte, uitgedrukt in TJ;

      • iii)

        de netto hoeveelheid opgewekte elektriciteit of mechanische energie, uitgedrukt in TJ;

      • iv)

        de totale emissies van de eenheid inclusief de rookgasreiniging, uitgedrukt in t CO2 (e);

      • v)

        de rendementsreferentiewaarden overeenkomstig bijlage I en bijlage II van de Verordening rendementsreferentiewaarden voor de gescheiden productie van elektriciteit en warmte, zonder toepassing van de correctiefactoren voor klimaatomstandigheden in bijlage III en voor vermeden netwerkverliezen in bijlage IV bij die verordening.

    • d)

      Aan elektriciteitsopwekking toewijsbare emissies uitgedrukt in tCO2, met toepassing van artikel 14 van deze regeling.

  • 5)

    Gegevens over de emissies ten gevolge van de opwekking van warmte voor stadsverwarming:

    • a)

      Totale netto hoeveelheid opgewekte meetbare warmte uitgedrukt in TJ.

    • b)

      Netto hoeveelheid meetbare warmte opgewekt voor stadsverwarming uitgedrukt in TJ.

    • c)

      De emissiefactor van de warmte die is opgewekt voor stadsverwarming in tCO2(e)/TJ warmt.

    • d)

      Aan stadsverwarming toewijsbare emissies uitgedrukt in tCO2 (e).

II

bij artikel 43

Minimale inhoud van het verslag over het aantal dispensatierechten voor alle industriële installaties

  • 1)

    Gegevens ter identificatie van de industriële installatie: de naam en, indien van toepassing, het nummer van de emissiehandelsvergunning van de installatie.

  • 2)

    Het rapportagejaar.

  • 3)

    Voor elke productbenchmark-subinstallatie:

    • a)

      het actueel activiteitsniveau uitgedrukt in de eenheid behorende bij die productbenchmark;

    • b)

      voor productbenchmarks met uitwisselbaarheid van elektriciteit en brandstof: de correctiefactor voor het relevante elektriciteitsverbruik in de subinstallatie, berekend over de periode 2014-2018 in overeenstemming met artikel 22 van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten;

    • c)

      de hoeveelheid netto meetbare warmte die wordt ingevoerd vanuit salpeterzuur-subinstallaties, uitgedrukt in TJ;

    • d)

      de hoeveelheid warmte die wordt ingevoerd vanuit niet in het EU-ETS opgenomen installaties, uitgedrukt in TJ.

  • 4)

    Voor de productbenchmark-subinstallaties stoomkraken en vinylchloride: de factoren voor de berekening van het aantal dispensatierechten als bedoeld in artikel 32.

  • 5)

    Voor de warmtebenchmark-subinstallaties:

    • a)

      de aan de warmtebenchmark-subinstallaties toegekende en bij elkaar opgetelde netto hoeveelheid meetbare warmte, uitgedrukt in TJ;

    • b)

      de aan de warmtebenchmark-subinstallaties toegekende en bij elkaar opgetelde netto hoeveelheid meetbare warmte in de referentieperiode, uitgedrukt in TJ;

    • c)

      de netto hoeveelheid warmte opgewekt uit elektriciteit, uitgedrukt in TJ;

    • d)

      de netto hoeveelheid warmte opgewekt uit elektriciteit in de referentieperiode, uitgedrukt in TJ;

    • e)

      het historisch warmtegerelateerd activiteitsniveau CO2-heffing industrie, uitgedrukt in TJ;

    • f)

      het actueel warmtegerelateerd activiteitsniveau CO2-heffing industrie, uitgedrukt in TJ;

    • g)

      indien van toepassing: gegevens waarmee wordt aangetoond dat de daling van het actueel warmtegerelateerd activiteitsniveau CO2-heffing industrie van meer dan 15 procent het resultaat is van een toename van de energie-efficiëntie.

  • 5a)

    Voor de productbenchmark-subinstallaties cokes en vloeibaar ijzer: de totale hoeveelheid naar een andere ETS-installatie uitgevoerde restgassen ten behoeve van de productie van meetbare warmte, niet-meetbare warmte of elektriciteit uitgedrukt in TJ en de gewogen gemiddelde emissiefactor van deze restgassen, uitgedrukt in tCO2 per TJ.

  • 6)

    Voor de brandstofbenchmark-subinstallaties:

    • a)

      het actueel brandstof gerelateerd activiteitsniveau, uitgedrukt in TJ;

    • b)

      het historisch brandstof gerelateerd activiteitsniveau, uitgedrukt in TJ;

    • c)

      indien van toepassing: gegevens waarmee wordt aangetoond dat een daling van meer dan 15 procent van het actueel brandstof gerelateerd activiteitsniveau CO2-heffing industrie het resultaat is van een toename van de energie-efficiëntie.

