Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 15 december 2020, nr. WJZ/ 20169624, tot uitvoering van de CO2-heffing industrie

Regeling CO2-heffing industrie

De Minister van Economische Zaken en Klimaat;

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    nieuwkomersaanvraag: aanvraag voor kosteloze toewijzing voor een nieuwkomer als bedoeld in artikel 5 van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten;

  • b.

    procesemissiefactor: de waarde waarmee het historisch activiteitsniveau wordt vermenigvuldigd om het voorlopige jaarlijkse aantal kosteloos toegewezen emissierechten te bepalen voor procesemissie-subinstallaties in het EU-ETS, genoemd in artikel 16, tweede lid, onderdeel e, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten;

  • c.

    referentieperiode: referentieperiode als bedoeld in artikel 2, veertiende lid, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten;

  • d.

    Verordening rendementsreferentiewaarden voor de gescheiden productie van elektriciteit en warmte: Gedelegeerde verordening (EU) 2015/2402 van de Commissie van 12 oktober 2015 tot herziening van geharmoniseerde rendementsreferentiewaarden voor de gescheiden productie van elektriciteit en warmte overeenkomstig Richtlijn 2012/27/EU van het Europees parlement en de Raad en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit 2011/877/EU van de Commissie (PbEU 2015, L 333);

  • e.

    verslag over het activiteitsniveau: het verslag over het activiteitsniveau als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau;

  • f.

    wet: Wet milieubeheer.

Artikel

3

Relatie Verordening monitoring en rapportage emissiehandel

Voor zover in deze regeling artikelen uit de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel van overeenkomstige toepassing zijn verklaard, geldt het volgende:

  • a.

    onder de exploitant wordt verstaan de exploitant van een industriële installatie;

  • b.

    onder bevoegde autoriteit wordt verstaan het bestuur van de emissieautoriteit;

  • c.

    verificatie is uitsluitend vereist voor zover dat in deze regeling nadrukkelijk is voorgeschreven;

  • d.

    het toepassingsbereik omvat tevens alle activiteiten van afvalverbrandingsinstallaties en lachgasinstallaties;

  • e.

    de artikelen zijn niet van overeenkomstige toepassing voor zover zij uitsluitend betrekking hebben op een vliegtuigexploitant, en

  • f.

    de artikelen zijn niet van overeenkomstige toepassing voor zover strijdigheid ontstaat met hetgeen voor de CO2-heffing industrie is geregeld bij en krachtens de wet en de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel

4

Relatie bijlagen Verordening monitoring en rapportage emissiehandel

Voor zover in deze regeling artikelen uit de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel van overeenkomstige toepassing zijn verklaard die verwijzen naar een bijlage bij die Verordening is die bijlage van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor afvalverbrandingsinstallaties en lachgasinstallaties in ieder geval het volgende geldt:

  • a.

    bijlagen II, V en VII zijn niet van overeenkomstige toepassing op lachgasinstallaties;

  • b.

    bijlage III is niet van overeenkomstige toepassing;

  • c.

    bijlage IV is van overeenkomstige toepassing voor wat betreft de onderdelen 1, 16 en 21, waarbij onderdeel 16 tevens wordt toegepast voor de productie van acrylonitril;

  • d.

    bijlage VI is van overeenkomstige toepassing;

  • e.

    bijlage VIII is van toepassing indien de daarin vermelde meetmethode wordt toegepast.

Artikel

5

Definities Verordening monitoring en rapportage emissiehandel

Artikel 3 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    handelsperiode: de periode van tien jaar die ingaat op 1 januari 2021 en elke volgende periode van tien jaar, en

  • b.

    verslagperiode: één kalenderjaar gedurende waarin de monitoring en rapportage van industriële emissies moeten plaatsvinden.

Hoofdstuk

2

Monitoring en verslaglegging emissies industriële installatie

Artikel

6

Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a.

    Fel: De hoeveelheid brandstof ingezet voor elektriciteitsopwekking in TJ per jaar als vermeld in het verslag over het activiteitsniveau;

  • b.

    EFel: De gewogen gemiddelde emissiefactor van alle brandstoffen die ingezet worden voor de opwekking van elektriciteit in de installatie in tCO2/TJ als vermeld in het verslag over het activiteitsniveau. De emissiefactoren van de ingezette brandstoffen zijn gelijk aan de waarden zoals die zijn opgenomen in het emissieverslag. In afwijking hiervan wordt de emissiefactor van restgassen vastgesteld op grond van artikel 14.

