Er is een Commissie Onderzoek Regeling vervroegde uittreding (RVU) militairen.
2
De commissie heeft tot taak: een onderzoek uitvoeren waarin wordt bezien op welke wijze de vervroegde-uittredingsregeling van militairen, in relatie tot de bijzondere positie van de militair, past in de financiële wet- en regelgeving.
3
Als opdrachtgever in de zin van dit besluit fungeert de Hoofddirecteur Personeel.
Artikel
3
Samenstelling commissieleden
1
De commissie heeft één lid.
2
De leden van de commissie worden benoemd, geschorst en ontslagen door de Staatssecretaris.
3
Tot Lid, tevens voorzitter van de commissie wordt benoemd:
a.
De heer drs. P.R. Heij
4
De commissie laat zich door andere onafhankelijke personen bijstaan ter vervulling van haar taak.
5
De commissie kan, te allen tijde, materiedeskundigen oproepen.
Artikel
4
Instellingsduur
De commissie wordt ingesteld met ingang van december 2020 en wordt opgeheven acht weken nadat het eindrapport is uitgebracht. Oplevering van het rapport is voorzien in april 2021.
Artikel
5
Secretariaat
Het secretariaat van de commissie wordt verzorgd door het Ministerie van Defensie.
De secretaris van de commissie is voor de inhoudelijke uitoefening van zijn taak uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de voorzitter van de commissie.
Artikel
6
Klankbordgroep
1
Door zorg van de Hoofddirectie Personeel (HDP) wordt ten dienste van de commissie een klankbordgroep ingericht, bestaande uit vertegenwoordigers van het Ministerie van Financiën, het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Ministerie van Defensie.
2
De klankbordgroep zal periodiek geïnformeerd worden over de vorderingen die in het onderzoek zijn gemaakt en wordt in de gelegenheid gesteld om daarover vragen te stellen en te adviseren.
3
De klankbordgroep monitort periodiek de scope en reikwijdte van het onderzoek.
Artikel
7
Werkwijze
1
De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.
2
De voorzitter is bevoegd – binnen het beschikbare budget – externe materiedeskundigen uit te nodigen of advies bij externe materiedeskundigen in te winnen namens de commissie.
Artikel
8
Inwinnen van inlichtingen
1
De commissie is bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen rechtstreeks te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek.
2
Ambtenaren van het Ministerie van Defensie zijn verplicht om de leden van de commissie de verlangde medewerking te verlenen, voor zover deze samenhangt met hun ambtelijke taak.
De vergoedingen van de commissieleden worden in een separaat besluit vastgelegd waarbij militairen in actieve dienst, burgerambtenaren in dienst van Defensie, ambtenaren in dienst van het Rijk alsmede de vertegenwoordigers van de verschillende departementen niet voor deze vergoeding in aanmerking komen.
Artikel
10
Kosten van de commissie
De voor het functioneren van de commissie noodzakelijk geachte kosten komen ten laste van de begroting van het Ministerie van Defensie.
Artikel
11
Geheimhouding
1
De commissie neemt geheimhouding in acht ten aanzien van alle informatie die in het kader van dit besluit bekend wordt en waarvan het karakter als vertrouwelijk is aan te merken.
2
De commissie zorgt er voor dat door een ieder die betrokken is bij de werkzaamheden van de commissie, geheimhouding in acht wordt genomen ten aanzien van alle informatie die in het kader van dit besluit bekend wordt en waarvan het karakter als vertrouwelijk is aan te merken.
Artikel
12
Eindrapport
Het eindrapport wordt door de commissie vastgesteld en door tussenkomst van de Staatssecretaris van Defensie aangeboden aan de Tweede Kamer.
Artikel
13
Archiefbescheiden
De secretaris draagt zorg voor de archivering van relevante stukken en de overbrenging daarvan na afloop van de werkzaamheden van de commissie naar het archief van het Ministerie van Defensie.
Artikel
14
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2021
Artikel
15
Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als ‘Instelling Commissie RVU Onderzoek Defensie’.
Artikel
16
Publicatie
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan de leden van de commissie.