  • 7)

    Voor procesemissie subinstallaties:

    • a)

      het actueel procesemissie gerelateerd activiteitsniveau, uitgedrukt in tCO2(e);

    • b)

      het historisch procesemissie gerelateerd activiteitsniveau, uitgedrukt in tCO2(e);

    • c)

      de hoeveelheid overgedragen CO2 overeenkomstig artikel 49 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel;

    • d)

      indien van toepassing: gegevens waarmee wordt aangetoond dat een daling van meer dan 15 procent van het procesemissie gerelateerd activiteitenniveau het resultaat is van een daling van de emissies per productie-eenheid.

  • 8)

    Voor broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval en lachgasinstallaties:

    • a)

      De totale emissies, uitgedrukt in tCO2(e);

    • b)

      tot en met verslagperiode 2024 het rekenkundig gemiddelde van de historische emissies in de referentieperiode, uitgedrukt in tCO2(e), en vanaf verslagperiode 2025 de mediaan van de historische emissies in de referentieperiode, uitgedrukt in tCO2(e);

    • c)

      de hoeveelheid overgedragen CO2 overeenkomstig artikel 49 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, uitgedrukt in ton CO2(e);

    • d)

      indien van toepassing: gegevens waarmee wordt aangetoond dat een daling van meer dan 15 procent van de emissies het resultaat is van een daling van de emissies per productie-eenheid.

  • 8a)

    De totale hoeveelheid restgassen ten behoeve van de productie van meetbare warmte, niet meetbare warmte of elektriciteit, afkomstig van een productbenchmark-subinstallatie voor cokes of vloeibaar ijzer, die zijn ingevoerd vanuit een andere ETS-installatie uitgedrukt in TJ en de gewogen gemiddelde emissiefactor van deze restgassen, uitgedrukt in tCO2 per TJ.

  • 9)

    Een berekening van het aantal dispensatierechten overeenkomstig deze regeling.

Bijlage

2

bij de artikelen 30 tot en met 35, 39 en 40

Raffinaderijproducten

CWT

0,0228

Cokes

ton

0,217

Geagglomereerd ijzererts

ton

0,157

Vloeibaar ruwijzer

ton

1,288

Ongelegeerd staal uit vlamboogovens

ton

0,215

Hooggelegeerd staal uit vlamboogovens

ton

0,268

Gietijzer

ton

0,282

Voorgebakken anode

ton

0,312

[Primair] aluminium

ton

1,464

Grijze cementklinker

ton

0,693

Witte cementklinker

ton

0,957

Kalk

ton

0,725

Dolime

ton

0,815

Gesinterde dolime

ton

1,406

Vuurgepolijst glas ("floatglas")

ton

0,399

Flessen en potten in kleurloos glas

ton

0,290

Flessen en potten in gekleurd glas

ton

0,237

Continuglasvezelproducten

ton

0,309

Bekledingsstenen

ton

0,106

Vloerstenen

ton

0,146

Dakpannen

ton

0,120

Gesproeidroogd poeder

ton

0,058

Minerale wol

ton

0,536

Pleisterkalk

ton

0,047

Droog secundair gips

ton

0,013

Gipsplaat

ton

0,110

Kortvezelige kraftpulp

Adt

0,091

Langvezelige kraftpulp

Adt

0,046

Sulfietpulp, thermomechanische en mechanische pulp

Adt

0,015

Teruggewonnen papierpulp

Adt

0,030

Krantenpapier

Adt

0,226

Ongecoat fijnpapier

Adt

0,242

Gecoat fijnpapier

Adt

0,242

Kristalpapier

ton

0,254

Testliner en golfblad

Adt

0,188

Ongecoat karton

Adt

0,180

Gecoat karton

Adt

0,207

Roet

ton

1,485

Salpeterzuur

ton

0,230

Adipinezuur

ton

2,120

Ammoniak

ton

1,570

Stoomkraken

ton

0,681

Aromaten

CWT

0,0228

Styreen

ton

0,401

Fenol/aceton

ton

0,230

Ethyleenoxide/ethyleenglycolen

ton

0,389

Vinylchloride (monomeer)

ton

0,155

S-pvc

ton

0,066

E-pvc

ton

0,181

Waterstof

ton

6,840

Synthesegas

ton

0,187

Natriumcarbonaat

ton

0,753

Warmtebenchmark

TJ

47,3

Brandstofbenchmark

TJ

42,6