Afdeling

2.1

Monitoring emissies industriële installatie

Artikel

7

Industrieel monitoringsplan

De monitoring op basis van een industrieel monitoringsplan is in ieder geval noodzakelijk:

  • a.

    voor een broeikasgasinstallatie indien de industriële jaarvracht niet uitsluitend kan worden bepaald op basis van de gegevens, bedoeld in artikel 16b.4, onderdeel a en b, van de wet;

  • b.

    voor een afvalverbrandingsinstallatie;

  • c.

    voor een lachgasinstallatie; of

  • d.

    indien het bestuur van de emissieautoriteit daarom verzoekt.

Artikel

8

Inhoud industrieel monitoringsplan voor afvalverbrandingsinstallaties en lachgasinstallaties

Artikel

9

Inhoud industrieel monitoringsplan voor broeikasgasinstallatie zonder aanvraag gratis toewijzing EU-ETS

Artikel

10

Standaardformulier industrieel monitoringsplan

Artikel

11

Wijzigingen industrieel monitoringsplan afvalverbrandingsinstallaties en lachgasinstallaties

Afdeling

2.2

Bepaling en registratie industriële jaarvracht

Artikel

12

Berekening industriële jaarvracht broeikasgasinstallaties

Artikel

13

Opwekking van elektriciteit met warmtekrachtkoppelingen

De bepaling van de industriële jaarvracht bij warmtekrachtkoppelingen in broeikasgasinstallaties gebeurt met in achtneming van het volgende:

  • a.

    voor het toekennen van de emissies aan de opwekking van elektriciteit met een warmtekrachtkoppeling is bijlage VII, onderdeel 8, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten van overeenkomstige toepassing;

  • b.

    de hoeveelheid brandstof in TJ die wordt ingezet voor elektriciteitsopwekking in een warmtekrachtkoppeling per jaar, als vermeld in het verslag over het activiteitsniveau en het industrieel emissieverslag, is gelijk aan de totale hoeveelheid brandstoffen die wordt verbruikt in de warmtekrachtkoppeling, vermenigvuldigd met de toekenningsfactor FCHP,El vergelijking 12, bedoeld in bijlage VII, onderdeel 8, van die verordening.

Artikel

14

Restgassen

Bij de inzet van restgassen voor de opwekking van elektriciteit wordt voor de bepaling van de gewogen gemiddelde emissiefactor voor brandstoffen die zijn ingezet voor de opwekking van elektriciteit de emissiefactor van de restgassen als volgt bepaald: 56,1 wordt vermenigvuldigd met de factor die het rendementsverschil tussen het verbruik van restgassen en het verbruik van de referentiebrandstof aardgas tot uitdrukking brengt. De standaardwaarde van deze factor is gelijk aan 0,667.

Artikel

15

Berekening industriële jaarvracht afvalverbrandingsinstallaties en lachgasinstallaties

De industriële jaarvracht voor afvalverbrandingsinstallaties en lachgasinstallaties is gelijk aan de totale jaarvracht in tCO2(e) per jaar van de industriële installatie als vermeld in het industrieel emissieverslag overeenkomstig artikel 68, eerste lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel. EMstadsverwarming en EMelektriciteit zijn gelijk aan nul.

Afdeling

2.3

Historisch industrieel emissieverslag en industrieel emissieverslag

Artikel

16

Historische emissies afvalverbrandingsinstallaties en lachgasinstallaties

Artikel

17

Verificatie industrieel emissieverslag

Artikel

18

Standaardformulier industrieel emissieverslag

Hoofdstuk

3

Dispensatierechten

Afdeling

3.1

Het register dispensatierechten industrie

Artikel

19

Algemeen

Artikel

20

Toegang tot het register

Artikel

21

Wijziging gegevens

Artikel

22

Melding toegang onbevoegd persoon

Afdeling

3.2

Bepaling activiteitsniveau

Artikel

23

Definities Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten

Artikel 2 van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten is voor de toepassing van deze afdeling en afdeling 3.3. van overeenkomstige toepassing.

Artikel

24

Productgerelateerd activiteitsniveau

Het actueel productgerelateerd activiteitsniveau is gelijk aan de jaarlijkse productie van het corresponderende product in de betrokken subinstallatie in dat jaar als bedoeld in bijlage IV, onderdeel 2.7, onder a), van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten, zoals gerapporteerd in het verslag over het activiteitsniveau in sectie F onder I 1(a) tot en met F onder I 10(a).

Artikel

25

Warmtegerelateerd activiteitsniveau CO2-heffing

Artikel

26

Brandstofgerelateerd activiteitsniveau

Artikel

27

Procesemissiegerelateerd activiteitsniveau

Artikel

28

Activiteitsniveau afvalverbrandingsinstallaties

Artikel

29

Activiteitsniveau lachgasinstallaties

Afdeling

3.3

Berekening aantal dispensatierechten

§

3.3.1

Berekening op basis van benchmarks

Artikel

30

Productbenchmark-subinstallaties

Het aantal dispensatierechten bij productbenchmark-subinstallaties wordt berekend volgens de formule: DRS,K=BMNL,P x AANP,S,K x NRFK

Waarbij:

DRS,K staat voor: dispensatierechten voor subinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in dispensatierechten per jaar)

BMNL,P staat voor: productbenchmark van de CO2-heffing industrie voor product p vervaardigd in subinstallatie s (uitgedrukt in dispensatierechten per eenheid product) zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2

AANP,S,K staat voor: productgerelateerd actueel activiteitsniveau voor subinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in eenheid product)

NRFK staat voor: nationale reductiefactor, bedoeld in artikel 16b.17, derde lid, van de wet, in jaar k

Artikel

31

Productbenchmark-subinstallaties met uitwisselbaarheid van elektriciteit en brandstof

Het aantal dispensatierechten bij productbenchmark-subinstallaties voor productbenchmarks die zijn opgenomen in bijlage I, onderdeel 2, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten waarvoor de uitwisselbaarheid van elektriciteit en brandstof in aanmerking wordt genomen, wordt berekend volgens de formule: DRS,K=CFS,14–18 x BMNL,P x AANP,S,K x NRFK

Waarbij:

DRS,K staat voor: dispensatierechten voor subinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in dispensatierechten per jaar)

BMNL,P staat voor: productbenchmark van de CO2-heffing industrie voor product p vervaardigd in subinstallatie s (uitgedrukt in dispensatierechten per eenheid product) zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2

AANP,S,K staat voor: productgerelateerd actueel activiteitsniveau voor productbenchmark-subinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in eenheid product)

NRFK staat voor: nationale reductiefactor, bedoeld in artikel 16b.17, derde lid, van de wet, in jaar k

CFS,14–18 staat voor: correctiefactor voor productbenchmarks met uitwisselbaarheid van elektriciteit en brandstof voor subinstallatie s voor de periode 2014–2018 zoals opgenomen in het verslag met referentiegegevens

Artikel

32

Uitzondering toepassing productbenchmark stoomkraken en vinylchloride

§

3.3.2

Terugvalbenchmarks en procesemissie-subinstallaties

Artikel

33

Warmtebenchmark-subinstallaties

Het aantal dispensatierechten bij warmtebenchmark-subinstallaties wordt berekend volgens de formule: DRS,K=BMNL,H x HANH,S x NRFK

Waarbij:

DRS,K staat voor: dispensatierechten voor subinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in dispensatierechten per jaar)

BMNL,H staat voor: warmtebenchmark van de CO2-heffing industrie zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2 (uitgedrukt in dispensatierechten per TJ)

HANH,S staat voor: warmtegerelateerd historisch activiteitsniveau CO2-heffing industrie voor subinstallatie s (uitgedrukt in TJ per jaar)

NRFK staat voor: nationale reductiefactor, bedoeld in artikel 16b.17, derde lid, van de wet, in jaar k

Artikel

34

Brandstofbenchmark-subinstallaties

Het aantal dispensatierechten bij brandstofbenchmark-subinstallaties wordt berekend volgens de formule: DRS,K=BMNL,F x HANF,S x NRFK

Waarbij:

DRS,K staat: dispensatierechten voor brandstofsubinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in dispensatierechten per jaar)

BMNL,F staat voor: brandstofbenchmark van de CO2-heffing industrie zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2 (uitgedrukt in dispensatierechten per TJ)

HANF,S staat voor: brandstofgerelateerd historisch activiteitsniveau voor subinstallatie s (uitgedrukt in TJ per jaar)

NRFK staat voor: nationale reductiefactor, bedoeld in artikel 16b.17, derde lid, van de wet, in jaar k

Artikel

35

Procesemissie-subinstallaties

Het aantal dispensatierechten bij procesemissie-subinstallaties wordt berekend volgens de formule: DRS,K= PF x HANPE,S x NRFK

Waarbij:

DRS,K staat voor: dispensatierechten voor subinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in dispensatierechten per jaar)

PF staat voor: procesemissiefactor

HANPE,S staat voor: procesemissiegerelateerd historisch activiteitsniveau voor subinstallatie s (uitgedrukt in ton CO2(e) per jaar)

NRFK staat voor: nationale reductiefactor, bedoeld in artikel 16b.17, derde lid, van de wet, in jaar k

§

3.3.3

Berekening voor niet-ETS installaties

Artikel

36

Afvalverbrandingsinstallaties

Het aantal dispensatierechten voor afvalverbrandingsinstallaties wordt berekend volgens de formule: DRS,K= PF x HANAVI,S x NRFK

Waarbij:

DRS,K staat voor: dispensatierechten voor afvalverbrandingsinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in dispensatierechten per jaar)

PF staat voor: procesemissiefactor

HANAVI,S staat voor: historisch activiteitsniveau afvalverbrandingsinstallaties voor afvalverbrandingsinstallatie s (uitgedrukt in ton CO2 per jaar).

NRFK staat voor: nationale reductiefactor, bedoeld in artikel 16b.17, derde lid, van de wet, in jaar k

Artikel

37

Lachgasinstallaties

Het aantal dispensatierechten voor lachgasinstallaties wordt berekend volgens de formule: DRS,K=PF x HANLG,S x NRFK

Waarbij:

DRS,K staat voor: dispensatierechten voor subinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in dispensatierechten per jaar)

PF staat voor: procesemissiefactor

HANLG,S staat voor: historisch activiteitsniveau lachgasinstallaties voor lachgasinstallatie s (uitgedrukt in ton CO2-equivalent per jaar)

NRFK staat voor: nationale reductiefactor, bedoeld in artikel 16b.17, derde lid, van de wet, in jaar k

§

3.3.4

Berekening voor nieuwkomers

Artikel

38

§

3.3.5

Specifieke berekeningen voor gevestigde installatie en nieuwkomers

Artikel

39

Correctie warmte-import salpeterzuurbenchmark

Artikel

40

Correctie warmte-import niet-ETS installatie

Artikel

41

Fusies en splitsingen

Voor broeikasgasinstallaties die uit een fusie of splitsing zijn ontstaan wordt het historisch activiteitenniveau, bedoeld in de artikelen 25, 26 en 27, bepaald met de gegevens uit het verslag, bedoeld in artikel 25 van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten.

Artikel

42

Aanpassingen als gevolg van veranderingen in (sub)installaties die geen productbenchmark omvatten

Afdeling

3.4

Verslag over het aantal dispensatierechten

Artikel

43

Standaardformulier verslag over het aantal dispensatierechten

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

44

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.

Artikel

45

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling CO2-heffing industrie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes

Bijlage

1

I

bij artikel 18

Minimale inhoud van het jaarlijkse industrieel emissieverslag voor broeikasgasinstallaties

  • 1)

    Gegevens ter identificatie van de broeikasgasinstallatie: de naam van de broeikasgasinstallatie en het nummer van de emissiehandelsvergunning van de broeikasgasinstallatie.

  • 2)

    Het rapportagejaar.

  • 3)

    De totale emissies van de broeikasgasinstallatie overeenkomstig de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, uitgedrukt in tCO2 (e).

  • 4)

    Gegevens over de emissie ten gevolge van de opwekking van elektriciteit:

    • a)

      Voor alle brandstoffen die zijn ingezet voor de opwekking van elektriciteit:

      • i)

        de hoeveelheid energie uit deze brandstoffen, uitgedrukt in TJ;

      • ii)

        de gewogen gemiddelde emissiefactor, uitgedrukt in tCO2/TJ;

      • iii)

        de gewogen gemiddelde oxidatiefactor.

    • b)

      De hoeveelheid energie uit restgassen ingezet voor de opwekking van elektriciteit, uitgedrukt in TJ.

    • c)

      Voor elke warmtekrachtkoppelingseenheid:

      • i)

        de hoeveelheid energie uit brandstoffen die zijn ingezet in de eenheid, uitgedrukt in TJ;

      • ii)

        de netto hoeveelheid opgewekte meetbare warmte, uitgedrukt in TJ;

      • iii)

        de netto hoeveelheid opgewekte elektriciteit of mechanische energie, uitgedrukt in TJ;

      • iv)

        de totale emissies van de eenheid inclusief de rookgasreiniging, uitgedrukt in t CO2 (e);

      • v)

        de rendementsreferentiewaarden overeenkomstig bijlage I en bijlage II van de Verordening rendementsreferentiewaarden voor de gescheiden productie van elektriciteit en warmte, zonder toepassing van de correctiefactoren voor klimaatomstandigheden in bijlage III en voor vermeden netwerkverliezen in bijlage IV bij die verordening.

    • d)

      Aan elektriciteitsopwekking toewijsbare emissies uitgedrukt in tCO2, met toepassing van artikel 14 van deze regeling.

  • 5)

    Gegevens over de emissies ten gevolge van de opwekking van warmte voor stadsverwarming:

    • a)

      Totale netto hoeveelheid opgewekte meetbare warmte uitgedrukt in TJ.

    • b)

      Netto hoeveelheid meetbare warmte opgewekt voor stadsverwarming uitgedrukt in T.

    • c)

      Voor alle brandstoffen die zijn ingezet voor de opwekking van warmte voor stadsverwarming:

      • i)

        de hoeveelheid energie uit deze brandstoffen, uitgedrukt in TJ;

      • ii)

        de gewogen gemiddelde emissiefactor, uitgedrukt in tCO2/TJ;

      • iii)

        de gewogen gemiddelde oxidatiefactor.

    • d)

      Aan stadsverwarming toewijsbare emissies uitgedrukt in tCO2 (e).

II

bij artikel 43

Minimale inhoud van het verslag over het aantal dispensatierechten voor alle industriële installaties

  • 1)

    Gegevens ter identificatie van de industriële installatie: de naam en, indien van toepassing, het nummer van de emissiehandelsvergunning van de installatie.

  • 2)

    Het rapportagejaar.

  • 3)

    Voor elke productbenchmark-subinstallatie:

    • a)

      het actueel activiteitsniveau uitgedrukt in de eenheid behorende bij die productbenchmark;

    • b)

      voor productbenchmarks met uitwisselbaarheid van elektriciteit en brandstof: de correctiefactor voor het relevante elektriciteitsverbruik in de subinstallatie, berekend over de periode 2014-2018 in overeenstemming met artikel 22 van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten;

    • c)

      de hoeveelheid netto meetbare warmte die wordt ingevoerd vanuit salpeterzuur-subinstallaties, uitgedrukt in TJ;

    • d)

      de hoeveelheid warmte die wordt ingevoerd vanuit niet in het EU-ETS opgenomen installaties, uitgedrukt in TJ.

  • 4)

    Voor de productbenchmark-subinstallaties stoomkraken en vinylchloride: de factoren voor de berekening van het aantal dispensatierechten als bedoeld in artikel 32.

  • 5)

    Voor de warmtebenchmark-subinstallaties:

    • a)

      de aan de warmtebenchmark-subinstallaties toegekende en bij elkaar opgetelde netto hoeveelheid meetbare warmte, uitgedrukt in TJ;

    • b)

      de aan de warmtebenchmark-subinstallaties toegekende en bij elkaar opgetelde netto hoeveelheid meetbare warmte in de referentieperiode, uitgedrukt in TJ;

    • c)

      de netto hoeveelheid warmte opgewekt uit elektriciteit, uitgedrukt in TJ;

    • d)

      de netto hoeveelheid warmte opgewekt uit elektriciteit in de referentieperiode, uitgedrukt in TJ;

    • e)

      het historisch warmtegerelateerd activiteitsniveau CO2-heffing industrie, uitgedrukt in TJ;

    • f)

      het actueel warmtegerelateerd activiteitsniveau CO2-heffing industrie, uitgedrukt in TJ;

    • g)

      indien van toepassing: gegevens waarmee wordt aangetoond dat de daling van het actueel warmtegerelateerd activiteitsniveau CO2-heffing industrie van meer dan 15 procent het resultaat is van een toename van de energie-efficiëntie.

  • 6)

    Voor de brandstofbenchmark-subinstallaties:

    • a)

      het actueel brandstof gerelateerd activiteitsniveau, uitgedrukt in TJ;

    • b)

      het historisch brandstof gerelateerd activiteitsniveau, uitgedrukt in TJ;

    • c)

      indien van toepassing: gegevens waarmee wordt aangetoond dat een daling van meer dan 15 procent van het actueel brandstof gerelateerd activiteitsniveau CO2-heffing industrie het resultaat is van een toename van de energie-efficiëntie.

  • 7)

    Voor procesemissie subinstallaties:

    • a)

      het actueel procesemissie gerelateerd activiteitsniveau, uitgedrukt in tCO2(e);

    • b)

      het historisch procesemissie gerelateerd activiteitsniveau, uitgedrukt in tCO2(e);

    • c)

      de hoeveelheid overgedragen CO2 overeenkomstig artikel 49 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel;

    • d)

      indien van toepassing: gegevens waarmee wordt aangetoond dat een daling van meer dan 15 procent van het procesemissie gerelateerd activiteitenniveau het resultaat is van een daling van de emissies per productie-eenheid.

  • 8)

    Voor afvalverbrandingsinstallaties en lachgasinstallaties:

    • a)

      De totale emissies, uitgedrukt in tCO2(e);

    • b)

      De rekenkundig gemiddelde historische emissies in de referentieperiode, uitgedrukt in tCO2(e);

    • c)

      de hoeveelheid overgedragen CO2 overeenkomstig artikel 49 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, uitgedrukt in ton CO2(e);

    • d)

      indien van toepassing: gegevens waarmee wordt aangetoond dat een daling van meer dan 15 procent van de emissies het resultaat is van een daling van de emissies per productie-eenheid.

  • 9)

    Een berekening van het aantal dispensatierechten overeenkomstig deze regeling.

Bijlage

2

bij de artikelen 30 tot en met 35, 39 en 40

Raffinaderijproducten

CWT

0,0286

Cokes

ton

0,277

Gesinterd erts

ton

0,166

Vloeibaar ruwijzer

ton

1,288

Ongelegeerd staal uit vlamboogovens

ton

0,275

Hooggelegeerd staal uit vlamboogovens

ton

0,341

Gietijzer

ton

0,315

Voorgebakken anode

ton

0,314

[Primair] aluminium

ton

1,469

Grijze cementklinker

ton

0,743

Witte cementklinker

ton

0,957

Kalk

ton

0,925

Dolime

ton

1,040

Gesinterde dolime

ton

1,406

Vuurgepolijst glas (‘floatglas’)

ton

0,439

Flessen en potten in kleurloos glas

ton

0,371

Flessen en potten in gekleurd glas

ton

0,297

Continuglasvezelproducten

ton

0,394

Bekledingsstenen

ton

0,135

Vloerstenen

ton

0,186

Dakpannen

ton

0,140

Gesproeidroogd poeder

ton

0,0737

Minerale wol

ton

0,662

Pleisterkalk

ton

0,0466

Droog secundair gips

ton

0,0165

Gipsplaat

ton

0,127

Kortvezelige kraftpulp

Adt

0,116

Langvezelige kraftpulp

Adt

0,0582

Sulfietpulp, thermomechanische en mechanische pulp

Adt

0,0194

Teruggewonnen papierpulp

Adt

0,0378

Krantenpapier

Adt

0,289

Ongecoat fijnpapier

Adt

0,308

Gecoat fijnpapier

Adt

0,308

Kristalpapier

ton

0,324

Testliner en golfblad

Adt

0,241

Ongecoat karton

Adt

0,230

Gecoat karton

Adt

0,265

Roet

ton

1,895

Salpeterzuur

ton

0,293

Adipinezuur

ton

2,706

Ammoniak

ton

1,570

Stoomkraken

ton

0,681

Aromaten

CWT

0,0286

Styreen

ton

0,511

Fenol/aceton

ton

0,258

Ethyleenoxide/ethyleenglycolen

ton

0,497

Vinylchloride (monomeer)

ton

0,198

S-pvc

ton

0,0825

E-pvc

ton

0,231

Waterstof

ton

8,585

Synthesegas

ton

0,235

Natriumcarbonaat

ton

0,818

Warmtebenchmark

TJ

60,431

Brandstofbenchmark

TJ

54,417